ELS' WONDERE WERELD VERTELLINGEN ~ NOSTALGIE....
...gaat terug in de tijd.
Het laat je de Wondermooie Wereld betreden met vertellingen en
tekeningen die jou graag dat wondermooie gevoel geven....
--- 2012 ---
----------------------------------------------------------
Deze reeks Vertellingen gaat terug in de tijd.
Het laat je zien hoe ik tekende en schreef als tiener.
De tekeningen laten zien hoe mijn eigen stijl zich ontwikkelde.
Mijn verhalen van toen passen uitstekend in deze reeks.
Om de twee maanden bracht ik jou terug in de tijd.
In december als slot volgde een extra toegift.
Het zijn zeven nostalgische Wondere Wereld Vertellingen ge-
worden.....
----------------------------------------------------------
Copyright ~ Els van de Donk-Pennings.
Vertelling Nostalgie ~ 1.
De klompen van Bartje.
Het vuur knetterde gezellig in de woonkamer die bestond uit vier schilde-
rijtjes met een verguld lijstje, en uit een ronde tafel met zes stoelen.
De zittingen waren bedekt met riet.
Spelende kinderen zaten op de grond. Zij vermaakten zich met kiezel-
steentjes.
Een pan met erwtensoep stond op tafel.
Hé, wat ruikte die groene brei toch lekker.
Acht bordjes die barstjes vertoonden met negen houten lepels stonden en
lagen netjes op de ronde tafel.
Je hoorde een heldere stem van moeder, die hard werkte om haar man en
haar kinderen elke dag goed eten te geven, een gezellig thuis te geven en
de kleren netjes verstelde.
Daar kwam vader binnen met een: "Dag vrouwke en dag kinders."
De kinderen keken naar de deur.
Haaaa, dat was pappa. Nu konden ze gezellig allemaal aan tafel zitten en
beginnen aan de erwtensoep.
Moeder kwam de keuken uit en zei: " Allemaal aan tafel. Pappa moet zo
weer weg."
Dit behoefde niet twee keer gezegd te worden.
De kiezelsteentjes werden bij Bartje in de broekzakken gestopt die er van
uitpuilden.
Hoewel de zakken met een ander lapje stof in een bijpassende kleur
versteld waren.
Het was bijzonder degelijk en netjes gemaakt.
Opa, die in de bedstee lag, en ook aan tafel kwam schudde het hoofd.
"Je hebt goede kinders," zei hij tegen zijn zoon en knikte.
Hij nam plaats aan tafel waar een bord dampende erwtensoep voor hem
klaar stond.
Daar zwierf Bartje weer in het bos.
Zijn klompen kletterde op het plat getreden verharde zandpad.
Hij was weer op speurtocht. Helemaal in zijn eentje.
Hij genoot.
Met een takje van een haag in zijn mond, handen in zijn zakken liep hij voort
tussen twee hoge bomen door, waar de zon haast geen kans zag om door
het dichte bladerdak heen te schijnen.
Rrrroetsss, daar rende een eekhoorntje over het pad vlak voor de voeten
van Bartje.
Het verdween achter het struikgewas.
Bartje wilde wel zo'n eekhoorntje hebben.
Meteen ging hij erop af.
Het eekhoorntje, die een scherp gehoor had, spitste zijn pluimerige oortjes.
Ja, hij had het goed gehoord.
Daar verschenen de gele klompen weer.
Meteen stoof hij weer weg.
Rrroetssss!
Rrroetssss ging ook Bartje er vandoor het eekhoorntje achterna.
"Ik zal die oortjes van jou met watjes dicht stoppen,” mopperde hij in
zichzelf en rende maar door.
Over de zandweg lag een dikke tak.
Bartje zag dat niet.
O, nee!
Bartje's rode knuistjes balden zich stevig ineen van de spanning, maar dit
was van korte duur.
Daar tolde hij over de tak heen.
Een kreet en vliegende klompen die neerkletterde.
En stil.
Stom verbaasd keek Bartje om zich heen.
Hij keek eens naar zijn voeten.
Zijn klompen! Waar waren zijn klompen?
Meteen stond hij overeind, wreef eens over zijn achterste die het kwaad te
verduren had.
Toen begon hij te zoeken naar zijn klompen.
Zag hij dat goed?
Ja, daar lagen zijn klompen, maar er ontbrak wat!
Zijn hartje begon sneller te kloppen.
De kap van beide klompen was stuk!
"Wat zullen pappa en mamma daarvan zeggen?"
Ze hadden hun centjes toch al zo hard nodig. En nu dan dit!
Maar het was toch echt niet opzettelijk gebeurd.
Hij wilde zo graag dat lieve eekhoorntje hebben.
Tja, hij moest toch naar huis, of hij wilde of niet.
Hij pakte zijn klompen en de afgebroken kappen en slenterde op zijn
kousenvoeten naar huis.
Hij liep expres over het gras want anders vertoonden zijn kousen bij
thuiskomst grote gaten!
Bartje legde zijn handje op de roestige klink van de voordeur van zijn
ouderlijk huis.
Zou pappa thuis zijn?
Als hij de deur zou openen dan zou hij het weten.
Hij maakte in één ruk de deur open.
Ja, zijn vader was thuis.
Hij zat op zijn stoel met de zitting van riet.
Zijn vader keek hem onderzoekend aan.
Wat gedroeg zijn zoon zich schuldig!
Toen zag hij Bartje's klompen.
"Kom jij eens hier, knaapje."
Oei, nu zou ie het krijgen!
Schoorvoetend liep hij naar zijn vader.
Opa keek op en moeder ook.
Maar als pappa straffen uitdeelde of standjes gaf, dan bemoeiden zij zich
daar niet mee.
"Wat heb jij uitgehaald?"
Bartje's mond bleef dicht.
" Die klompen gaan niet vanzelf kapot. Of dacht jij van wel?"
Bartje schudde van nee.
"Nou?"
"Het kwam door....door....dat eekhoorntje, en die.....die tak die over de
zandweg lag. Dus ik kan er niks aan doen, pappa."
"Mijn centen kunnen er ook niets aan doen, maar die lijden daar nu onder,
weet je dat?”
Bartje knikte.
Vader schudde met zijn hoofd en zuchtte.
"Klompen zijn niet goedkoop. Eigenlijk zou je ze zelf moeten bekostigen,
lelijke vlegel dat je bent. Ik ben geen miljonair!"
"Dat weet ik ook wel, pappa. Ik deed het niet expres!"
Meelijwekkend keek hij zijn vader aan.
"Ga maar. Vort!"
Vader keek zo nijdig dat Bartje maar meteen de kamer verliet op zijn
kousenvoeten, en zijn klompen bij hem achter liet.
Bartje was naar buiten gegaan op zijn pantoffels. Hij keek eens het dorpje
rond, waar ze woonden.
Hij glimlachte en dacht: " Wij zij allemaal arm, maar als een rijke man hier
zou komen, moet die toch wel denken dat het hier heel erg gezellig wonen
is."
Hij keek eens naar zijn ouderlijk huis.
Een voordeur die groen beschilderd was met een kraakhelder stoepje
ervoor. Gordijntjes die opgelapt waren sierden de ramen.
Wat gezellig.
Mamma en pappa hadden niet veel geld, en ze deden er van alles aan om
het zo gezellig mogelijk te maken.
Toen dacht Bartje weer aan zijn klompen.
Bah, waarom moest dat toch gebeuren!
Zat dat eekhoorntje er maar niet.
Bah, nu moest pappa met grote tegenzin geld uit hun geldkistje pakken, die er zo graag bleven liggen!
Daar hoorde hij kinderstemmen. Zij waren afkomstig van Bertje, Gijsje,
Stientje, Marieke.
Ze hadden de grootste lol. Ze renden een bal achterna.
"Ik doe mee," riep hij.
Met zijn broertjes en zusjes had hij het grootste plezier.
Bartje dacht: " Zo gauw als ik weer thuiskom zeg ik tegen pappa dat het me
spijt, en geef ik al mijn spaarcentjes voor een paar nieuwe klompen uit, hoe
hard ik er ook voor gewerkt heb."
De bal rolde en rolde maar voort, evenals de tijd.
Een tijd die eens meer rijkdom onder de dorpelingen zal brengen, en voor
iedereen in dit land, dankzij mensen die daar hard voor werkten......."
Els ~ geplaatst 25 januari 2012.
-------------------------------------------------------
Vertelling Nostalgie ~ 2.
Het huisje van Drieka de Schraper.
Het huisje van Drieka was reeds een jaar onbewoond.
Hoe kwam dat?
Drieka was een oud vrouwtje geworden van 90 jaar.
Was zij eerlijk?
Nee!
Ze schraapte.
Eerlijk?
Nee!
Vandaar dat ze Drieka de Schraper werd genoemd.
Een jaar geleden stierf ze. Vandaar dat haar huisje nu niet meer bewoond
werd.
Had ze familieleden?
Nee.
Was haar huisje in goede staat?
Nee.
Vandaar dat het leeg stond.
Maar er was nóg een reden waarom het nog steeds leeg stond. Daar werd
altijd druk over gepraat in café "De Wijde Blik".
Het spookte in het huisje van Drieka!
Jazeker!
En dat was vast haar geest.
Brrrr!
In café "De Wijde Blik" zaten Janus, Peer en Hendrikus, drie oudjes, een
biertje te drinken.
Hun eerste onderwerp ging over de komende winter. En toen belandde het
gesprek als vanzelf op het huisje van Drieka de Schraper.
"Zoals ik al zei," begon Peer, " is 't haar geest. Theo van 't hoekske daar
woont er vlakbij. Ik zou 's nachts niet rustig in mijn bed liggen. Wat jullie!"
Er werd verwoed geknikt.
"Theo heeft zelf laatst tegen mij gezegd dat ie niet veilig in zijn bed ligt. Hij
hoort de hele tijd van die enge geluiden, " vertelde Janus en zijn armen die
eerst over elkaar lagen op de tafel, legde hij in een andere houding.
Hij had moeite met die onhandige cafékrukjes. Zijn rug speelde hem vaak
parten. Maar hij dronk in het café nu eenmaal graag een biertje.
Het begon te regenen.
Peer keek eens naar buiten en knikte, en zei: "We hebben ruw najaarsweer,
maar dat vind ik gezellig hoor. Ik mag dat wel. Ik heb weer veel hout ge-
sprokkeld zodat ik het niet koud zal hebben in de winter, want da's maar
niks."
"Vind ik ook. 'k Heb ook al hout in huis," verzekerde Hendrikus.
De deur van het café ging open en ook weer dicht. Theo van het hoekske
stapte binnen en bestelde een flesje bier.
Hij nam toen plaats aan de tafel waar de drie oude mannetjes zaten.
"Goede morgen. Kom je er ook eentje drinken? " vroeg Peer.
"Ja. Ik heb mijn werk tot zover klaar, en mijn schaftuurtje doe ik hier.
Maarre....ik kom nog voor iets anders." antwoordde Theo.
"Waarvoor dan?" vroeg Hendrikus.
"Spoken!"
"Spoken, in Drieka's huisje?"
"Ja, zojuist!
"Maar het spookuur is toch altijd 's nachts na 12 uur?" merkte Hendrikus
geschrokken op.
"En toch is het zo. Je kunt met me mee gaan als je wilt. Je ziet het spook de
gehele tijd!" bevestigde Theo.
"We gaan alledrie met je mee, als jij jouw biertje op hebt," besliste Peer. De
anderen vonden dat een goed idee.
Met zijn vieren liepen ze druk pratend over de straat over wat nu komen
ging. Ze hadden dit gebeuren niet verder verteld.
"Nog niet nodig," vonden ze.
Het oude vervallen huisje van Drieka doemde op. Het zag er weliswaar nog stevig uit.
De vier mannen liepen de landweg op aan de rand van het dorp waar het
huisje lag. Het leidde naar het toegangspoortje.
"Dat geluid hé, dát maakte mij nieuwsgierig. Hoor maar eens!" zei Theo.
De oren werden gespitst.
En ja!
Bom-tik-bom-tik-bom-tik klonk het in een gelijkmatig tempo.
Ze keken elkaar aan.
"Maar we zien nog steeds geen spook! O ja, ze horen doen we al een jaar!"
zei Janus.
"Kom dan maar eens mee," zei Theo en opende het poortje, die veel
gekraak liet horen.
"N.... nee hoor. Zo gek krijg je me niet!"'
"En mij net zomin!"
"Je bent juist gek als je niet durft. Kom op, we zijn immers met zijn vieren,"
moedigde Theo hen aan, want die oude baasjes hadden toch altijd schrik
als het om griezelige zaken ging.
Tevens laaide zij maar wat graag het vuurtje nog harder op. Zij maakte
graag van een mug een olifant.
Gehoorzaam volgden de drie oudjes Theo, tot ze bij een raampje kwamen
rechts aan de zijkant van het huisje. De ruit bleek nog heel te zijn. De rest
van de ramen was aan gruzelementen.
Zij hadden de tand des tijds het afgelopen jaar niet doorstaan.
Ze keken naar binnen.
Ja hoor, daar fladderde een spook!
Het was geel van kleur.
Het fladderde alsmaar op dezelfde plek.
De knietjes knikten van de oudjes.
Janus zei: "Ik ga. Houdoe!" En weg was hij.
De rest bleef staan. Zij bleven naar binnen kijken. Het spook bleef dezelfde
bewegingen maken.
"We gaan naar binnen!" zei Theo plotseling.
"WATTE ?!"
"Ja, jullie verstaan mij goed!"
De twee oudjes keken elkaar aan. Ze keken elkaar láng aan en hun blikken
zeiden dat ze met Theo mee zouden gaan.
"Goed, we gaan met je mee," besloot Peer.
Theo knikte. Ze liepen naar de voordeur die ze met moeite en onder hevig
gekraak open kregen.
Wat rook het er muf zeg. En al die spinnenwebben!
De vloer kraakte bij elke stap die zij daarbinnen zetten. Alles lag dik onder
het stof.
Theo, Hendrikus en Peer liepen langzaam naar het spook, dat zich niets van
de menselijke vijand aantrok, want het fladderde rustig verder.
Langzaam kwamen de drie mannen naderbij totdat ze er vlakbij stonden.
Alledrie begonnen ze plotseling te lachen!
Waarom toch? Er viel toch niets te lachen! Ze stonden met hun neus
bovenop het spook!
Ja, maar wát voor een spook was het?
Het was van linnen. Het gezicht was erop getekend.
Theo bekeek het nauwkeuriger.
Toen bleek dat het aan een gewicht hing. Theo haalde het spook onder het
plafond vandaan.
Het spook was zwaar vanwege het gewicht. Het had aan een bezemsteel
gehangen nabij de open haard. De bezemsteel en het gewicht zaten naast
elkaar aan het spook vast.
Door de wind die door het tochtige huis waaide kon het die fladderende
bewegingen maken en kon het dat rare geluid maken.
"Daar hangt een briefje aan de muur aan een spijker!" wees Peer.
Theo keek ernaar en haalde het briefje van de spijker af en las de inhoud
ervan hardop voor:
"Je haalt nu het briefje eraf, en je komt tot de ontdekking dat er geen spook
in mijn huisje is.
Ik heb jullie in het dorp allemaal beet gehad. Jullie zullen ontdekken dat ik
nog zo kwaad niet ben. Ik schrijf nu tevens ook jullie omdat jullie nu met
meerdere personen zijn. Heb ik gelijk?
Angsthazen die jullie zijn! Afijn. Ik schenk jullie dit huisje die nog goed
bewoonbaar is, bovendien gezellig ook. Maak er één ruimte van. Het wordt
dan een dorpszaaltje voor gezellige evenementen. Maar laat het aan de
buitenkant intact. Een mooi tuintje eromheen maakt het aangezicht nóg
mooier. De groeten van Drieka de Schraper ( de Vogt)"
"Dat we dit nú pas ontdekken!" zei Hendrikus.
"Dat komt omdat we hier in het dorp inderdaad " schijtlijsters” zijn, ha-ha-
haaaa!" lachte Theo.
Peer en Hendrikus lachten smakelijk met hem mee.
"Maar we hadden het al lang meteen kunnen zien als Drieka in haar huisje
gestorven was.
Maar we mochten er niet inkomen. Dat heeft ze voor haar dood gezegd,"
herinnerde Peer hen er nog eventjes aan. Daarmee voelden zij zich toch een
beetje minder een stelletje angsthazen.
De raad van Drieka de Schraper moest volbracht worden.
Vele handen van ijverige dorpelingen gingen in het huisje aan de slag.
Er werd onder andere getimmerd en gemetseld en ten slotte flink schoon
gemaakt.
Zo ontstond er een zaaltje, een fatsoenlijk toilet, een bar, een kleedruimte en
een garderobe.
De dorpelingen waren trots op zich zelf van wat zij met hun noeste arbeid in
het huisje verricht hadden.
Ze konden voortaan ook weer rustig gaan slapen......
Els ~ geplaatst 25 maart 2012.
----------------------------------------------------------
Vertelling Nostalgie ~ 3.
Op de boerderij van boer Hensen.
Kakelend liepen de kippetjes door de ren. Achter de moederkippetjes liepen
gele donzige kuikentjes.
Hans kwam er aan. Hij mocht van zijn vader, boer Hensen, altijd de kippetjes
voeren.
Dat wisten de kippetjes maar al te goed.
Alleen de haan keek altijd zuur, omdat er dan een indringer in zijn ren kwam.
Maar daar trok Hans zich niets van aan want de streken van de haan was hij
zo langzamerhand wel gewend.
Het boerenbedrijf van boer Hensen liep goed. Veel dorpelingen kwamen
daar iets kopen.
Boer Hensen was een gulle man. De dorpelingen hoefden nooit veel te
betalen. De dorpelingen kochten er kaas, spek, vlees, aardappelen, eieren
en groenten. Ook brood.
Boer Hensen runde een vee -en landbouwbedrijf.
Boerin Hensen en de oudste dochter Marie van negentien jaar konden
heerlijk brood bakken.
Dat ging grif van de hand!
Boer Hensen bezat ook een kleine korenmolen waar het door hen geoogste
koren gemalen werd.
Zo ook nu maakte boerin Hensen de oven aan. Na een tijdje deed Marie het
deeg in vormen op de bakplaat en sloot de klep van de bakoven.
Toen trok zij zich terug.
"Zo, vanavond hebben we weer vers brood," zei ze. Ook zij zelf met hun
vieren en de knechten smulden er altijd heerlijk van.
Hans kwam de woonkeuken in en zei tegen zijn moeder: "De kippen hebben
weer te eten gehad."
"Aha, fijn," reageerde zij daarop.
Hans ging het erf weer op. Hij liep bijna Dirk ondersteboven. Dirk was een
jongeman van drieentwintig jaar en was postbode.
"Post voor ons?"vroeg Hans.
"Jazeker, Hans!" antwoordde Dirk en klopte op de achterdeur die toegang
gaf tot de keuken.
" Binnen!" riep boerin Hensen. Postbode Dirk opende de achterdeur en
betrad de keuken.
"Er is post voor jullie, alstublieft mevrouw. Hé, ik ruik iets heerlijks. En het
issss....brood. Kan dat?"
"Dat kan zeker Dirk. We zijn weer brood aan het bakken," beaamde boerin
Hensen.
" Verrukkelijk! Zoiets heerlijks ruik ik niet elke dag," zei Dirk.
"O nee ? " vroeg boerin Hensen, " hoe komt dat?"
" Ik woon dus alleen met mijn moeder en die koopt alles bij de bakker. Zij
bakt zelf nooit ons brood," legde Dirk haar uit.
" Ik nodig jullie voor vanavond hier uit om bij ons te komen eten. Je hebt
dan heerlijk knapperig vers brood!" stelde boerin Hensen hem voor.
"U bedoelt niet alleen ik, maar ook mijn moeder?" Boerin Hensen knikte
hartelijk van "ja", omdat ze zag dat Dirk niet goed wist hoe te antwoorden.
"Uw dringende blik zegt " ja", dus zeg ik dat nu ook," antwoordde Dirk
lachend.
Die avond was de tafel in de keuken gezellig gedekt. Dirk en zijn moeder
hadden daaraan meegeholpen.
Toen de tafel gereed was namen ze allemaal aan de gedekte tafel plaats. Dat
waren boer en boerin Hensen, Marie en Hans Hensen, de knechten Geert,
Jan en Gert, Dirk en diens moeder.
Het pas gebakken verse brood stond op tafel en verspreidde een heerlijke
geur.
De petroleumlamp die boven de tafel aan het balken plafond hing werd
aangestoken.
Er werd gebeden.
Toen kon de broodmaaltijd beginnen.
Het werd zó gezellig dat Dirk en zijn moeder de familie Hensen bleven
bezoeken.
En daar bleef het niet bij.
Er bloeide iets moois tussen Dirk en Marie!
Daarbuiten was daar nog niets van bekend.
Tot deze avond.
Bij een aangename voorjaarstemperatuur stonden Dirk en Marie bij de
kleine korenmolen.
Om hen heen tjirpten de krekels.
" Deze avond past echt bij onze vreugde, Marie," zei Dirk.
Marie knikte alleen maar.
Toen zei ze: "Mijn ouders, en jouw lieve moeder en mijn broertje Hans weten
nog van niets, maar vanavond komt daar verandering in."
"Jazeker. Vanavond...," bevestigde ook Dirk.
Ze bleven nog een tijdje bij de molen waarboven een helder maantje was
gaan schijnen.
Toen liepen ze naar de boerderij.
Hans lag al in bed, terwijl boer en boerin Hensen met de moeder van Dirk in
de keuken gezellig aan het babbelen waren.
Marie en Dirk betraden de keuken. Meteen keken drie paar ogen nadruk-
kelijk naar hen.
Boer Hensen zei als eerste: "Ik dacht Marie dat je naar een vriendin moest."
En de moeder van Dirk zei: "En ik dacht Dirk, dat jij naar een vriend moest!"
Marie en Dirk keken elkaar eens aan.
"We zijn vanavond samen geweest. Want zie je,....we houden van elkaar!"
gaf Dirk hen te kennen.
Deze woorden brachten veel vreugde!
Hans kwam het bed uit. Hij was wakker geworden van de vrolijke luid-
ruchtige stemgeluiden in de keuken.
Al snel deelde Hans met iedereen deze vreugde!
Na enkele weken werd de verloving gevierd.
De pastoor was ook aanwezig.
De tijd brak aan om het huwelijk voor te bereiden tussen Marie en Dirk.
De heugelijke gebeurtenis werd op de pastorie bij de pastoor gemeld.
Boer Hensen liet er de klopper op de voordeur vallen. De dienstmeid deed
open.
" Aha, dag boer en boerin Hensen, Hans, Marie en Dirk en mevrouw
Groenen. Kom toch binnen!" nodigde zij hen uit.
De pastoor stond hen al op te wachten.
In de woonkamer werden zij door de pastoor allerhartelijkst ontvangen.
Er werd hen een stoel aangeboden.
" Ik hoef eigenlijk niet te vragen waarom jullie naar mij toe gekomen zijn,"
zei de pastoor.
"O nee?" merkte Hans op.
" Nee, mijn jongen, want jullie blije gezichten spreken boekdelen!" lachte de
pastoor.
Hans gniffelde.
"Dat beschrijft dus genoeg" lachte Dirk.
Daar werd door iedereen flink om gelachen.
Er werd daarna inhoudelijk met elkaar gesproken.
De huwelijksdag werd vastgesteld.
Op een prachtige lentedag was het zover toen de kerkklokken de blijde
tijding kenbaar maakten!
Het dorp was in rep en roer. Marie Hensen trouwden die dag in de dorpskerk
met postbode Dirk Groenen!
Iedereen was blij.
Immers, de gulle boer Hensen was een graag geziene man in het dorp.
Uit de boerderij gekomen betrad Marie het vrolijke zonlicht in een prachtige
bruidsjurk terwijl Dirk in jacquet haar blij opwachtte.
Hun gezichten straalden als nooit tevoren!
Dirk bewonderde zijn Marie. Wat zag zij er beeldschoon uit!
In de kerk werd door de pastoor het huwelijk gesloten tijdens een sfeervolle
H. Huwelijksmis.
Na de mis werd er op het erf van de boerderij waar lange tafels aaneen
gesloten stonden, tot in de kleine uurtje een groots bruiloftsfeest gevierd
met verdere familie, de knechten, de pastoor en alle dorpelingen!
Iedereen wist bij het zien van het paar dat Dirk en Marie Groenen een
gelukkige toekomst tegemoet gingen.
Want zij hielden ontzettend veel van elkaar....
Els ~ geplaatst 22 mei 2012.
---------------------------------------------------------
Vertelling Nostalgie ~ 4.
De kermis draait!
Vele woonwagens kwamen tot stilstand op de zandvlakte naast het dorpje
bij de mooie oude bomen, nadat directeur Vanderveldt "halt" had gezegd.
Vanderveldt was de baas van een grote circus/kermisgroep.
Altijd was de groep bij elkaar.
De woonwagens kregen een plaatsje. En de paarden die de woonwagens
altijd trokken, kregen hun plaats op de grasvlakte die lag waarlangs de
woonwagens gestald waren.
Vele kinderen waren op de been. Ook oude mannetjes waren aanwezig.
Zij keken aandachtig naar de handige en sterke kerels die alles rap in elkaar
zetten op het terrein gelegen naast de vlakte van de paarden.
De circustent kreeg gestalte.
De schommels, de zweefmolen, de stoommallemolen en de vele gezellige
kraampjes, de doolhof, de lachspiegels, het vlooientheater. Ach, te veel om
alles op de noemen.
Het verscheen allemaal.
De dag brak aan waarop de pret kon beginnen!
"Ik heb ze allemaal!" riep Sander tot zijn vader. Een man met een rond postuur.
"Ik ook, jongen!" bevestigde Sander's vader.
Zij bezaten het vlooientheater.
Zij hadden de vlooien geteld en geplaatst.
Vader waggelde de tent weer binnen en bekeek de vlooien die keurig
gekleed waren in rokjes en balletjurkjes. Zij zaten in een grote glazen bak.
"Hier zijn de schommeltjes, en de wipjes en de rijtuigjes van de vlooien,"
wees Sander.
Zij lagen in een kistje naast de glazen bak om gebruikt te worden.
"Goed werk, mijn zoon. Je zult het vak goed leren," zei vader. Hij haalde zijn
zakhorloge tevoorschijn die aan een ketting hing.
"Mmmm, half drie. Nog een half uur. Kom, we zullen de klapstoeltjes
rondom de glazen bak gaan neerzetten, Sander," en hij klopte hem op de
schouder.
De stoeltjes stonden na een kwartiertje klaar.
Vader keek er tevreden naar. De twaalf jarige Sander keek hem eens stiekem
aan.
"Vader geniet," dacht hij blij.
Ze verdienden goed met hun vlooientheater. Daarom bezaten ze ook een
mooie woonwagen.
Moeder zorgde dat het huiselijk werk altijd correct verliep. Vader en zoon
Sander dresseerden de vlooien en gaven de voorstellingen.
De klok wees drie uur.
Vanuit de kerktoren waren drie klokslagen hoorbaar.
Alle zeilen van de attracties werden weggehaald.
De circustent werd opengesteld.
Directeur Vanderveldt opende ceremonieel het circus -en kermisgebeuren.
De dorpelingen waren allemaal op de been om zich te laten onderdompelen
in het circus -en kermisplezier!
Hier raakten de rangen en standen volledig zoek.
Plotseling was dat niet belangrijk meer.
De bezoekers stroomden het vlooientheater binnen. Velen konden er niet
meer in. Zij moesten wachten op de volgende voorstelling.
Vader en zoon hadden het er maar druk mee.
De stoommallemolen draaide dat het een lieve lust was.
Het orgeltje van de mallemolen liet gezellige muziek horen.
Je hoorden bij de kraampjes vele stemmen roepen. De stemmen van
diegenen die de kraampjes bezaten.
Zij spoorden de bezoekers aan om met hun aangeboden spelletjes mee te
doen, om een leuk prijsje ermee te verdienen.
Daar behoorden onder andere touwtje-trekken bij, en ook blikken gooien.
Bij de zweefmolen was het ook erg druk. Deze liep ook op stoom.
De zweefstoeltjes werden op en neer gegooid door de kermisgangers die in
de attractie zaten.
Je hoorde gillende meisjes die het grootste plezier hadden omdat ze op en
neer gegooid werden in hun zweefstoeltje.
De kermis draaide tot in de avond. Om klokslag elf uur eindigde het vertier.
Ook de circustent werd afgesloten.
Niet veel later lag het circus -en het kermisterrein er verlaten bij.
De kraampjes, de zweefmolen, de stoommallemolen, de lachspiegels en
noem maar op stonden er weer beschermd bij, omdat zij afgedekt waren
met zeildoeken.
De kermis -en circusmensen zochten in hun woonwagens hun bed op.
Ook vader, moeder en Sander van het vlooientheater.
Het was stil geworden op het circus -en kermisterrein.
De nacht viel.
Je hoorden de krekels tjirpen. Dat zo'n klein lijfje zo'n hard geluid kon
voortbrengen!
De circustent en de kermis wachtten geduldig.
De volgende dag om drie uur begon de pret weer van voren af aan.
Want immers: de kermis draaide!
Els ~ geplaatst 23 juli 2012.
----------------------------------------------------------
Vertelling Nostalgie ~ 5.
De katapult.
Vier jongens Henk, Ad, Will van 13 jaar, en Rudi van 12 jaar oud gingen naar het bos.
Ieder van hen had een katapult bij zich. Dit was Rudi's plan.
Ze kwamen in het bos aan.
"Zo," zei Rudi, "we gaan nu jagen op een kraai."
Allevier gingen ze achter het struikgewas staan.
Daar vloog een kraai!
Will zei: " Eigenlijk is het gemeen. Ik kán geen dier doden!"
"Och, flauwerd, " zei Henk., " Kom. jô...."
"Jij moet schieten," zei Ad tegen Will.
" Nee," zei Will.
"Ja!" viel Rudi tegen hem uit.
Ze stompten hem tegen zijn arm.
"Toe. Doe je het niet?" vroeg Rudi.
" Nee!" antwoordde Will resoluut.
Maar tóch moest hij dit van de anderen het wél doen!
En Will schoot pardoes een merel dood!
De boswachter was in de buurt.
Hij hoorde een zeer hoog angstig gefluit links van hem.
Hij liep er op af.
"Hè daar," schreeuwde hij, toen hij de vier jongens zag.
"Wat moet dat daar?" riep hij.
De vier jongens wilden de benen nemen,maar de boswachter zei: O, jullie
hoeven niet zo'n schrik te hebben, hoor. Ik wil jullie alleen maar wat
vragen," was de boswachter slim.
Toen liepen de vier jongens naar de boswachter.
"Ik hoorde," zo begon de boswachter tegen Henk, Ad, Rudi en Will, " een
hoog fluitend angstig geluid. Weten jullie daar soms iets van?"
"Eh....," begon Rudi twijfelend, en vervolgens: "Ja, deze hier," en hij wees
naar Will.
" Hij schoot met zijn katapult een merel dood!"
"Juist! En waar ligt de gedode merel, als ik vragen mag?" vroeg de
boswachter. Zijn stem verried ingehouden woede.
"Komt U maar mee," antwoordde Ad.
Alle vijf gingen ze naar de plek waar de merel neer gekomen was.
De boswachter raapte de levenloze merel op. "Zo, zo dat is hélemaal niet zo
mooi! Jullie mogen naar huis, maar jij gaat met mij mee!'' en de
boswachter wees naar Will.
Will zat thuis met zijn vader en moeder én de boswachter.
"Dit is écht gemeen van je, Will!" zei vader, "ik dacht dat jij liever was. Dat
beestje wilde ook graag leven, net als jij dat graag wil!"
"Maar," begon Will," ik móest het doen van de andere jongens. Ik zei nog
dat ik het gemeen vond om een dier te doden!"
"Is dat écht waar?" vroeg de boswachter.
"Ja, eerlijk waar!" beklemtoonde Will.
"Dan gaan we naar de andere jongens. Jij weet ze, neem ik aan, te wonen,
hé."
"Ja, boswachter," antwoordde Will.
Will ging met hem samen op pad.
Beiden gingen als eerste naar Henk. Henk was niet thuis.
Daarna gingen ze naar Rudi. Rudi was ook niet thuis.
Vervolgens gingen ze naar Ad.
En daar zaten de jongens bij elkaar.
De moeder van Ad liep verbaasd met Will en de boswachter de woonkamer
in, nadat zij ze binnen had gelaten.
"Wat is er aan de hand?" vroeg Ad's moeder.
"Will heeft mij verteld dat deze drie jongens schuldig zijn aan de dood van
deze merel.
Will kreeg van hen de opdracht een vogel te doden. Maar hij wilde dat niet.
Maar hij moest!
Will heeft toen deze vogel met zijn katapult neer geschoten!" legde de
boswachter uit.
Allemaal keken ze naar de levenloze merel die in de hand van de
boswachter lag.
"Is dat waar?" vroeg de moeder aan Ad.
"Eh...ja...ja!" stamelde Ad.
"Ik wil niet meer dat jullie zoiets uithalen! Het is gemeen om een dier het
leven te ontnemen.
Het is een vrouwtjesmerel. Wie weet was het op weg om voedsel te
verzamelen voor haar jongen! Een vergrijp kan verstrekkende gevolgen
hebben. Denk over dit alles maar eens goed na!
Goedendag!" en kwaad verliet de boswachter de woning.
"En ik wil ook niet dat jullie zo gemeen tegenover mij doen. Wij zijn al zo
lang samen vrienden!" zei Will.
"Het willen jagen is fout, en ook dat wij je zo gemeen behandelden!" moest
Rudi toegeven.
"Dit alles doen we nóóit meer!'' bracht Ad naar voren.
"AFGESPROKEN!" zeiden alle vier de jongens tegen elkaar.
Alle vier gingen ze het bos weer in. Ze gingen op zoek naar het eventuele
nest van de merel.
Graag wilden ze de jonge merels helpen.
Hun katapulten lagen in de vuilnisbak. Die wilden ze nooit meer zien....
Els ~ geplaatst 23 september 2012.
---------------------------------------------------------
Vertelling Nostalgie ~ 6.
De nacht waarin Sinterklaas het 't drukst heeft.
Sinterklaas veegde eens langs zijn gerimpelde voorhoofd en zei tot zijn
twee hoofdpieten:
"Deze nacht is het drukste, maar....," "...het is een fijne nacht," vulde
hoofdpiet één aan.
"Juist," zei de Sint.
Hij stond met de twee pieten in het magazijn van hun jaarlijkse verblijf in
Nederland.
De bezoeken had de Sint nu afgelegd. Hierbij had hij al veel kadootjes
uitgedeeld.
Nu was het moment aangebroken dat Sinterklaas bij de gezinnen het
speelgoed en de andere mooie geschenken onder andere via de
schoorsteen moest gaan afleveren.
Sinterklaas en de twee hoofdpieten gingen toen naar de keuken vóór dat
ze aan het werk gingen.
Een van de twee hoofdpieten opende de deur en stapte de grote
keukenruimte binnen.
Meteen klonk er een stem van een wat oudere pieterknecht: "De
chocolademelk is klaar, Sint Nicolaas!"
"Goed werk Pieter, zéér goed werk!" complimenteerde de Sint hem.
De oudere pieterbaas werkte voortaan veel in de keuken naast de kokpiet.
In de nabij gelegen zit/eethoekgedeelte namen Sinterklaas en de twee
hoofdpieten in een fauteuil plaats.
Pieter kwam met een gevuld dienblad naar hen toe.
Drie dampende bekers gevuld met hete chocolademelk stonden op het
dienblad.
Ze werden overhandigd.
De chocolademelk liet zich erg goed smaken.
Al vlug werd de eet/zitkamer gevuld met nog veel méér zwartepieten.
Ze werden door Pieter ook voorzien van hete chocolademelk.
Sinterklaas maakte op een gegeven moment een einde aan dit gezellig
samenzijn.
"We gaan weer aan het werk. Want tijd is kostbaar in deze nacht!"
"Daar heeft U gelijk in, Sinterklaas," was een van de twee hoofdpieten het
daar mee eens.
Iedereen verliet de eet/zithoekruimte.
Het schimmeltje die altijd met gemak Sinterklaas draagt had weer heerlijk
warm op stal gestaan met vers water erbij en hooi!
Sinterklaas verliet zijn verblijf samen met de twee hoofdpieten en de andere
pieten.
Zij voelden de koude herfstwind. Het maantje scheen tussen de kale
boomtakken door.
"Sinterklaas, het schimmeltje wacht al op U," zei de stalpiet.
"Ja, ik zie het," zei Sinterklaas met een tevreden glimlach om zijn mond.
Hij liep naar zijn schimmel die naar buiten was gebracht door de stalpiet.
De Sint nam de leidsels van hem over.
Tevreden deed het paard zijn hoofd op en neer en hij hinnikte. Hij kreeg van
de goedheiligman enkele suikerklontjes.
Toen besteeg Sinterklaas het paard. De stalpiet hielp hem daarbij.
Zodra Sinterklaas goed en wel op zijn schimmel zat reden ze weldra
zachtjes door de donkere straten.
Het was al laat.
De vele andere pieterknechten gingen ieder zijns weegs.
Velen gingen het dak op.
Sinterklaas deed dat eventjes niet, want als hij de kadootjes in de
schoorsteen zou gooien kwamen ze niet....floep.....op de tafel terecht
waar het in dit geval voor bedoeld was.
Het paardje hield stil en de waardige bisschop steeg af.
Sinterklaas ging met de twee hoofdpieten een huis binnen met gevulde
jute zakken.
Zij brachten daar de bedoelde kadootjes.
Het werd keurig op de eethoektafel gelegd.
Sinterklaas met de twee hoofdpieten gingen vele huizen binnen, waarvan
de bewoners in diepe rust waren.
Bij een huisje raakte hij vertederd door een rij kleine schoentjes die mooi
en netjes voor de kachel waren neergezet.
Op de tafel lag een kraakhelder tafelkleed met daarop vellen papier.
"Pietermannen,” zei de Sint.
" Ja, Sinterklaas,"antwoordden beiden hoofdpieten.
"Zien jullie dit?".
"Ja, ja, Sinterklaas, Wij zien dat ook heel goed."
"En wat vinden jullie ervan?"
De twee knechten keken elkaar grinnikend aan, en hoofdpiet één
antwoordde; "Een rij lieve schoentjes, Sinterklaas! En op tafel een heel
mooi tafelkleed waarop de verlanglijstjes liggen.
Dit zijn lieve kinderen. Zij hebben dit heel lief en netjes gedaan!”
"Juist, mijn beste hoofdpiet, dat vind ik ook. En dan zullen we nu de
verlanglijstjes gaan bekijken," zei Sinterklaas. Hij liep naar de tafel toe.
De lijstjes vormden een hele "waslijst".
De twee hoofdpieten knikten af en toe bij het lezen ervan.
"Hoe vinden jullie het?" vroeg de Sint hen na het lezen.
"Zij verdienen al de kadootjes die zij vragen, Sinterklaas!" antwoordde
hoofdpiet twee.
"Dat vind ik ook," voegde hoofdpiet één daaraan toe.
"Dan zullen we maar eens aan de slag gaan," lachte de Sint.
De zakken werden geopend.
Er verschenen bromtollen, speelgoed autootjes, poppen met vlechten in
hun haar, snoepgoed. Ach, teveel om op te noemen.
Op het mooie tafelkleed werd alles keurig uitgestald.
Toen dat klaar was keek Sinterklaas er tevreden naar.
In de keuken troffen zij enkele wortels aan voor het schimmeltje.
Zo gingen zij heel wat huizen en huisjes af.
Tenslotte was het zware maar dankbare werk klaar.
De dakpieten hadden ook uitstekend voor de schoorsteen kadootjes gezorgd.
Bij het jaarlijkse verblijf aangekomen daalde de Sint naast zijn trouwe
schimmel neer.
De twee hoofdpieten hielpen hem daarbij.
Ondertussen keerden de dakpieten ook weer terug.
Het schimmeltje werd door de stalpiet terug gebracht naar de stal.
In de eet/zitkamer nam Sinterklaas weer plaats in een fauteuil.
Hij was moe, maar voldaan.
Pieter bracht hem meteen weer hete chocolademelk.
"Hé, dat smaakt, zeg. Bedankt Pieter! En tja, morgen nemen we weer
afscheid van dit mooie knusse land en van de kindjes. We keren vervolgens
terug naar Spanje!"
"Om volgend jaar hier weer terug te komen," vulde Pieter hem aan.
Toen Sinterklaas zijn chocolademelk op gedronken had wenste hij in het
pietenverblijf zijn ijverige knechten een goede nachtrust.
Allemaal gingen ze naar bed.
Sinterklaas zette zijn mijter af en deed zijn witte handschoenen uit. Hij liep
naar zijn slaapkamerraam. Hij keek uit over het slapende dorp waar zijn
verblijf gelegen was.
De Sint glimlachte tevreden en zei hardop: "En morgenvroeg op 6 december
zullen jullie allemaal blij zijn, vanwege de kadootjes die ik jullie gegeven
heb. Ik neem dan voorlopig afscheid. Maar volgend jaar kom ik met veel
liefde en met veel plezier hier weer terug.".....
Els ~ geplaatst 21 november 2012.
-------------------------------------------------------
Vertelling Nostalgie ~7.
Toch nog een mooie kerstboom.
Het was een week voor Kerstmis.
Het dorpje waar we nu zijn lag dik onder de sneeuw.
De vlokjes dwarrelden naar beneden.
In de kerk was de koster druk met kerstspullen in de weer. Ja, de kerk werd
weer versierd met mooie dennentakken, hulst, sterren van papier en
kerstklokjes.
En wie kreeg de ereplaats?
Dat kreeg het stalletje van Bethlehem.
In de kelder onder het kerkgebouw lagen kerstbomen te wachten op een
mooi plaatsje in het gezellige kerkje.
In een van de knusse huisjes in het dorp klonk een vrouwenstem. Ze zong
"Stille Nacht, Heilige Nacht."
Net als zijn vrouw was vader in de keuken aan de keukentafel bezig.
Hij knutselde een grot in elkaar. Van de pastoor had hij gaas, gips en jute
gekregen waar hij de pastoor heel dankbaar voor was.
Met deze spulletjes kon hij een grot maken voor het Kindje Jezus.
Maar waar haalde hij een kerstboom vandaan?
Ja, in het naburig bos stonden er genoeg.
Doch moest hij die gaan kappen in deze bittere kou?
Maar vader vond het altijd zo erg om die smekende stemmetjes te horen, en
die smekende toetjes van zijn vijf kinderen.
Zij wilden graag elk jaar een kerstboom.
Mijntje van vijf, Pieter van negen, Klaas Hendrik van zeven, Christientje van
drie en Margo van elf jaar.
O ja, bij freule van Bekkerom hadden de kinderen de kerstboom binnen al
zien staan!
Nú al!
Een héle grote vol ballen, klokjes, kaarsjes en slingers.
Maar hoe moest vader, en ook moeder, hen uitleggen dat hij geen ballen,
klokjes, kaarsjes en slingers kon kopen?
Het schrale aantal van voorgaande jaren was nagenoeg gesneuveld!
Maar wat waren ze allemaal reuze trots op hun kerstgroep!
En dit jaar kon er een échte grot komen, dankzij vader en dankzij de
pastoor!
Maar een kerstboom?!
Vader maakte deuken en bobbels in het gips die over het jute met daar
tussenin het gaas uitgesmeerd was.
Toen kwam dat klaar, en kon dit alles drogen.
Tevreden keken vader en moeder er naar.
De kinderen speelden op zolder met hun speelgoed. Zij hadden die gekregen van Sinterklaas.
Echt warm was het op zolder niet, maar daar waren de kinderen aan gewend
geraakt.
Moeder riep de kinderen naar beneden, omdat het etenstijd was geworden.
De grot in wording lag in de kelder nu te drogen.
Het zou een grijze kleur krijgen. De verf hiervoor bezat vader gelukkig wel.
Toen de kinderen in de keuken aankwamen riep vader hen naar de kelder
met de woorden: "Kom eens kijken!"
Alle vijf liepen ze naar de kelder. Ze daalden het trappetje af.
Ze zagen de grot die aan het drogen was.
"O, het lijkt op een échte grot, pappa!" vond Margo, die de grot van
Bethlehem op school op een plaat had gezien.
Vader keek met haar vol bewondering naar zijn werkstuk voor het kindje
Jezus.
" Geen kerstboom?" vroeg Mijntje.
Vader keek naar haar en antwoordde: "Heel misschien, maar dan zónder
ballen, klokjes, kaarsjes en slingers. Als het minder koud wordt dan kan ik
in het bos een boom gaan kappen."
Twee dagen voor Kerstmis was het zachter weer.
"Krijgen we nú een kerstboom?" vroeg Klaas Hendrik aan vader.
"Ja kom, dan halen we de hakbijl. We nemen de slee mee. Daarop kunnen
we de boom leggen!"
Alle vijf de kinderen gingen met vader mee!
Moeder keek hen glimlachend na.
Net als freule van Bekkerom, die overigens in een groot mooi huis woonde,
hadden zij met Kerstmis ook een kerstboom, al dan niet met versieringen.
De voetstappen van vader en zijn kinderen klonken gedempt in de zachte
sneeuw.
Buiten was alles helder wit.
"Kijk pappa," riep Margo uit, toen ze langs freule van Bekkerom's grote huis
kwamen, "daar staat de kerstboom!"
Vader keek eens naar binnen. Ja, werkelijk. Daar stond een prachtige grote
kerstboom heel statig te wezen in de huiskamer, versierd met ballen,
klokjes, kaarsen en slingers!
Wat schitterde dat alles toch mooi.
Vader zuchtte eens en dacht: "Zo mooi kan ik het nooit krijgen!"
"Maar," dacht hij verder, " ik zal ervan maken wat ik er van maken kan. Het
zal dan óók mooi zijn."
Alle zes stapten ze flink door.
Ze bereikten het bos.
"We zoeken een hele mooie boom uit," zei vader tegen zijn kinderen, en
bekeek de sparrenbomen een voor een die er stonden.
Zijn oog viel plotseling op een hele mooie.
Hij was groot, vol en mooi recht.
Zijn besluit was genomen.
"Deze," zei hij, en hij wees ernaar.
Allemaal keken ze er verrukt naar.
Ook Christientje die heerlijk op de slee zat, keek verrukt.
Meteen begon vader te kappen dat het een lieve lust was. Toen het karwei
gedaan was schudde hij de vele sneeuw van de takken af.
Christientje kwam van de slee af. Allemaal legden ze de boom op de slee
neer.
Vader bond hem vast. Christientje kon er bovenop zitten, zonder het te
hoeven beschadigen.
Zij had immers nog kleine beentjes, om zover te lopen.
Allemaal gingen ze voldaan naar huis.
Eenmaal thuis zongen zij alle zes van blijdschap "De herdertjes lagen bij
nachte,"
Moeders stem schalde helder boven de stemmen uit.
Wat waren ze blij met deze boom!
Vader had hen blij gemaakt met deze boom.
Maar in feite was hij nog niet echt tevreden.
Hij wilde zo graag voor zijn lieve vrouw en zijn lieve kinderen dat Kerstmis
ook een feest voor hen was. Bij een feest horen versieringen!
"Nu moet ik tóch aan boomversiering zien te komen," dacht hij.
Na het warme eten die middag die bestond uit heerlijke bruine bonensoep
gingen ze alles klaar zetten voor het Kerstfeest.
De boom werd in de huiskamer gezet. Vader had daar een houten kruis voor
gemaakt.
De grot, inmiddels droog, en grijs beschilderd, werd op een ruwe plank aan
de voet van de kerstboom geplaatst. Op de plank lagen losse dennentak-
ken, zodat je de ruwe plank niet meer zag.
In de grot, bedekt met stro, werd de kerstgroep zorgvuldig geplaatst.
Op verscheidene bordjes van het oude servies werden kaarsen gezet. Zij
sierden de huiskamer daarmee ook op.
De huiskamer zag er maar wát gezellig uit!
"We krijgen een mooi Kerstfeest, mamma en kinderen, dát beloof ik je!" en
vader's wijsvinger wees bij deze geheimzinnig klinkende woorden nadruk-
kelijk de hoogte in.
De volgende morgen, de dag vóór Kerstmis, trok vader ná zijn werk er
alléén op uit.
Zéér gelukkig liep hij door het gezellige dorpje.
Sneeuwvlokjes vielen weer naar beneden.
Waar ging hij toch naar toe?
Om dat te weten te komen gaan wij stiekempjes met hem mee.
Hij liep maar, en hij liep maar. Maarrr.... niet zo heel ver, hoor.
Nee, hij liep naar de pastorie!
Hij maakte het besneeuwde poortje open, ging de voortuin in, en sloot het
poortje weer.
Hij liep naar de voordeur en liet de klopper met de leeuwenkop erop op de
deur vallen.
Tot drie keer toe.
Je hoorde geslof in de gang, en weldra werd de deur geopend door de
dienstmeid.
"Dag meneer Sanders, komt U binnen. Moet U de pastoor spreken?"
"Jazeker, Mientje," bevestigde vader.
"Kom dan maar verder," liet Mientje daar nog op volgen.
Ze opende de deur naar de pastoriekamer. Daar trof vader de pastoor aan
die druk bezig was om de kamer te versieren voor het Kerstfeest.
"Aha, dag meneer Sanders. Wat fijn U weer te zien!" was de pastoor
aangenaam verrast.
"Waar komt U voor?" vroeg hij hem toen.
"Ja, ziet U, ik heb ook mijn huisje nu versierd. De grot van de gekregen
spulletjes van U is heel erg mooi geworden. De kerstboom die ik gekapt heb
in het bos is ook erg mooi.
Maar ziet U, de schamele kerstversiering van de voorgaande jaren is
gesneuveld. Mijn kinderen hebben bij freule van Bekkerom de mooie boom
zien staan. Diep in hun hartjes zouden ze ook zoiets moois willen hebben.
En ik gun het mijn vrouw ook zo graag. Maar om al die spulletjes weer te
moeten kopen, we hebben nagenoeg niets meer....," zuchtte vader.
"Kom maar eens mee," onderbrak de pastoor vader's woorden.
Samen gingen ze de kerk in, die grensde aan de pastorie.
De pastoor wees naar een aantal bomen die versierd in de kerk stonden.
De pastoor begon versieringen er zodanig uit te halen dat je niet zag dat dit
gedaan werd.
" Hier, meneer Sanders. Dit alles is voor U!"
"Maar, meneer pastoor!" hakkelde vader bij dit gulle gebaar.
Hij stond met zijn armen vol beladen!
"Er ontbreekt aan deze bomen nog steeds niets. Zij zijn nog altijd
voldoende versierd!" zei de pastoor.
In de pastorie gaf de dienstmeid een stuk ham, spek, kaas en brood aan
vader.
"Ik deel ook dat graag met U, ook al heb ik er heel wat voor moeten doen!"
voegde de pastoor daar nog aan toe.
Vader kon deze twee mensen niet genoeg bedanken!
Met een zwaar beladen doos kwam vader met een intens blij gevoel thuis!
Moeder en de kinderen waren dol gelukkig!
Wat boften zij toch met zo'n lieve pastoor!
De kerstboom werd versierd met ballen, kaarsen, klokjes en slingers.
Het lekkers werd in de kelder gelegd.
Het werd een hele bijzondere Kerstavond!
's Nachts in bed hoorde vader zijn vrouw zachtjes huilen.
Hij keerde zich naar haar toe.
"Wat is er, lief vrouwtje van me?" vroeg hij.
"Je bent zó goed voor ons. Wat zullen we een mooi Kerstfeest krijgen! Wat
is God toch ook goed voor ons!" snikte moeder van blijdschap.
Vader voegde daar ontroert aan toe: "Morgen in de kerk zullen we het kindje
Jezus bedanken voor dit bijzondere Kerstfeest.".............
Els ~ geplaatst 17 december 2012.
-------------------------
*** EINDE ***
Dit is het slot van Els' Wondere Wereld Vertellingen ~ nostalgie - 2012.
------------------------------------
------------------------------------