Sagen rondom en buiten De Mortel.

Andere sagen rondom en buiten De Mortel.

 

Deel 2.

 

-------------------------------------------------

Copyright ~ Els van de Donk-Pennings.

 

De Halloweensage 2009.

______________________________

 

 

Een sage dat zijn levenslicht zag in 2006. Het ging verloren. Maar

het verdiende om weer het levenslicht te zien. Vandaar dat ik het

uitgebreider herschreef.

Het verdient dit plekje op deze pagina.....

 

______________________________________

 

Halloween.

 

Halloween is een feestdag die vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada gevierd wordt. Op 31 oktober verkleden kinderen zich en bellen als het donker wordt aan bij huizen in de buurt die versierd zijn met pompoenen en lichtjes, en roepen trick or treat (waarbij de keuze wordt gegeven tussen een plagerijtje uithalen of een versnapering krijgen). De bewoners geven de kinderen dan snoepjes. Jonge volwassenen gaan soms naar Halloweenfeesten.

De naam "Halloween" is afgeleid van Hallow-e'en, ofwel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen, 1 november. In de Iers-Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudjaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgende jaar lag klaar en dus was er even tijd voor een vrije dag, het Keltische nieuwjaar of samhain (uitspraak Saun, het Ierse woord voor de maand november). Maar Samhain was ook nog om een andere reden zeer bijzonder. De Kelten geloofden namelijk dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar.

In Groot Brittannië werd Halloween vooral door de Kelten gevierd. De geesten die uit dode mensen op zouden rijzen, werden aangetrokken door voedsel voor hen neer te leggen voor de deuren. Om echter de boze geesten af te weren droegen de Keltenmaskers. Toen de Romeinen de Britse eilanden binnenvielen, vermengden ze de Keltische traditie met hun eigen tradities, die eind oktober natuurlijk de viering van de oogst betroffen, en ook het eren van de doden.

In de negende eeuw van de huidige tijdrekening steekt een Europees christelijk gebruik de zee over en vermengt zich met het Halloweenfeest. Op Allerzielen - 2 november- gingen in lompen gehulde christenen in de dorpen rond en bedelden zielencake (brood met krenten). Voor elk brood beloofden ze een gebed te zeggen voor de dode verwanten van de schenker, om op die manier zijn bevrijding uit de tijdelijke straffen van het vagevuur te versnellen en zodoende zijn opname in de hemel te bespoedigen. Het "Trick or Treat" spelletje vindt wellicht daar zijn oorsprong.

Het feest is in de negentiende eeuw door Ierse immigranten naar de VS gebracht.

In Ierland was de aardappeloogst mislukt, de hongersnood decimeerde razendsnel de bevolking en de Ieren begonnen omstreeks 1840 massaal naar Amerika te vluchten.

En zoals vaker voorkwam onder migranten: in den vreemde zoekt men contact en steun bij elkaar. Het heimwee naar de roots wordt verzacht in het verder beleven en onderhouden van de eigen feesten en gebruiken. In Amerika duikt dan de bekende jack o'-lantern-pompoen op, in de hele wereld wellicht het bekendste gezicht van Halloween.

 

Inmiddels heeft Halloween het vaste land van Europa weer bereikt en wordt het ook hier hoe langer hoe populairder....

 

 

BRON: WIKIPEDIA.

 

Hallo Ween.

…..Maar wat, als dit helemaal niet de reden is waarom Halloween gevierd

wordt?

Wat, als er geheel andere redenen aan ten grondslag liggen?

Het "wat" is in feite een overbodige vraagstelling, want dan verandert er in

feite nog niets aan dit fenomeen....

 

Lang geleden werd er in een groot welhaast ondoordringbaar bos een

pompoen geboren.

Zijn ouders schrokken zich oranje toen zij zagen dat er diepe lelijke groeven

in zijn bast zaten.

Het pompoenventje zou ermee moeten leren leven. De groeven zaten zo

diep dat er verder niets aan te doen viel.

Alle andere pompoenen, ook in het bos woonachtig, schrokken van dit

schepsel en gingen liever met een pompoenboogje om dit exemplaartje

heen!

Het kleine pompoentje weende vaak omdat het zich eenzaam voelde.  Zijn

ouders gaven hem daarom de toepasselijke naam Ween.

Van hen leerde Ween deugdzaam en vriendelijk te zijn. Daarom begroette hij

iedereen met een "Hallo," ook al vergat die ander het pompoenboogje om

hem heen niet.

"Hallo Ween," groetten de anderen het pompoentje uit beleefdheid terug.

Het pompoentje werd groter en groter en de diepe groeven in zijn bast

groeiden mee. Het had iets angstaanjagends!

Mensen die in een naburig dorp woonden en de pompoen ook weleens

gezien hadden, gingen ook met een boogje om dit exemplaar heen, met een

voor hen bekende omtrekkende beweginkje. Zij herkenden in de groeven in

Ween's bast een wreed menselijk gelaat!

Ween bleef vriendelijk. Ook zijn ouders werden dagelijks door hem met 

"Hallo,"   begroet, waarop zij hun pompoentje dagelijks met "Hallo Ween,"

terug groetten, ook toen hij inmiddels een volwassen pompoen geworden

was.

Zijn ouders werden getroffen door zijn vriendelijkheid en zijn deugd-

zaamheid dat hij van nature bleek te bezitten, naast de opvoeding wat zij

Ween gegeven hadden.

De andere pompoenen zagen dag na dag hoe de ouders van Ween met hun

volwassen kind omgingen en hoe Ween opgegroeid was als een hartver-

warmende pompoenpersoonlijkheid, ondanks zijn lelijke diepe groeven in

zijn bast.

Gaandeweg begon Ween te bemerken dat de andere pompoenen toe- 

naderingen zochten.

Aangezien Ween ook heel geduldig was, sprong hij daar heel kalm en rustig

mee om. Dat zorgde ervoor dat alle pompoenen de kans kregen om hem

uiteindelijk erg goed te leren kennen en Ween de andere pompoenen goed

leerde kennen.

Hij was niet langer meer alleen!

 

De pompoenbosbewoners vonden toen dat zij iets voor Ween moesten

doen, omdat hij zo lang eenzaam was geweest.

Namens alle pompoenbosbewoners gingen Steeltje en Geeltje naar Ween.

Steeltje was de broer van Geeltje, die ietwat te geel van kleur was, vandaa

r zijn toepasselijke naam.

Ze troffen Ween met zijn ouders bij diens ouderlijke woning aan, gelegen bij

een oude knoestige eik wiens bladeren kleurrijk rijkelijk naar beneden

vielen.

“Hallo Ween,” groette Geeltje en Steeltje de pompoen met de lelijke groeven

in zijn bast.

“Hallo,” groette Ween hen allerhartelijkst terug.

“Wij komen namens alle pompoenen. Graag willen we ter ere van jou een

groot feest geven, omdat je zo’n lange tijd eenzaam bent geweest,” kwam

Steeltje met het plan wat zij allen bedacht hadden.

“Och, dat hoeft toch helemaal niet!” zei de eenvoudige Ween.

 

“Jawel hoor. Jij hebt verdriet over jouw eenzaamheid gekend. En toch  bleef

je vriendelijk ten opzichte van ons allemaal. Jij verdient een groot

bosfeest!” gaf Geeltje hem te kennen, die zich ook een beetje een

buitenpompoenbeentje vond, waar dat beentje ook zitten mocht.

Ween keek eens zijn ouders hulpeloos aan. Zoveel eer was hem namelijk

nog nooit te beurt gevallen!   Zijn ouders knikten bemoedigend naar hem

om hem een feeststeuntje te geven.

Toen was het goed.

“Ik voel me gevleid, en ik verheug me er op!” bracht Ween met grote

vreugde uit.

 

Zo’n twee pompoenweken later vond in het midden van het bos op een

lange donkere avond, de laatste van oktober, een groot bospompoenfeest

plaats dat zijn weerga niet kende.

Alle pompoenen hadden op hun bast eenzelfde groeven getekend. Dat

hadden ze voor Ween gedaan. Ween voelde zich daardoor één met hen!

De mensen van het naburige dorp waren ook op het feest uitgenodigd en

hadden daar ook graag gehoor aan gegeven omwille van Ween die zij

inmiddels ook goed hadden leren kennen. Zij hadden pompoenachtige

feestkledij aangetrokken om ook daarmee Ween tot steun te zijn.

Het was een en al vrolijk feestgedruis daar in de bossen tussen de hoge

bomen te midden van de kleurrijke afgevallen herfstbladeren.

Hier was niets griezeligs aan, zou je zo op het eerste gezicht zeggen. Maar

ik moet je er ook bij vertellen dat mevrouw Haakneus ook was uitgenodigd,

een zonderling die bekend stond om haar geheimzinnige gifgroene

verrukkelijke soep dat zij maken kon en het aan iedereen deze avond gul

uitdeelde.

Zij woonde in een hutje in het bos. Zij was de nicht van graaf Dracula die

iets met vleermuizen van doen had en woonachtig was op een kasteel niet

zo heel ver hier vandaan. Het scheen nogal een spookachtig bedoeninkje te

zijn waar niemand graag toefde. Toch vlogen de vleermuizen tijdens dit

feest af en aan. Rakelings vlogen zij over mevrouw Haakneus heen.

Deze mevrouw stond ook als heks bekend.

Zij zelve snapte haar neef Dracula niet altijd. Hij scheen ook connecties te

hebben met grafkisten. Wat had je dáár nu aan. Je zag niet meer dan zes

planken!

Nee, dan had je meer aan een bezem met een stevige steel. Daarmee zag je

nog iets van de wereld! Mevrouw….eh….heks Haakneus hanteerde graag de

bezem met steel op haar tochten, waarmee zij maar wat aardig op kon

rondvliegen! Nu niet. Ze kookte soeppannen vol en elke feestganger kon

genieten van haar verrukkelijke geheimzinnige gifgroene soep.

Niemand kon op dat moment nog weten dat diezelfde soep je een nacht-

merrie zou gaan bezorgen wat je gehele leven zou bijblijven! De soep

leverde je een nachtmerrie op, waar geen merrie’s maar spoken de hoofdrol

in speelden.

Het feest werd echter een groot succes, nachtmerrie of niet.

Elk jaar vierden de pompoenen samen met de mensen die in het naburige

dorp woonden, op de laatste avond van oktober het feest Hallo Ween,

omdat Ween dit verdiende…..

 

Het zou uitgroeien tot een feest dat de gehele wereld leerde kennen en

graag door menigeen gevierd werd, waarna iedereen ook weer graag

huiswaarts keerde bij de warme kachel, terwijl de herfstwind om het huis

gierde en spookachtige geluiden rondom je huis waarden. En terwijl ook

een pan met gifgroene soep nog op je netvliezen stond en je maag gevuld

had. Dat leverde de nodige griezelverhalen op.

Maar iedereen wist: dit feest is voor Hallo Ween want…….hij was gelukkig

nooit meer alleen……

 

 

Els – herschreven - oktober 2009. 

---------------------------------------------------------

Sinterklaassage 2009.

 

 

Het paard van Sinterklaas is het beu.

 

Vele jaren geleden doorkliefde de stoomboot van Sinterklaas de golven van

de zee om weer naar Nederland te varen.

Vele kindertjes keken weer uit naar de komst van deze goedheiligman.

In de stoombootpaardenstal stond het paard van Sinterklaas in een berg

hooi te happen.

Iedereen was blij dat het grote feest weer aanstaande was in dat kille natte

kleine landje.

Maar toch niet iedereen was blij.

Het paard van Sinterklaas was niet blij.

Schimmeltje begon het allemaal beu te worden. Deze witte hengst werd toch

ook al weer een dagje ouder net als zijn baas. Maar zijn baas deerde dat

niet. Dat kwam natuurlijk omdat hij goed was en omdat hij heilig was.

Schimmeltje was wel goed maar niet heilig. Hem deerde het wel, omdat zijn

paardenknookjes hem parten begonnen te spelen en daar was niets heiligs

aan.

Moest ie weer van die boot af. Hij was er al vanaf voordat de boot aan-

meerde. Hij snapte zelf niet hoe ie dat telkens voor elkaar kreeg!

Moest ie weer door weer en wind die gladde idiote daken op. Zwierige

sprongen maakte hij vorig jaar al niet meer om erop te komen. Hij had er

zijn benen vol aan. Die rare dakantennes ook en die hoge schoorstenen. Als

je niet oppaste raakte je staart verstrengeld aan die antenne sprieten die zo

nodig alle kanten uit moesten steken. Waarom moest een kado door een

schoorsteen gewurmd worden.

Een wonder dat zo'n present heel bleef!

Waarom moesten ze persé die daken op!

Waarom mikte de Sint of een zwartepiet zo'n kado niet door een raam naar

binnen op de begane grond terwijl zij op straat stonden, of dat raam nu

open stond of niet!

Schimmeltje was het allemaal beu! Maar hij durfde dit nu niet te laten

merken!

Toen de boot in Nederland aan kwam stond hij reeds op de kade Sinterklaas

op te wachten. Hij had het ‘em weer geflikt!

De intocht beviel hem wel.

Nóg wel!

De juichende kindertjes ontroerde ook hem omdat ze zo blij waren hen weer

te zien. Maar ach, het ging vooral om Sinterklaas.

Ze namen hun intrek in een heus kasteel dat die Nederlanders heel graag

hen jaarlijks ter beschikking stelden. Schimmeltje had er een gerieflijke

warme stal. Hij kon er zijn stramme botten warmen. Aan de kou buiten dacht

hij maar liever niet. Hij kwam er echter niet onderuit deze toch telkens te

trotseren.

Nachten lang hield Schimmeltje het vol om op de daken te springen met de

goedheiligman in het zadel op zijn rug. Had Sinterklaas niet in de gaten dat

het allemaal niet meer zo goed ging?

Sinterklaas had het niet in de gaten!

 

Er ging een week voorbij.

Toen brak het moment aan dat Schimmeltje het niet meer vol hield.

Hij gaf er de brui aan!

Hij was het definitief beu!

Diep in de nacht, terwijl het buiten lichtelijk vroor, verliet hij de warme stal.

Sjokkend slenterde hij over Neerlands wegen. Hij lette niet op waar hij liep.

Er stond hem slechts één ding voor ogen: ver weg gaan van het kasteel. Ver

weg gaan van Sinterklaas om er niet meer terug te keren!

Bij het krieken van de dag liep hij over een landweg ver van het kasteel

vandaan. Links en rechts daarvan lagen lege akkers en groene weilanden

waar de ochtenddauw laag overheen speelde.

Schimmeltje sjokte maar door.

Terwijl de dauw optrok en het lichter werd weerklonk er plotseling ge-

hinnik!

Schimmeltje spitste zijn oren. Hij was plotseling alert! Hij keek om zich

heen.

Plots zag hij haar!

In een weiland nabij de bocht van de landweg stond achter de afrastering de

mooiste merrie die hij ooit in zijn leven gezien had!

Zij keek hem verwachtingsvol aan.

Plotseling stroomde er een grote warmte door zijn witte lijf!

Schimmeltje was spoorslags verliefd!

Tijdens het oogcontact met elkaar sjokte hij niet, maar zweefde hij naar de

afrastering alwaar de mooie witte merrie stond.

“Wie…..wie ben jij?” stotterde Schimmeltje.

“Ik ben Sneeuwvlokje en woon hier op de boerderij bij de bomen. Ik berijd

de landauer van boer en boerin in het Veld. En wie ben jij?” kreeg Schim-

meltje van deze mooie merrie een mondjevol.

“Ik ben Schimmeltje. Ik ben het paard van Sinterklaas!” antwoordde

Schimmeltje vrijuit.

“Je bedoelt….die grote kindervriend?”

Schimmeltje knikte.

“Ik ben alles beu. Ik wil het kalmer aan gaan doen. Ik wil een ander leven.

Daarom ben ik plotseling weggegaan. Voorgoed!” draaide het paard van

Sinterklaas er niet omheen.

“Was Sinterklaas een slechte baas dan? “ kon Sneeuwvlokje haast niet

geloven.

“O nee, hoor. Sinterklaas is een hele lieve baas. De zwartepieten zijn ook de

beroerste niet. Maar ik kan het werk zelf niet meer aan!” legde Schimmeltje

zijn situatie nader uit.

Sneeuwvlokje stelde Schimmeltje voor om toch een sprong te maken maar

dan over de afrastering heen.

Schimmeltje maakte de sprong feilloos. Hij leek opnieuw te zweven!

Samen dartelden ze over de wei. Al heel snel wisten zij van elkaar dat ze

verliefd waren.

Schimmeltje wilde hier nooit meer weg!

 

Boer en boerin in het Veld accepteerden Schimmeltje en schreven een brief

aan Sinterklaas, want zij hadden het zadeldek van Schimmeltje herkend dat

hij over zijn rug droeg. En zij hadden gezien hoe moe dit paard was en hoe

gelukkig hij was met hun paard!

Er werd een hoefafdruk van Schimmeltje onder de geschreven lettertjes

geplaatst.

Schimmeltje wenste Sinterklaas alle goeds.

Bij de open haard in de woonkamer van de boerderij lag de volgende

morgen een brief van Sinterklaas gericht aan de boer, de boerin en de twee

schimmels.

Sinterklaas had begrip voor Schimmeltje’s situatie en wenste hem verder

heel veel geluk!

Dat was echter wel de reden waarom men Sinterklaas weleens in een auto

zag zitten, of op een fiets, of op een geleend zwart of een bruin paard, of op

een gevlekt paard met allerlei kleuren!

Dat was ook de reden dat Sinterklaas soms helemaal geen paard bij zich

had.

Dat was ook de reden waarom Sinterklaas weleens op een huur-schimmel

zat, dat voor geen meter reed!

Sinterklaas bezat simpelweg geen paard en dat mocht verder niemand

weten!

 

Jaren verstreken en in die tijd gebeurde er iets heel bijzonders op de

boerderij van boer en boerin in het Veld. Schimmeltje en Sneeuwvlokje

waren niet alleen verliefd op elkaar geworden, maar ze hielden inmid-

dels ook veel van elkaar!

En zo gebeurde het dat in de paardenstal Sneeuwvlokje het leven schonk

aan een mooi wit gezond veulentje die na de eerste wankele stapjes naar

Schimmeltje liep om pappie te begroeten.

Schimmeltje was plotseling vader geworden. Nou…..plotseling…..

Om dit te kunnen worden had hij geen last van zijn stramme botten gehad!

Hij was daarmee toch een pittige hengst gebleken. Schimmeltje voelde zich

weer jong.

Het veulen groeide voorspoedig in de stal en het weiland op in het gezel-

schap van pappie Schimmeltje en mammie Sneeuwvlokje.

 

Op een dag in de herfst toen het veulen, die uitgegroeid was tot een

prachtige volwassen hengst, in de wei stond samen met zijn ouders,

vertelde pappie Schimmeltje aan hem over zijn vroegere leven bij

Sinterklaas. Schimmeltje bemerkte aan zijn zoon dat dit relaas een grote

indruk bij hem achterliet.

Zijn zoons respect voor diens vader werd ermee vergroot.

Er gingen enkele dagen voorbij. Er scheen een aangename herfstzon. De

drie schimmels stonden weer in de wei.

De jonge volwassen hengst riep naar zijn vader. Schimmeltje trad hem

tegemoet.

Zijn zoon zei: “Ik heb je iets te vertellen. Het is heel belangrijk voor mij!”

Pappie Schimmeltje was verbaasd hierover en vroeg: “Wat is er zo be-

langrijk voor je?”

“Ik denk dat ik jullie binnenkort ga verlaten. Ik ben nu volwassen en zal nu

mijn eigen weg moeten gaan!” “Dat klopt, mijn zoon. Er komt een dag dat je

die weg gaat volgen,” wist pappie Schimmeltje maar al te goed.

”Die dag breekt heel snel aan, pappie. Ik heb besloten om naar Sinterklaas

te gaan. Heel graag wil ik zijn schimmel worden! Ik weet dat hij weer met de

boot in dit land is gearriveerd.”

Het hoge woord was eruit.

“O, wat geweldig! Dit ontroert mij!” zei Schimmeltje vol trots en hij riep

Sneeuwvlokje bij hen.

“Vertel je moeder maar wat je zojuist tegen mij gezegd hebt,” stelde pappie

Schimmeltje voor.

Daar werd gehoor aan gegeven.

Mammie Sneeuwvlokje keek naar pappie Schimmeltje.

Ze begrepen elkaar.

“Je mag gaan. We zijn trots op jou, mijn zoon!” zei pappie Schimmeltje geroerd.

“Zeker weten!” beklemtoonde mammie Sneeuwvlokje.

 

Een weekje later verliet een mooie jonge volwassen schimmel de boerderij.

"Heel graag volg ik jou op, pappie. Jullie zullen telkens van mij horen. En ik

zal vast ook hier komen als ik aan het werk ben. Tot ziens!” waren de af-

scheidswoorden van hem aan zijn fantastische ouders.

Hij vond Sinterklaas die hem ontzettend blij begroette. Dit paard legde de

Sint uit wie hij was en waarvoor hij kwam.

Sinterklaas verstond de dierentaal.

Zijn geluk kon niet meer op. De zwartepieten deelden zijn geluk.

 

Ook dit paard wist hoe je al op de kade kon wachten terwijl de boot nog niet

de kade had bereikt.

Dit paard bereikte met gemak de hoge daken. Het trotseerde de kou, de

regen en de wind. Het wachtte geduldig bij het uitdelen van de kado’s . De

intochten waren voor hem een waar festijn.  

De zwartepieten werden inmiddels geen ZWARTE pieten meer genoemd

maar pieten, hoewel ze nog altijd even zwart waren.

Deze schimmel leerde veel en snel. En naarmate de jaren verstreken,

naarmate dit paard zijn werk steeds beter deed.

Overal werd hij voortaan samen met de Sint gezien, dankzij ook de vele

televisie –en filmcamera’s die telkens op hen gericht waren.

Er werden speelfilms voor de teevee gemaakt en voor de bioscoop.

Soms was deze schimmel zoek of ziek. Maar het liep in die films altijd goed

af, omdat het allemaal nep was.

 

Zij zijn inmiddels samen een beroemd duo geworden omdat de media op de

dag van vandaag zo nadrukkelijk aanwezig is.

Sinterklaas heeft dit paard een hele mooie naam gegeven.

Deze mooie sterke schimmel heet Amerigo……

 

Els – november 2009. 

*******************

---------------------------------------------------------

Kerstsage 2009.

 

Het schaapje dat de warmte vond.

Op een groene helling zaten herders bij elkaar omringd door de kudde

schapen die zij onder hun hoede hadden.

Het was donker.

Aan de zwarte hemel stonden twinkelende sterren en de maan. Zij deden

hun best om de herders en de schapen wat licht te geven.

Een van de herders stond op en wandelde naar beneden de helling af.

Enkele schapen werden daar onrustig van en liepen de herder achterna.

Herder Isaac vond dat helemaal niet erg. Hij vond het gezelschap van de

schapen immers altijd plezierig.

Na een kwartier kwam hij echter in paniek terug. De schapen die met hem

meegelopen waren bezaten diezelfde paniek.

"Wat is er gebeurd?" vroeg de oudste herder Simon.

"Ik ben een schaap kwijt! De jongste! Ik heb geteld en geteld, maar ik mis er

een!" riep Isaac uit.

"Hoe kan dit nu gebeuren?!" riep Benjaminnetje uit, de kleinzoon van Simon

die ook graag schaapsherder wilde worden net als zijn opa.

"Ik stond te wildplassen en toen ik dat gedaan had telde ik de schapen

en...," Isaac kon zijn verhaal niet afmaken.

"Wildplassen?! Wat is dát nu weer?!" vroeg Simon hem hoogst verbaasd.

"Dat is een uitdrukking dat de mensen over 2009 jaar maar al te goed zullen

kennen. Ik heb geplast in het stromende riviertje hier beneden," legde Isaac

uit.

"Een beetje wild dus, anders was je niet een van onze schapen kwijt

geraakt!" zuchtte Aaron, de broer van Isaac.

"Zoiets ja!" moest Isaac toegeven.

"Wie plast er nu wild," gniffelde Benjaminnetje.

"Dat doet Isaac. En dat doet hij in water dat snel loopt", " lachte Simon.

"Dat is een ander water. Je spreekt dan ook weer over 2009 jaar later!"

voegde Isaac daaraan toe.

"Man, wat raaskal je toch allemaal! Je hebt een vooruitziende blik lijkt wel.

Is dit een bijzondere nacht soms?" vroeg Aaron.

"Wie zal het zeggen. Maar ik ben ondertussen nog steeds een schaapje

kwijt, " en Isaac keek om zich heen.

"We gaan zoeken!" besloot Simon en hij stond vanuit zijn gehurkte zit-

houding op. De anderen volgden hem.

Toen zij allemaal goed en wel stonden werd de zwarte hemel opeens

verlicht door welhaast oogverblindend licht!

De helling was niet langer donker meer.

Ik het Licht verschenen gedaantes met vleugels.

Een van hen daalde bij de herders neer.

Hij zei: "Niet bang zijn hoor. Ik ben een Engel. Ik kom op tijd, want gelukkig

ben jij er ook bij Isaac, na jouw wildplassen...."

De herders keken elkaar eerst geschrokken, maar toen stom verbaasd aan.

Droomden zij, of was dit allemaal echt?

"Ik kom jullie goed nieuws brengen," sprak de Engel weer, "het zal het volk

met grote vreugde vervullen.

Vandaag is in de stad van David voor jullie een Redder geboren. Hij is de

Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een

pasgeboren Kind vinden dat in doeken is gewikkeld in een kribbe gevuld

met stro. "

De Engel steeg weer naar de verlichte hemel waar Hij zich voegde bij de

engelenschare. Hij gebruikte hierbij de woorden: "Eer aan God in de

hoogste Hemel en Vrede op aarde voor alle mensen die Hij lief heeft."

Het Hemelse Licht verdween met de engelenschare.

Het werd weer zwart aan de hemel met de twinkelende sterren en de maan

die opnieuw de helling zo goed mogelijk probeerden te verlichten.

"Kom, we gaan. We doen wat de Engel ons gezegd heeft!" besloot Simon.

"En het verloren schaap dan?" vroeg Isaac.

"Onderweg kijken we goed om ons heen," bedacht Simon. Daar was

iedereen voor te vinden.

 

Ze daalden gezamenlijk de helling af. De herders werden omringd door de

schapen. Weer andere schapen bleven op de voor hen vertrouwde helling

samen met de schaapshond.

“Pas geboren en dan een redder?” vroeg Benjaminnetje die het allemaal

niet goed begreep. Maar de anderen begrepen het net zo min.

Terwijl zij de helling afdaalden keken ze goed om hen heen, ook toen zij de

stad Bethlehem naderden.

Het verloren schaapje was echter nergens te vinden.

Ze bemerkten dat het druk was in de stad, maar daar trokken zij zich niets

van aan.

Ze laveerden tussen de mensenmassa, en de schapen deden dat toen ook.

Ze kwamen net buiten Bethlehem. Het grondgebied behoorde de stad nog toe.

“Zo vinden we het schaapje nooit. In Bethlehem was er haast geen

doorkomen aan!” merkte Isaac somber op.

“En waar vinden we de Redder?” vroeg Benjaminnetje.

“Heb vertrouwen in de Engel,”sprak Simon wijs.

Ze vervolgden de weg.

Plotseling kwamen zij een stal tegen niet ver van Bethlehem vandaan.

“Is dit niet de stal van herbergier Thomas? ‘ vroeg Isaac. Simon knikte.

De stal lag tegen een rotswand aan. Het lag er beschut en was gemaakt van

hout. Het dak was van stro.

De ingang was geopend.

De herders keken elkaar eens aan.

“Moeten we hier zijn….?” vroeg Radan zich af. Hij keek met zijn spichtig

hoofd om het hoekje van de geopende ingang.

Hij knikte.

“Hier moeten we zijn!” liet hij er op volgen.

Schuchter betraden de herders de eenvoudige stal van herbergier Thomas.

Er liepen schapen met hen mee, en er bleven schapen buiten staan.

Simon trad naar voren en zei: “Een Engel heeft ons verteld dat de Redder is

geboren en dat we Hem in doeken gewikkeld liggend in een kribbe zouden

vinden.”

Moeder Maria knikte hen toe. Met warme gevoelens sloot zij de woorden van

herder Simon in haar hart.

“Kom allemaal maar gerust naar voren bij de kribbe,” zei ze, “want jullie

hebben het Kindje gevonden!”

Ze troffen in de eenvoudige stal inderdaad datgene aan wat de Engel

gezegd had.

In een kribbe met stro lag in doeken gewikkeld een pasgeboren Kind. Bij

Hem zaten moeder Maria en vader Jozef geknield. Achter hen stonden een

ezel en een os van herbergier Thomas.

Isaac wees naar de kribbe.

“Ons verloren schaapje!” fluisterde hij verbaasd, om het Kindje niet te storen.

“Dit schaapje zocht al direct de kribbe op toen ons Kindje erin gelegd werd.

Het wil ons kindje verwarmen, maar het Kindje verwarmt vooral dit lieve

beestje!” zei Jozef.

Isaac kreeg tranen in zijn ogen van ontroering. Het schaapje lag tegen de

kribbe aan.

“Hoe heet het Kindje?” vroeg Benjaminnetje.

“Hij heet Jezus, “ antwoordde Maria. Het was de naam die de Engel

genoemd had nog voordat Hij in de schoot van Moeder Maria ontvangen

was!

“Mooie naam!” vond Benjaminnetje.

“Kindje Jezus mag ons schaapje houden!” zei Isaac en keek hierbij tevens

geroerd naar zijn broer Aaron.

Aaron knikte instemmend.

“Wij willen allemaal graag iets geven!” zei Simon toen.

“Ach, dat is niet nodig. Het bezoek van jullie is voor ons al een geschenk,”

vond Moeder Maria.

“Heel lief van U. Maar het zullen eenvoudige geschenken zijn, gegeven

vanuit ons Hart, “ vulde Simon aan.

Bij de kribbe legde hij een kistje neer dat leeg was.

“Het Kindje kan hierin speeltjes bewaren,” zei hij.

Benjaminnetje gaf een stuk touw van zijn jasje, dat zijn kledingstuk bijeen

gehouden had.

“Wat heeft Hij aan een stuk touw? In feite zijn knopen beter, “ fluisterde

Isaac.

“Knopen? Wat zijn dat?” vroeg Simon hem.

“Laat maar. In 2009 weten ze wel wat dat is. Geef het touw maar Benja-

minnetje,” corrigeerde Isaac zichzelf.

Wat hij kon voorspellen werd verwoordt alsof het de gewoonste zaak van 

de wereld was.

Maar alle herders beseften dat dit inderdaad een Bijzondere Stille en Heilige

Nacht was!

Benjaminnetje legde het touw bij de kribbe neer en zei: “Daar kan het Kindje

Jezus iets moois van maken als hij groter is gegroeid.”

Radan legde een schrijfrolletje van perkament neer wat van schapenhuid

was gemaakt.

“Kan het Kindje niet beter een laptopje krijgen? Intoetsen gaat veel sneller!”

fluisterde Isaac in Radan’s oor.

“Laptopje!?”   begreep Radan hem totaal niet.

“In 2009 weet iedereen wat dat is, “ antwoordde Isaac, “maar dit is ook

goed, “ voegde hij er aan toe.

Radan legde het schrijfrolletje bij de kribbe neer en zei: “Hierop kan het

Kindje Zijn eerste lettertjes oefenen.”

“Waar moet hij mee schrijven? Met zijn vingertjes?” fluisterde Aaron in

Radan’s oor.

“Ik ben de schrijfpen kwijt!” fluisterde Radan in Aaron’s oor.

Isaac hoorde dat en merkte op: “Dan is een laptopje toch beter!”

Hij en zijn broer hadden het schaapje reeds gegeven.

Bij elke eenvoudige gift dat de herders dit Bijzondere Kindje schonken

werden zij bevangen door de dankbare en warme blikken van Vader Jozef

en Moeder Maria. Twee namen hen door Jozef ingefluisterd nog voordat zij

hun hartverwarmende geschenken gaven.

Twee namen die naast de naam Jezus voorgoed het menselijk hart zouden

blijven raken.

De herders raakten steeds meer bevangen van het pasgeboren kindje Jezus.

De blauwe oogjes keken hen voortdurend aan. Praten kon dit Goddelijke

Schepseltje nog niet. De armpjes lagen telkens gespreid. Het lieve Lijfje vertelde hen dat zij de rest van hun leven Zijn armpjes om hen heen  zouden

voelen die hen daarmee Zijn Hartverwarmend Licht in hen voor-goed liet

branden!

 

De herders konden moeilijk afscheid nemen van Kindje Jezus en Zijn

Bijzondere Ouders.

“Ga maar. Jezus verlaat jullie nooit!” zei moeder Maria.

Isaac aaide zijn schaapje die niet van wijken wist.

Toen namen de herders afscheid van dit Bijzondere Gezinnetje.

Zwijgzaam uit eerbied verlieten ze de stal van herbergier Thomas.

Zwijgzaam liepen ze in de donkere Nacht naar de helling waar de rest van

hun schapen stonden en waar ze zelf deze bijzondere Nacht zouden

doorbrengen.

In de stad Bethlehem was het nog steeds druk.

De herders bereikten de helling waar ze zicht op Bethlehem hadden en zicht

op de plaats waar zich de stal bevond. Alleen zagen zij deze in het donker

niet, vanwege de rotswand waar het tegenaan stond.

De herders waren moe en voldaan.

Onder de sterrenhemel en onder de schijnende maan, waarmee de helling

ietwat verlicht werd, legden de herders zich te ruste. Zij werden door hun

eigen schapen verwarmd.

 

Een grote rust daalde over de herders neer.

Elk van hen begreep dat deze Stille en Heilige Nacht de loop van de

menselijke geschiedenis voorgoed zou veranderen.

In 2009 kende iedereen nog steeds dit Bijzondere Kerstverhaal…..

 

 

 

Els – december 2009.

------------------

--------------------------------------------------------

 

Halloweensage 2010.

 

Het is een vervolg van de sage

HET HALLOWEENFEEST VAN VICTOR.

 

 

Hoe Victor en Victory hun victorie behaalden.

 

 

In het eenvoudige bedoeninkje waren Jan en Keetje Ogerver Schrikker

blijven wonen.

Het was in het dorp dat grensde aan het landgoed van wijlen Jan's vader

baron Victor Ogerver Schrikker.

Zelf mocht hij zich ook baron noemen, omdat hij deze titel nu eenmaal

mocht bezitten als rechtstreekse tak en erfgenaam van baron Victor.

Jan had echter zijn hele leven als landarbeider hard geploeterd om zijn

centjes bij elkaar te verdienen. Dat had hij gedaan als boerenknecht bij de

vriendelijke boer Aart Appel.

Zijn enige zoon Victor, genoemd naar zijn vader, was in zijn voetsporen

getreden en wist zijn grote handen ook bij boer Aart Appel flink uit diens te

korte mouwen te steken.

Tot dat alles veranderde toen Victory in Victor's leven kwam.

Victor en Victory zouden beiden nooit welke prijs dan ook in de wacht

slepen bij welke schoonheidswedstrijd dan ook. Victor was een lange

magere kerel met enorme flaporen en enorme handen die menig kooltje

konden hanteren.

Victory was een magere slungelige meid met een smal gezicht en

afzakkende oren. Maar alle dorpelingen waren vertederd geraakt bij het zien

van de grote liefde die bij deze twee bestond.

Na hun huwelijk groeide Victor's eigenwaarde.

Er kwam een dag dat hij geen genoegen meer nam dat hij en zijn vader dag

na dag ploeterden op de akkers van boer Aart Appel, terwijl zijn struise

sterke moeder Keetje hun bedoeninkje bijhield en zijn lieve vrouw Victory

net zo'n maaltijd op tafel kon zetten welke zijn moeder altijd op tafel zette.

Victor besloot om in zaken te gaan. In de grote stad ging hij langs alle

voordeuren om stofzuigers te verkopen. Al snel verbeterde hij zo'n

apparaat, kreeg daar patent op, en werd daar schatrijk mee!

De dag kon aanbreken dat hij het landgoed terug kon kopen dat in het bezit

was geweest van zijn overleden grootvader die in teveel glaasjes had

gekeken en het aan drank verloren had.

De dag kon ook aanbreken dat hij met zijn Victory zijn intrek nam in het

kasteel dat op het landgoed stond. Ze beschouwden het als hun victorie, en

dat was het dan ook.

Spoedig kwamen er twee kinderen, ook van elke schoonheid ontdaan.

Vic was de oudste. Hij was tien jaar en bezat de slimheid van zijn vader.

Vicky was twee jaar jonger dan haar broer. Ze leken sprekend op elkaar. Het

zachtaardige karakter had ze van haar moeder.

Het grote kasteel werd voor hen beiden één groot spannend avontuur waar

in de donkere hoeken onder de dikke gemetselde gewelven altijd wel iets te

beleven viel.

Hun grootouders Jan en Keetje vonden het prachtig dat het landgoed weer

in het bezit van de familie was. Maar Jan en Keetje waren verknocht ge-

raakt aan hun huisje in het dorp.

Victor had het huisje van zijn ouders geheel laten renoveren. Zijn vader

hoefde ook niet meer te ploeteren op de akkers van boer Aart Appel.

Rentenieren was zeker zo interessant! Hij en Keetje liftten mee met het geld

van hun zoon.

 

De dag brak aan dat rentenieren niet meer zo vanzelfsprekend was.

Het onderhoud van het landgoed en het kasteel kostte handenvol geld. Op

het landgoed stonden geen pachtboerderijen meer. Door de slechte naam

dat het landgoed bezeten had waren de pachtboeren vertrokken. De lege

boerderijen waren door de vorige eigenaar afgebroken.

Dat had hij niet zelf gedaan. Dat had hij laten doen.

De akkers werden bebost, en dat vergde nu het nodige onderhoud.

Victor was nu de nieuwe eigenaar en zat met deze last.

Om zijn verworven kapitaal zeker te stellen moest hij zijn vindingrijke kop

weer gebruiken.

Langdurig denkwerk was niet aan hem besteed. Hij had slechts ruimte

gehad voor een stofzuiger en een portie daadkracht. Dat had zijn eigen-

waarde des te meer vergroot en ook zijn kapitaal.

Nu kwam het op groot denkwerk aan om datgene dat hij bezat ook te

behouden.

Het jaarlijkse griezelfeest Halloween naderde met rasse schreden. Menige

pompoen sierde de tuinen van de dorpelingen. Voor de ingang van het

kasteel lagen er ook her en der verspreid om de boel met dat oranje kleurtje

op te griezelen.

"Ik weet het!" riep Victor plotseling uit, terwijl zijn lange stelten onder de

teakhouten keukentafel staken waarop Victory een grote pan gevuld met

boerenkoolstamp met worst had gezet die vier lege borden wist te vullen.

 

Geen kost voor een barones. Victory voelde zich toch al niet adellijk, ook al

was ze dat wel geworden na haar huwelijk met haar kanjer Victor.

"Wat weet jij, pappie?" vroeg Vic.

"Hoe we het onderhoud van het kasteel en ons landgoed kunnen gaan

bekostigen!" antwoordde Victor vol trots. Hij vond zichzelf geniaal.

"Vertel!" werd Vicky nieuwsgierig en hapte royaal in de worst dat haar

bordje met de boerenkoolstamp mede sierde.

Victory lachte met een warm gevoel door de mensen die om haar heen

zaten, en waar ze zoveel van hield.

"We stellen ons zelf ten toon in de hall bij de trap. Moeders mooiste zijn wij

niet. We zien er zelf griezelig genoeg uit om het kasteel als een spookslot te

lanceren. We hoeven ons zelf maar neer te zetten met een griezelig muziekje

erbij. Ik heb nog oude bandopname's van opa Jan die heel vroeger het orgel

nog even bezeten had van zijn vader Victor. Opa Jan heeft dat ding nog

bespeeld. Het kreng was zo vals als wat omdat het te lang hier in de

vochtige kelders had gestaan. We plaatsen grote speakers in de hall en ik

laat via een ceedeetje opa Jan's orgelklanken horen. Ik zal vanavond nog de

bandopname's op een ceedeetje zetten!"

Er viel een stilte. En als stil stil werd was het ook stil binnen de dikke

kasteelmuren.

"De akoestiek is in de hall uitstekend!' sprak Vic deze wijze woorden.

"Hoe lang moeten we dit volhouden? " was daar de practische vraag van Victory.

"Zo lang als nodig is!" was het duidelijke antwoord van Victor.

"Het heeft niets met Halloween te maken?" vroeg Vicky.

"Het is wel toepasselijk om met Halloween er mee te beginnen. Maar nee,

het heeft niets met Halloween te maken," antwoordde Victor.

“Lekker spannend, pappie!’ glunderde Vic, die het een fantastisch plan

vond.

"Jij gaat er niet als vogelverschrikker staan," gniffelde Victory. Dat beeld

vergat zij haar hele leven niet meer. Deze hoedanigheid van haar lieve

slungel had hen samen gebracht.

 

Diezelfde avond stond op een blinkend ceedeetje de historische orgel-

klanken van Jan.

De dag die daarop aanbrak werden er twee grote speakers links en rechts in

de hall geplaatst.

"Ik weet nóg iets!" en Victor's ogen glinsterden terwijl ze alle vier in de hall

aan het werk waren.

"Wat nú weer?" vroeg Vicky. Ze begon zichzelf hoe langer hoe lelijker te

vinden bij het idee van haar vader.

"Vleermuizen! We laten ze hier rondvliegen als wij hier staan en ik het teken

geef. Het effect zal geweldig zijn! Ons landgoed zal toeristen gaan trekken.

Ik ga vandaag nog naar het VVV kantoor!" Victor was geheel in  zijn

element.

"Om vleermuizen te bestellen? Pappie dat kan toch allemaal niet!" vond Vic.

Maar het kon wel.

Victor zorgde die dag ervoor dat hun kasteel aangeprezen werd door de

VVV als een spookslot waar men dagelijks vanaf 31 oktober van 19.00 uur

tot 20.00 uur het kasteel kon bezoeken!

Hij kwam ook met een aantal vleermuizen thuis die hij in de toren van het

kasteel aan een balk hing.

 

De dag brak aan waarop de pret kon beginnen.

Het gonsde alle kanten Halloween omdat het feest eindelijk daar was. Voor

Victor de meest ideale dag om het kasteel om te dopen tot Spookslot

Vogelverschrikker.

Bij de toegangspoort van het landgoed stonden links en rechts twee grote

vogelverschrikkers.

's Nachts wist het gezelschap van een tweetal koppeltjes tortelduifjes en

een koppeltje slechte valken.

De toegang van het kasteel kende ook twee van zulke exemplaren en waar

de twee zwarte kasteelkatten Moor en Door plezier beleefden aan het

ritselende stro.

De klok van de kerktoren sloeg die avond zeven keer.

De poort werd door Jan geopend zodat het landgoed er uitnodigend uit zag.

De oprijlaan werd verlicht door oranje lampen. Vanuit het kasteel kwamen

de onheilspellende orgelklanken je tegemoet.

Nieuwsgierige dorpelingen begaven zich naar het kasteel.

Nieuwsgierige stadsmensen naderden het kasteel.

Overzeese mensen naderden het kasteel.

De VVV had de advertentie wereldwijd geplaatst.

De bezoekers gingen voetje voor voetje schuifelend het kasteel binnen.

In de hall denderden de angstaanjagende orgelklanken waar het schemerig

was. In het trapgat vertoonde zich een schamel lichtschijnsel.

Roerloos stonden Vicky, Victory, Victor en Vic in de hall op een rijtje. Ze

rolden met hun ogen.

Daar was een versnelde oogtraining aan vooraf gegaan. Dat betekende dat

zij dit rollende oogeffect snel onder de knie hadden en zelfs daarboven.

Victor knipte met zijn vingers. Plotseling kwamen de vleermuizen met hun

snerpende keelklankjes aangevlogen vanuit het trapgat. Wild fladderend

vlogen ze over de hoofden van de vier Ogelver Schrikkers.

Er werd luid geapplaudiseerd.

Drommen mensen liepen af en aan.

De kassa rinkelden!

Het entreegeld werd grif betaald. Jan incasseerde. Dat was hem wel toevertrouwd.

Het werd acht uur. Tijd om de poort en de deur te sluiten.

Maar de mensen bleven komen.

Ach, het was Halloween. Het was de opening van dit fenomeen!

Dus de klok mocht ook negen keer slaan, tien keer slaan, elf keer slaan,

twaalf keer slaan.

Het was een succes!

De mensen keerden huiswaarts.

Jan kon naar huis. Dat deed hij dan ook.

Vicky, Victory, Victor en Vic stonden nog op hun plek in de hall. Ze moesten

even bijkomen van dit ongekend succes.

De orgelklanken zwegen.

"Ik moet plassen!" zei Vicky plotseling.

"Ik ook!" zei Vic.

"Zijn wij zó lelijk, of vinden de mensen de vleermuizen lelijk?" vroeg Vicky

zich toen af.

Haar woorden waren amper uitgesproken toen de vleermuizen boven hen

wild en krijsend begonnen te vliegen. Er klonk een oorverdovend gegil.

Twee heksen vliegend op een bezem met steel vlogen dwars door de

gesloten toegang de hall binnen. Pompoenen met gloeiende ogen

rolden naar binnen. Een vent met een gebit van Dracula en holle oogkassen,

met een zwarte cape met bloedrode voering, met daaronder een zwart

jacket, ploegde naar binnen met een doodskist aan een rammelende ketting

om ook ermee weer te verdwijnen.

Victor vloog de trap op met een oorverdovende krijs. Victory had zich aan

hem vast geklemd en was zodoende mee gesleurd.

Vic en Vicky waren hen achterna gehold.

"Heb jij dit bbbbb....bedacht pppppp....pappie!?" vroeg Vicky benauwd van

angst, "want ik doe dit niet mmmm....meer!"

Ze hoefde niet meer te plassen.

Victor antwoordde niet.

"Pppppp....pappie, ggg....geef antwoord!" stotterde ook Vic van schrik. Hij hoefde niet meer te plassen.

"Eh....eh....nee….nee.....ik heb dit niet bedacht!!"

Vier mensen verstijfd van schrik op een trap van een heus spookslot

begonnen te gillen.

Zij ondergingen in grote angst al het gespook om hen heen, totdat al dat

gespuis er genoeg van kreeg, en verdween.

Die nacht verlieten de vier Ogelver Schrikkers de trap in de hall niet meer.

 

De volgende dag die aan brak kleurde de ochtendzon rood en zette alles in

een betoverende gloed waarin de vele mooie herfstkleuren nog meer

sprankelde dan ooit tevoren.

De vier adelijke lieden, bewoners van het kasteel, wandelden over hun

landgoed en bewonderden de schoonheid ervan.

“Het landgoed en het kasteel verkopen: dát nooit!....Vind je dat we ons

kasteel moeten laten voortbestaan als een spookslot?" vroeg Victory toen

voorzichtig aan haar lieve slungel Victor.

Er viel een stilte.

Drie paar vragende en angstige ogen van Victory, Vic en Vicky waren op

Victor gericht.

Je hoorde het ruisen van de bomen wiens bladeren rijk van kleur waren.

Toen antwoordde Victor: "Afgelopen nacht zittend op de trap in de hall heb

ik een nieuwe uitvinding bedacht voor een stofzuiger.".........

 

 

Els - oktober 2010. 

----------------------

----------------------------------------------------------

Sinterklaassage 2010.

 

 

De kleine Sinterklaas.

 

 

Bram bleef van Sinterklaas houden ook al geloofde hij er niet meer in.

Hij was zelfs zojuist tiener geworden. De leeftijd tien was een eerste mijlpaa

l in zijn leven.

Bram hield ook erg veel van kinderen, ook al was hij er zelf eentje.

Wat zou hij toch graag voor de kinderen uit hun buurtje voor Sinterklaas

willen spelen. De kinderen die zo van Bram hielden, omdat Bram van hen

hield.

Maar hoe moest hij dat aanpakken. Zijn stem had hij in ieder geval mee. Hij

bezat in zijn jonge leventje al een diepe volle stem, ook al had hij nog geen

baard in zijn keel, laat staan aan zijn kin.

Zijn stem kon hij een paar octaafjes lager laten klinken.

De volle diepe stem bezat hij van zijn vader. Zijn bovenste beste vader was

een verdienstelijk bariton in het kerkkoor. Daarnaast was zijn vader tuinman

en wist zijn handen uit de mouwen te steken in de plantsoenen van de stad

waarin zij woonden.

Samen met zijn vijf jaar oudere zus, zijn vader en zijn moeder woonde hij op

een rustiek stadspleintje.

Zijn moeder hield hun gezellige huisje schoon met het tuintje voor en met

het tuintje achter.

Zij hadden met hun viertjes een rustig leventje ook al woonden ze in een

drukke stad.

 

De maand november brak aan. Bram's moeder was al in de weer voor het

komende Sinterklaasfeest.

Bram en zijn zus hadden al een verlanglijstje, waarvan zij wisten dat moeder

er al voor in het centrum was geweest waar de meeste winkels waren.

Op een avond ging Bram naar zijn zus Birgit die op haar kamer huiswerk

aan het maken was.

"Birgit, ik wil dit jaar heel graag hier thuis Sinterklaas spelen voor de

kinderen. Pappa en mamma wil ik er ook mee verrassen. Maar hoe pak ik 

dit aan? Ik heb geen centjes om Sinterklaas kleren te kopen."

Birgit keek op van haar huiswerk.

"Als je maar niet denkt dat ik voor zwartepiet speel, Bram. Daar ben ik te

oud voor!"

Bram zei daar maar niets op. Hij wist dat zijn zus aan het puberen was, wat

dat dan ook alle maal betekenen mocht. Hij wist wel dat ze lastig kon zijn,

omdat ze er kennelijk last van had.

"Die zwartepiet moet je er maar bij denken," voegde Birgit daaraan toe.

"En Sinterklaas?" was Bram voorzichtig. Aan zwartepiet had hij zelf ook 

niet gedacht.

"Wat wil je van me?" vroeg Birgit op haar beurt.

"Dat we samen een Sinterklaaspak maken. Jij en ik knutselen toch graag!"

was het hoge woord van Bram er uit.

Er viel een stilte.

Birgit dacht diep na.

Het antwoord dat kwam daar moest Bram het even mee doen.

"Ik zal er even over nadenken!"

 

Birgit hield woord.

Na een paar dagen was zij het die op een stormachtige avond Bram's

slaapkamer betrad. Bram had nu zelf huiswerk, die hij aan zijn tafeltje aan

het maken was.

"Over Sinterklaas gesproken Bram, ik heb het een en ander bij elkaar

gesprokkeld om er een Sinterklaaspak van te maken. Ik kan je er wel mee

adviseren als je wilt, maar meehelpen niet.

Daarvoor heb ik het te druk!"

Bram was blij, maar vond het jammer dat hij verder alles alleen moest doen.

"Wat heb je bij elkaar kunnen sprokkelen, en waar heb je het verborgen?"

vroeg hij.

"Op mijn kamer in de kleerkast in de grote la waar paps en mams nooit in

komen. Kom maar mee!"

Samen liepen ze naar de slaapkamer van Birgit.

Birgit trok de desbetreffende la open. Ze haalde de verworven spullen er uit.

Ze stalde het op haar bed op de gehaakte sprei uit.

"Maar dit is het oude nachthemd van oma. Ik trek dat lelijke ding niet aan! "

riep Bram uit, wijzend naar het witte nachthemd.

Birgit werd kwaad, trok het nachthemd van haar bed af en hield het tegen

Bram aan.

"Alsjeblieft meneer! Praktisch op de goede lengte. Het is wit, en er zit kant

aan de onderkant.

Kortom, een ideaal onderkleed voor de Sint!" Birgit keek haar broertje

dwingend aan.

"Je hebt gelijk!" reageerde Bram kleintjes.

Birgit gooide het nachthemd terug op het bed.

"De mouwen zijn te lang,"zei ze, " die bind je met een touw omhoog. En dit

zijn mijn witte communie handschoenen die jou ook passen. Je kunt daar

een ring omheen knutselen," en Birgit wees naar de witte handschoentjes

liggend op haar bed.

Bram knikte.

"En dat! Dat zijn onze oude rode gordijnen van onze woonkamer. Er zitten

nog gordijnhaken in!” riep Bram toen opnieuw uit en wees naar de twee

gordijnstukken.

Birgit trok een gordijn van haar bed en sloeg het over Bram´s schouders

zodat het langs zijn rug naar beneden viel.

“Te lang!” zuchtte ze.

“Eh.....knip er maar een stuk af. Van de rest maak je de hoed van de Sint

.....eh.....mijter en die twee slierten die over het kleed van voren naar

beneden hangen,” dacht Birgit hardop.

“Stola.....geen slierten,” verbeterde Bram haar.

Birgit gooide het gordijn terug op haar bed.

“En dat, dat witte breigaren van oma,” en Bram wees naar de knotten

breigaren met het labeltje er nog om heen, liggend op Birgit´s bed.

“Daar maak je de baard van en Sint´s overige haren. Deze doos, waar wc

papier in heeft gezeten heb ik voor je bij de supermarkt gehaald. Die is

stevig genoeg om er een mijter van te maken. Verberg dit alles ook in jouw

la van de kleerkast waar paps en mams ook niet in komen.

Succes!” Birgit pakte de door haar verworven spullen en duwde ze in Bram

´s handen.

“En de staf? “ vroeg Bram.

“Bezemstelen staan er genoeg in het schuurtje!” was Birgit resoluut.

Bram verliet de slaapkamer van zijn grote zus.

“Bedankt voor je moeite!” zei hij nog.

Op zijn slaapkamer kwam er niets meer terecht van zijn huiswerk. Bram`s

hersens kraakten nog harder dan de krakende takken buiten van de bomen

die zwaar gebukt gingen onder de herfststorm.

 

De boot van Sinterklaas arriveerde. Dat was rechtstreeks op de televisie te

zien. Bram smulde daarvan in het gezelschap van zijn ouders. Birgit had

geen tijd. Zij was op dansles.

Het speculaas samen met de chocolademelk liet zich ook extra goed

smaken.

In de lade van zijn kleerkast lag een Sinterklaaspak stilletjes aan in wording!

 

Het werd december. Het Sinterklaaspak was klaar!

Bram was trots op zich zelf. Zijn kinderlijke blijdschap vertelde hem dat hij

zijn best had gedaan.

Er restte hem nog maar één ding: de staf.

Hij moest ongeziens een bezemsteel uit het schuurtje weten te halen. Maar

het probleem was, daar zat een bezem aan.

Birgit had gemakkelijk praten.

Haar hulp riep hij niet meer in. Ze had zich nergens meer mee bemoeid. Ze

had het resultaat ook niet gezien. Dat zag ze dan wel als het zover was,

wanneer Bram voor Sinterklaas ging spelen.

Op woensdagmiddag zag Bram zijn kans. Zijn moeder was naar het cen-

trum van de stad om de laatste Sinterklaasinkopen te doen. Zijn vader was

naar zijn werk. Birgit zat op school.

In het schuurtje sloeg Bram een van de vegers van de steel af met een

hamer van zijn vader.

Met de veger en de losse steel in zijn handen holde hij terug het huis binnen

naar zijn slaapkamer. De veger werd in de la van de kleerkast verstopt.

Hopelijk werd de veger niet direct gemist!

Bram ging aan de slag met de staf.

Zijn laatste karwei!

 

Daags voor vijf december in de vroege morgen aan het ontbijt had Bram zijn

ouders iets mede te delen. “Eh....pappa en mamma, morgenmiddag na

schooltijd ga ik voor Sinterklaas spelen voor de kinderen hier. Mag ik dat

hier in onze woonkamer doen? Ik heb van mijn centjes zakjes snoep

gekocht, zodat ik hen kan trakteren. Vandaag ga ik de kindjes ermee

verrassen dat ze Sinterklaas morgen kunnen zien!”

Het hoge woord was eruit tussen twee grote happen door van zijn boterham

met kaas.

“Hoe wil je dat doen?” was zijn vader verbaasd.

“Daar is al voor gezorgd. Jullie zullen versteld staan!” glunderde Bram.

Zijn vader en moeder keken elkaar eens aan.

“Okee, ook wij laten ons verrassen!" lachte zijn moeder toen.

Bram lachte blij van oortje tot oortje.

"Weet jij hier ook van?" vroeg vader aan Birgit.

“Ja, ik weet hier van. Ik heb voor de nodige spullen gezorgd. En voor de

rest laat ook ik mij verrassen!” was het antwoord van Birgit.

 

De klok liep naar vier uur in de middag op vijf december. Een tiental

kleutertjes uit de buurt die zoveel van Bram hielden vulden de woonkamer.

De vader van Bram had eerder vrij kunnen krijgen. Dit wilde ook hij niet missen.

Birgit hield de kleutertjes rustig door voor te lezen uit het boek van `Hans

en Grietje`.

Vader en moeder sloegen het knusse tafereel gade.

Plotseling gestommel in de gang.

Birgit zei: “Daar zul je Br....eh.....Sinterklaas hebben!" Ze sloeg

ogenblikkelijk het sprookjesboek dicht en legde hem vlug weg.

Er werd op de deur gebonsd.

De kleutertjes begonnen zenuwachtig te giebelen.

De kamerdeur vloog open.

Schrijdend kwam Sinterklaas vanuit de gang de woonkamer binnen. De

kleutertjes begonnen luidkeels te lachen.

“Zijn hier stoute kindertjes?” vroeg Bram met zijn diepste stem dat hij tot

zijn beschikking had, ook al haalde hij dat vanuit zijn tenen.

“Nee! Nee!” klonk het benauwd uit menig kleuterkeeltje.

Ze vertrouwden het plotseling niet meer!

Moeder bood de Sint een stoel aan, waarop de goedheiligman met een

“dankjewel” plaats nam.

Het spel voltrok zich. De staf bleef angstvallig in Sint´s hand(je) geklemd.

De krul van karton en geel knutselpaper wiebelde teveel!

Een voor een riep de Sint de kleutertjes naar voren. Op zijn knietje zitten

leek hem niet verstandig!

Voor elk kindje had de Sint een lief woordje. Vaak ook twee.

Het laatste kindje mocht uit de gang een jute zak halen van “Intertoys”. Daar

zaten snoepzakjes in voor elk kindje een, dat door kleutertje Vera grif

uitgedeeld werd. Voor hem zelf had Bram er ook eentje.

Vader had zijn fototoestel gepakt en maakte van Bram een foto op het

moment dat Sint/Bram weer moest vertrekken, omdat hij het die avond heel

druk ging krijgen.

Na diens vertrek spraken de kleutertjes honderduit.

Ze hadden snoep gekregen en dat was het belangrijkste.

Toen Bram verscheen en jammer vond dat ie te laat was, zeiden de

kleutertjes tegen hem dat de Sint er anders uit had gezien dan normaal 

het geval was. Maar dat hinderde de napret niet......

 

Vijfentwintig jaar later sloeg Bram het fotoalbum open waarin de foto zat

van vijfentwintig jaar geleden toen hij als tien jarig jochie voor Sinterklaas

had gespeeld.

De herinnering daaraan koesterde hij met warme gevoelens.

Als kind vond hij dat hij er als Sinterklaas voortreffelijk uit had gezien. Nu

wist hij beter.

Hij had er niet uit gezien.

Maar de warme gevoelens daaromtrent bleven.

Hij had het gedaan vanuit een gul kinderhartje omdat hij van Sinterklaas en

van kinderen hield.

De kleutertjes van toen hadden het met twijfelachtig geloof beleefd.

Maar naarmate zij ouder werden werd de dankbaarheid van die middag

alleen maar groter.

Dat wist Bram van heel nabij, want hij was met het kleutertje Vera van toen

getrouwd.

En hun twee kleutertjes de tweeling Gijsje en Thijsje zongen in deze prille

decemberdagen maar wat graag de liedjes van de goede Sint......

 

 

Geschreven vanuit soortgelijke herinneringen uit mijn eigen kindertijd, met een hartverwarmend fantasiesausje daarover heen...

 

......zie verder onder de tekening....

 

 

Els november 2010.

Deze sage is een mengeling aan eigen herinneringen en een portie

fantasie.

Ik heb getracht als kind een Sinterklaas te laten komen ( mijn

persoontje) voor de kinderen uit de buurt op het gezellige plein

waar ik met mijn ouders en twee zussen Ans en Maria woonden.

Het witte onderkleed was een oud nachthemd van onze Moeder.

De witte handschoenen waren ook van haar.

Ergens had ik rode stof vandaan gehaald. Ik weet niet meer waar

vandaan.

De mijter was van een stevige kartonnen doos die ik aan elkaar

vast gezet had aan beide zijkanten, nadat ik het een uitgesneden

model van een mijter gegeven had in twee delen.

 

Een grote bol wit breigaren van onze Moeder moest als baard en

hoofdhaar gaan dienen.

Van knutselpapier had ik een ring gefabriceerd.

Ik zou mijn stem laten dalen. Want hoog zingen was toch al niet

aan mij besteed.

Kindertjes zaten ongedurig te wachten in de serre , omdat de Sint

maar niet kwam.

In het portaaltje gelegen aan de achterdeur en grenzend aan de

serre stonden mijn twee zussen net zoals ik te hannesen om de

Sint te kunnen laten komen.

Met een smoes lieten we het niet doorgaan. Het zag er niet uit.

Maar de zakjes snoep van mijn zakgeld ging wel door.

Jaren later maakte ik een echt Sinterklaaspak met diezelfde

mijter maar dan helemaal gerestaureerd. Zus Ans vermaakte 

zwartepietpak, van eigen fabricaat, waarin ik al eerder voor

een zwartepiet had gespeeld en menig snoepgoed en kleine

kadootjes had uitgedeeld aan de kindjes uit de buurt.

Jarenlang is er dankbaar gebruik gemaakt van deze kleding.

Koesterend wordt het nu bewaard ……

5-12-1973 ~links tweelingzus Ans, rechts mijn persoontje.

 

 

---------------------------------------------------------

 

Kerstsage 2010.

 

Het is een vervolg op de sage SINTERKLAAS IN HOUTSKOOL.

 

De kerstman op hol?!

 

 

Met veel verve speelde Klaas jaarlijks Sinterklaas in Houtskool. Hij deed dat

samen met zijn zoon Pieter die de rol van zwartepiet vervulde.

Maar nu had Klaas er een rol bij!

De rol van de kerstman!

Nog niet eerder had hij deze rol vervuld.

Zijn vrouw Trientje had haar man geduldig aangehoord toen hij met zijn

nieuwe ideeën aan kwam,terwijl het volop zomer was en de mussen van het

dak vielen bij een temperatuur van 32 graden!

Klaas echter dacht aan de Noordpool!

Trientje luisterde geduldig. Klaas' woorden vertelden haar hoe hij niet alleen

de kleding wilde aanschaffen maar ook een baard en een pruik.

"En ik wil ook een arreslee en twee rendieren!" Dat was de laatste zin van

Klaas' relaas.

"De kleren en zo dat is niet zo moeilijk te verkrijgen, die koop je in een

feestartikelenzaak.

Maar een arreslee en twee rendieren!" vulde Trientje hem aan.

"De manegehouder van de manege waar mijn schimmeltje staat, kent

iemand die dergelijke dingen verkoopt. De slee en de rendieren mogen ook

op stal bij de manege!" was Klaas heel duidelijk.

"Jij bent écht een kindervriend, Klaas. Dus nu wil je ook graag de kerstman

zijn. Dat weet je heel zeker!" vroeg Trientje. Een zucht ontsnapte haar keel.

Als Klaas iets voor ogen had was hij daar niet vlug vanaf te praten, en zeker

niet als het om kinderen ging.

"Ik weet het héél zeker! We hebben een geweldige financiële meevaller

gehad, dus kunnen we dit alles gemakkelijk betalen!" glunderde Klaas.

"Je bent een lieve Klaas!" werd Trientje toch geroerd om haar grote lieve

vent.

 

In oktober gingen Klaas en Trientje naar de manege.

De arreslee en de twee rendieren waren die dag bezorgd.

Ook hun zoon Pieter was van de partij.

Alledrie werden ze blij hinnikend door schimmeltje begroet die in de wei

stond. Volgende maand was het weer zijn beurt om het paard van

Sinterklaas gestalte te geven in Houtskool.

Toen begaven Klaas, Trientje en Pieter zich naar de stal van schimmeltje.

De paardenbox aan de linkerzijde was leeg. De paardenbox aan de

rechterzijde was gevuld.

Daar stonden twee rendieren verbaasd om zich heen te kijken.

In het brede looppad van de stal stond een grote arreslee met onder de

glijders kleine wieltjes die hem konden voortbewegen. De wieltjes waren

afneembaar voor als er sneeuw lag.

Het zag er allemaal prachtig uit!

Trien en Pieter waren verrukt hierover en Klaas al niet minder.

"Waarom is één rendier veel kleiner dan de ander?" vroeg Trientje toen

zorgelijk bij het zien van deze mooie dieren.

"Die was veel goedkoper. Ik noem hem Klein Duimpje. En het grote rendier

heb ik Reus genoemd. Hahaaaaa....!" antwoordde Klaas lachend.

"Lopen ze zij aan zij voor de slee uit?" vroeg Trientje weer.

"Jazeker. De rendieren kennen elkaar en zijn gewend om naast elkaar een

slee te trekken," antwoordde Klaas.

"Onevenredige trekkracht," merkte Trientje zorgelijk op.

"Ben je mal. Klein Duimpje en Reus vullen elkaar uitstekend aan met mij

aan de leidsels!" was Klaas zeker van zijn zaak.

"Dat zit wel goed," stelde Pieter zijn moeder ook gerust.

 

Oktober ging over in november.

Daarin vervulde Klaas en Pieter met schimmeltje hun inmiddels vertrouwde

rol in Houtskool wat te maken had met een stoomboot uit Spanje.

December zette zijn schreden en liet de laatste schreden van de Sint zetten,

totdat de stoomboot weer vertrokken was.

Klaas keek uit naar zijn nieuwe rol als de kerstman.

De verworven nieuwe kleren en baard en pruik lagen geduldig te wachten,

evenals de slee en de twee rendieren die in een warme stal stonden, samen

met schimmeltje, terwijl het buiten koud was.

Zo'n twee weken voor Kerstmis had Klaas zijn eerste optreden als de

kerstman met zijn arreslee en rendieren. Dat was in een winkelcentrum.

Het verliep vlekkeloos en het was een groot succes!

Ook de rol van kerstman stond op het lijf van Klaas geschreven!

 

Eén week voor Kerstmis stond een volgend groot optreden gepland naast

allerlei kleine doelen.

De plaatselijke golfclub van Houtskool had jaarlijks zijn kerstborrel in het

restaurant van de golfbaan. Graag wilde zij gebruik maken van Klaas' diensten!

De nieuwe voorzitter van de golfclub was makelaar Piet Zeur. Jaarlijks

speelde Klaas bij hem thuis Sinterklaas. Piet vertrouwde Klaas ook de rol

van de kerstman toe, ook al had Klaas als de Sint bij hem aan dak acro-

batiek gedaan!

De slogan van makelaarskantoor Zeur o.g. was: "Niet zeuren, maar kopen."

Het was zover.

In vol ornaat zat Klaas in de arreslee met de twee rendieren gespannen

ervoor in de startblokken bij de manege.

Toen hij vertrok, met enkele volle jute zakken voor de kindjes van de

met golfers, werd hij nagezwaaid door Trien, Pieter en de manegehouder, 

met een zwaai-hinnikje van schimmeltje.

Het was koud.

Een ijzige wind blies om Klaas' bedekte oren.

Er was duidelijk sneeuw op komst.

IJverig renden Klein Duimpje en Reus voor de slee voor Klaas uit. Klein

Duimpje had zoals gewoonlijk net iets meer moeite om Reus bij te houden.

Klaas sprak de twee rendieren telkens bemoedigend toe.

Aan de andere kant van Houtskool als waar de manege lag, lag de golfbaan

met op de rand van het terrein en langs de doorgaande weg een mooi

restaurant.

De weg kende verkeersdrempels. De een was hoger dan de ander.

Rotdingen waren het.

En anders niks!

Menig Houtskolenaar vloekte deze krengen van dingen stijf!

Onchristelijke woorden daarover viel ook in deze Kersttijd hen vaak ten deel!

Klaas bereikte de doorgaande weg.

De slee reed over het geasfalteerde wegdek.

Klaas naderde het restaurant.

Hij zag dat vele kinderen met hun ouders ongedurig stonden te wachten.

Klaas had nog vier verkeersdrempels te gaan.

Het waren de vier gemeenste!

De eerste drie drempels werden moeizaam beslecht.

Toen naderde hij de vierde, die pal voor het restaurant lag.

Klein Duimpje rukte telkens aan zijn halster en keek smerig naar Reus die

kennelijk haast had.

"KERSTMAAAAANNNNN!" kreet het herkenbare zeurderige stemmetje van

Koos Zeur. Hij was het verwende zoontje van Piet en Mien Zeur.

"Ho, ho, hooooo! Ha, ha, haaaaa!"riep de kerstman.

De laatste drempel!

De slee kreeg plotseling een flinke ruk van Reus. Daar schrok Klein Duimpje

van!

Een paniekerige schreeuw ontsnapte diens keel. Reus schrok daar zo van

dat ie op hol sloeg!

Klein Duimpje kon niet meer doen dan Reus krampachtig te volgen en ook

op hol te slaan!

Klaas sloeg achterover en liet van schrik de leidsels los en riep: "SO-DE-

JU!"

De gevulde jutte zakken vlogen door de lucht en plofte voor alle

kindervoetjes neer en die van hun pappa's en mamma's.

"WAUWWWW.....wat stoer van de kerstman mammaaaa en pappaaaa!"

merkte Koos enthousiast met zijn zeurstemmetje op.

"Laten we het daar maar op houden. De kerstman zien we hier niet meer!"

zuchtte Piet.

"Maar wél de kadootjes, pappaaaa!" concludeerde Koos een zeurderige

logica.

 

Klaas kon de reis niet meer na vertellen.

Maar wat hij wel wist was, dat hij in de Noordpool belandde.

Wat hij ook wist was dat de echte kerstman zijn twee rendieren wist te

kalmeren.

Ook wist hij dat hij weer kon vertrekken en dat dat wel goed zat.

 

Op Kerstavond zat Trientje alleen in de woonkamer.

Pieter hing elk uur aan de telefoon.

Klaas werd al een week vermist!

Telkens moest Trientje haar zoon vertellen dat Klaas zelfs op deze

bijzondere avond nog steeds niet thuis gekomen was.

Het werd later en later.

De kerkklokken van Houtskool begonnen om kwart voor 12 jubelend te

luiden.

Zij kondigden de Heilige Nacht aan!

Het werd 12 uur!

De deurbel!

Trientje vloog van de bank af waar ze al de gehele avond in hun sfeervolle

woonkamer gezeten had.

Ze rukte de voordeur open.

Daar stond glunderend haar grote lieve vent in vol ornaat als de kerstman.

Sneeuwvlokken dwarrelden naar beneden. Buiten zag alles wit.

"KLAAS!.....," kon Trientje alleen maar zeggen.

"Kom eens mee!" zei Klaas terwijl hij innig zijn arm om zijn Trientje heen

sloeg.

Ze liepen de wit besneeuwde straatweg op.

Klaas wees.

Vol ongeloof keek Trientje naar ACHT rendieren die voor de arreslee stonden.

"Wat.....hoe.....hoe....," stamelde ze.

Er stond een kleiner rendier bij. Die stond vooraan.

"Is....is dat Klein Duimpje?" wees Trientje.

"Ja. En naast hem Reus," antwoordde Klaas, "de andere zes helpen hen voortaan.”

"Maar.....," zei Trientje. Ze begreep er niets van.

"Kom, we brengen ze naar de manege. Kleed je maar lekker warm aan,"

stelde Klaas voor.

Niet lang daarna zette de slee koers naar de manege in deze wondermooie

Kerstnacht.

Sneeuwvlokjes vielen geruisloos rijkelijk naar beneden.

In de stal aangekomen werden ze door schimmeltje blij hinnikend begroet.

In een hoekje in het stro stond een kan boordevol dampende warme

chocolademelk en twee lege mokken en twee grote kado's met een strik 

er omheen.

"Hoe kan dit?" vroegTrientje.

"Van de echte Kerstman denk ik!" Klaas schonk in de twee grote mokken

chocolademelk.

Ze dronken er genoeglijk van.

Ze maakten de twee luxe kadoverpakkingen open.

Bij Klaas kwamen daar acht rugbedekkingen uit voor de acht rendieren. De

kleur van het stof van de bovenbedekking was van rood fluweel.

Uit Trientjes luxe verpakking kwam een warme lange bontjas van net echt

lijkend bont voor de koude winterdagen.

"Wat mooi allemaal!" riep Trientje.

"Van de kerstman denk je?" vroeg ze toen.

Klaas knikte.

"Ik ben beland op de Noordpool. Ik ben daar een week geweest. Ik werd

terug gestuurd met niet twee maar acht rendieren, zoals de kerstman ook

heeft."

"Ach kom nou, Klaas. De Noordpool?!" kon Trientje niet geloven.

"De Noordpool! Plotseling was ik daar. En net zo plotseling ben ik op deze

Kerstavond ook weer terug."

Ze praatten verder deze twee. En een mobieltje zorgde ervoor dat Pieter wist

dat zijn vader weer terecht was.

Samen zaten Klaas en Trientje in de arreslee met elk een gevulde warme

mok in de handen.

Om hen heen klonk het gesnuif van de rendieren en het gebries van schimmeltje.

Trientje luisterde naar de kalme stem van Klaas.

Buiten was het koud en wit.

De sneeuwvlokjes vonden hun weg.

Klaas en Trientje vergaten de tijd.

Ze genoten van elkaar en van het samenzijn met al hun dieren die

onverbrekelijk verbonden waren met de maand december.....

 

 

Els - december 2010.

------------------------

--------------------------------------------------------

 

                           --- EINDE ---

 

--------------------------------------------------------

------------------------------------------------