HOME. » ELS' WONDERE WERELD VERTELLINGEN. » ELS' WONDERE WERELD VERTELLINGEN - 2011.

ELS' WONDERE WERELD VERTELLINGEN........

 

 

.......laten je onze Wondermooie Wereld  betreden met vertellingen

en tekeningen die jou graag dat wondermooie gevoel geven....

 

--- 2011 ---

 

----------------------------------------------------------

 

 

Er is ruim één jaar aan werkend voorbereiden voor deze reeks van Vertellingen vooraf gegaan.

Bij het maken van de tekeningen, 12 in getal, heb ik geen enkele moeilijkheidsgraad geschuwd.

Ik ben hiermee de confrontatie met mijn tekentalent aangegaan.

In elke maand van dit jaar wordt er een Vertelling geplaatst.

Ook de slechtvalk zal daarin niet ontbreken. 

Met heel veel liefde heb ik de tekeningen en de Vertellingen gemaakt speciaal voor deze reeks.

De Vertellingen geven het gevoel van de tekening weer.

Het pakketje tesamen vormt een eenheid.

Het vertelt je hoe wondermooi de wereld om je heen is......

 

 

--- VEEL PLEZIER ERMEE ---

 

 

----------------------------------------------------------

Copyright ~ Els van de Donk-Pennings.

(klik op tekening voor vergroting )

===================================================================

 

Vertelling ~ 1 ~ grizzlybeer .

 

           "Ik laat jullie gaan."

 

Drie jongen had zij geworpen tijdens haar overwintering in haar hol.

Zij was een prachtige grizzlybeer.

Toen de lentezon over de hellingen scheen in het Yellowstone National Park in Noord-Amerika was zij met haar drie jongen erop uit gegaan.

Vaak bivakkeerden zij bij de rivier waar je heel wat vis uit kon vangen.

De lentezon maakte plaats voor de zomerzon.

De moederbeer lag op haar geliefde plek bij de rivier. Haar drie jongen klauterden speels over haar heen totdat zij bij haar gingen liggen.

"Gaan wij de komende winter ook veel slapen?" vroeg het kleinste berenjong aan zijn moeder.

"Ja, wij allemaal gaan dan weer veel slapen in ons hol om te kunnen overwinteren, " antwoordde de moederbeer.

Zij was maar wat trots op haar drie gezonde berenjongetjes.

Op hun plekje langs de stromende kolkende rivier lagen zij tussen de bloempjes en de grashalmen.

De zomerwind deed de halmen deinen.

"Komt dan ook weer die witte deken terug?" vroeg het grootste berenjong, doelend op de winterperiode.

"Ja, dan keert ook weer de witte deken terug die de aarde bedekt," antwoordde de moederbeer.

"Waarom ligt er nu geen witte deken?" vroeg het een na kleinste berenjong.

"Omdat de winterperiode plaats heeft gemaakt voor de zomerperiode. Het is nu lekker warm.

De witte deken kan er alleen maar zijn als het heel erg koud is. Nu zou het alleen maar smelten," antwoordde de moederbeer.

"Het is zo leuk om erin te happen,” merkte het een na kleinste berenjong op.

"Dat is ook leuk. Dat vonden jullie een leuk spelletje wanneer jullie even wakker werden en de winterperiode naar zijn einde liep," herinnerde de moederbeer zich.

"In de bloempjes en in de grashalmen happen is ook een leuk spelletje, " grinnikte het grootste berenjong.

"Dat dan weer wel. Maar het smaakt naar gras!" vond het een na kleinste berenjong.

"Tja, waar anders naar!" En het kleinste berenjong trok een guitig snuitje.

Gras was ook een lekkernij.

De moederbeer lachte met haar bromstem vanuit haar keel die onder een dikke vacht verscholen zat.

"En komt er na de winterperiode ook de lentezon weer terug?" vroeg toen het kleinste berenjong.

"Ja, dan komt de lentezon opnieuw weer terug. Zij laat de witte deken smelten. Zij laat de grashalmen weer groeien. Zij laat de bloempjes weer bloeien. Daarna maakt zij plaats voor de zomerzon die in de zomerperiode de aarde intenser verwarmd," antwoordde de moederbeer.

"En zijn wij dan groot gegroeid?' vroeg het grootste berenjong.

"Ja, dan zijn jullie groot gegroeid. Jullie zullen mij als de zomer ten einde is gaan verlaten!" antwoordde de moederbeer.

"Ach, kom nou! Ik verlaat mijn moeder nooit!" weersprak het grootste berenjong haar.

"En ik ook niet!"

"Nee hoor, ik net zo min," lieten de twee andere berenjongen daar op volgen.

De moederbeer gromde even. Het was een grom die een verdrietige klank bevatte. Een klank dat niet paste bij een dergelijk krachtig lichaam van een grizzlybeer.

"Jawel, lieve jongetjes. Jullie gaan mij verlaten. Het is dan de tijd om je eigen weg te gaan. Jullie zijn dan geen kleine jongetjes meer," antwoordde de moederbeer met een zachte brom die veel liefde voor haar jongen liet horen.

"En als wij dat niet willen?" vroeg het kleinste berenjong.

"Jullie willen dat wel. De natuur zegt tegen jullie dat de tijd is aangebroken om een eigen leven te beginnen. Daar kom je niet om heen!" sprak de moederbeer wijs.

"Vind jij het erg als wij gaan?" vroeg het een na kleinste berenjong.

"Elke moederbeer vindt dat erg. Ik ook. Maar omdat ik zo intens van jullie houd, laat ik jullie gaan," antwoordde de moederbeer.

Het werd stil op het plekje bij de rivier. Geen enkel berenkeeltje weerklonk. Ook de berenkeel van de moeder zweeg. Je hoorde alleen het bruisende kolkende water van de rivier.

Je hoorde de roep van de Amerikaanse zeearend. Je hoorde het ruisen van de grashalmen.

"We zullen zoveel mogelijk genieten van elkaar!" verbrak het kleinste berenjong de stilte temidden van de natuurgeluiden die de stilte niet verstoord hadden.

"Zeker weten!" bevestigde de moederbeer.

Opnieuw bezat haar bromgeluid een weemoedige liefdevolle klank.

 

De zomerperiode maakte plaats voor de herfstperiode.

De herfst schilderde het berenplekje langs de rivier in ontelbare warme kleuren.

De herfstwind blies alle kleuren weg, toen de winterperiode naderde.

Het werd kouder.

De eerste sneeuwvlokken begonnen te vallen.

Toen de winter zijn intrede deed was de witte deken terug gekeerd. Zij had alles geruisloos bedekt.

De moederbeer met haar drie berenjongetjes hadden zich in hun hol terug getrokken.

Zij waren in een diepe winterslaap geraakt.

Toen de winterperiode teneinde was keerde de lentezon terug.

Het verwarmde het hol van de berenfamilie.

Vier paar berenogen aanschouwden de stralen van de lentezon.

Vier grizzlyberen verlieten het hol.

Ze keerden terug op hun plekje bij de rivier en deden zich tegoed aan de vissen die in de rivier rond zwommen. Het was een meesterlijk gezicht hoe zij de vissen uit het kolkende stromende water konden halen.

De vier beren bleven hun plekje trouw, ook al kenden zij elk plekje langs de rivier.

De lentezon maakte plaats voor de zomerzon.

De bloempjes tussen de grashalmen op het geliefde plekje van de berenfamilie waren niet meer te tellen.

De grizzlyberen koesterden zich in de zomerzon.

Zij koesterden zich ook in de laatste zomerse zonnestralen toen de herfstperiode zich aankondigde.

Maar toen brak de dag aan waarop moeder Natuur tegen de drie berenjongen zei dat ze moesten gaan om hun eigen levensweg te gaan bewandelen.

De drie grizzly jongen waren robuuste sterke kerels geworden.

Ze namen afscheid van hun moeder die hen gebaard en hen zo goed verzorgd had.

Daar gingen ze.

Ze werden door hun moeder nagestaard terwijl zij op haar achterpoten stond.

De grashalmen en de laatste bloempjes weken uiteen bij de stappen die haar jongens zetten.

Op een gegeven moment waren haar jongens uit haar gezichtsveld verdwenen.

"Ja," sprak zij, "ik laat jullie gaan, omdat ik zo ontzettend veel van jullie houd......."

 

Els - 24 januari 2011.

 

----------------------------------------------------------

 

Vertelling ~ 2 ~ indiaan ~ Amerikaanse zeearend.

 

 

White Feather en White Eagle. 

 

Toen de avondzon de natuur in een rode gloed zette zat Floyd Montana met zijn zoon Graham op een stapel rotsblokken die her en der op zijn land verspreid lagen.

Floyd's getinte huid vertoonde de eerste groeven door de fysiek zware arbeid op zijn land.

Floyd was farmer.

De farm kon hij de zijne noemen.

Voorheen had hij met zijn ouders gewoond in het reservaat die voor indianen bestemd was.

Doelbewust had hij het reservaat verlaten om zich beter te kunnen ontplooien in de wereld van de overzeese blanke medebewoners.

Vele generaties waren hem voor gegaan die Noord-Amerika, grensend aan Canada, bevolkt hadden.

Ook hij was dat deel van de Verenigde Staten trouw gebleven.

Hier lag zijn roots.

Vaak vertelde hij zijn tien jarige zoon Graham over zijn familie. Via overlevering wist hij er veel van. Hij wilde op zijn beurt dit ook aan zijn zoon doorgeven.

Zij mochten nooit hun cultuur en erfgoed verliezen.

Zwaar was daarvoor gestreden. Zij hadden er een hoge prijs voor betaald.

Achter het hekwerk die de begrenzing van de landerijen aangaf weerklonk het jankende geluid van een wolf.

Het geluid hoorde bij de natuur.

"Mooi hé, vader," zei Graham, doelend op het jankende geluid van de wolf.

Vader en zoon hielden van de natuur.

Indianen leefden dicht bij de natuur. Zij begrepen feilloos de rauwe en naakte natuurelementen zoals het tot hen kwam.

"Heel mooi, Graham. Het huilen van de wolf vertelt je het verhaal van dit dier. Het is een boodschap voor zijn roedel," legde Floyd Graham uit.

"Ik wil je nu gaan vertellen waarom mijn overgrootvader White Feather genoemd werd," begon Floyd na een korte stilte.

Graham spitste zijn oren.

Zijn vader kon beeldend vertellen.

Graham was trots dat hij een indiaan was. Zijn familie was onderdeel van een rijke Amerikaanse geschiedenis.

"Mijn overgrootvader White Feather was een wijs man. Maar hij was ook een dapper man.

White Feather was een krijger,“ begon Floyd.

“Je kon altijd op hem rekenen. Hij vocht tegen andere stammen ter verdediging van zijn eigen stam. Hij vocht tegen de blanke overzeese mensen die ons land steeds meer bevolkten. Hij vocht voor het voortbestaan van de gehele stam. Dat nam niet weg dat ook hij uiteindelijk gedoemd was om in een reservaat te gaan leven om zijn stam, zijn cultuur en zijn familie te redden.

Zijn hoofdtooi was rijkelijk versierd met welverdiende adelaarsveren.

Deze roofvogel is het symbool van liefde, vriendschap, moed en eer. De sterke verbondenheid met de natuur zorgde ervoor dat White Feather daar oog voor had, en daarom respect had voor alles wat de natuur hem bood.

Zijn naam White Feather had hij te danken aan zijn moed en wijsheid. Maar zijn naam zou een nog grotere betekenis krijgen.

White Feather begreep de mysterieuze krachten van de adelaar. Uren kon hij naar deze vogels kijken als hij op zijn geliefde plek was. Deze plek is niet ver van onze farm vandaan.

Deze vogel wordt als de tastbare vorm gezien van de WakinYan, hij die mysterieus spreekt.

De adelaar is het wezen dat zich tussen de mens en de grote geest bevindt.

De Watantanka.

White Feather verstond de taal.

Hij stond heel dicht bij de adelaars!

Op een dag toen White Feather weer op zijn geliefde plek zat genietend van alles om hem heen,

daalde er plotseling een adelaar bij hem neer.

Ze keken elkaar recht in de ogen. Daarmee vertelden zij elkaar heel veel.

White Feather wist dat deze adelaar voor hem kwam.

Dit werd hem zojuist verteld.

Tijdens de daaropvolgende bezoeken van White Feather op diens geliefde plek wist hij zich vaak

in het gezelschap van de adelaar. White Feather wist dat de vogel hem beschermde.

Toen kwam het jaar van geen buffalo.

De overzeese blanke medebewoners hadden in de negentiende eeuw de bizon nagenoeg uitgeroeid. Wij indianen hadden respect voor deze runderen. Wij hadden hen nodig voor hun huiden

en vlees. Zij voorzagen ons in onze levensbehoeften. De blanken verstoorden het evenwicht tussen de mens en de elementen van de natuur. De kolonisten hadden teveel oog voor vooruitgang

en verloren te vaak het respect voor de natuur uit het oog.

Wij indianen niet. Wij waren één met de natuur. En nu zijn wij dat nog.

In dat jaar van geen buffalo kon White Feather zijn familie niet kleden en voeden terwijl de winter naderde.

Hij zat op zijn geliefde plek toen de herfst zijn schreden al had gezet.

De adelaar daalde weer vlakbij hem neer.

"Hoe moet ik de winter door? Het is het jaar van geen buffalo. We zullen de warmte van de bizonhuid missen. We zullen het vlees van de buffalo niet kunnen eten. Hoe moeten we overleven?"

sprak White Feather.

De adelaar keek mijn overgrootvader met diens doordringende blik aan.

White Feather zag dat.

Ze begrepen elkaar.

De volgende dag liep er een kleine kudde bizons door het grasland op de geliefde plek van White Feather. Toen hij daar aankwam zag hij de kleine kudde.

De adelaar kwam aangevlogen en riep naar hem met diens schelle overduidelijke klank.

Hij streek nabij hem neer. Ze keken elkaar aan.

White Feather wist toen dat de adelaar hem en zijn familie voor deze winter had gered.

Vanaf dat moment noemde White Feather de adelaar White Eagle en werd er een legende geboren.

Het respect voor mijn overgrootvader die men reeds voor hem had werd daarmee vergroot.

Zijn naam White Feather werd met eerbied uitgesproken.

Graham, ik ken de plek. We zullen er morgen heen gaan, " besloot Floyd.

Diep onder de indruk van dit verhaal zei Graham: "O vader, ik wil maar wát graag de geliefde plekvan White Feather zien!"

 

De volgende dag wandelden Floyd en Graham in de natuurrijke omgeving waar landbouwgebieden, bergmassieven, kronkelende rivieren en bossen in harmonie met elkaar samenleefden.

Ze bereikten de plek.

Op enkele omgevallen boomstammen gingen zij zitten.

"Ongelofelijk dat de plek er nog is!" stelde Graham vast.

"Dat is bijzonder!" vond Floyd.

Ze hoorden het huilen van de wolven.

Ze hoorden de roep van de Amerikaanse zeearend.

Opeens kwam er een aangevlogen. Hij scheerde laag over het landschap. Hij kwam naderbij.

Zijn roep werd luider.

Plotseling streek hij vlak bij hen neer.

Floyd en Graham keken elkaar verbaasd aan.

"W....White Eagle?" vroeg Graham onthutst en keek de adelaar in de ogen.

De adelaar riep terug. Zijn klank was onverbiddelijk. Het leek op een bevestiging.

Alledrie keken ze elkaar lang in de ogen.

De vogel gedroeg zich welhaast onnatuurlijk zo dicht bij de mens.

Onverwachts vloog hij op.

Zijn schelle roep doorkliefde het dal waarin zij zich bevonden.

"Hij laat iets achter!" riep Graham. Hij sprong op en liep naar de plek waar de adelaar gezeten had. Graham raapte datgene op wat de adelaar achter gelaten had.

Hij gaf het aan zijn vader.

Het was een adelaarsveer van een hoofdtooi.

Aan de houder die in de tooi bevestigd had gezeten las Floyd "White Feather ~1893."

Het was het jaar van geen buffalo. Het was het jaar dat er nog slechts 500 bizons in het wild leefden.

Het was het jaar waarin de adelaar White Feather bizons gaf, en de adelaar zijn naam kreeg.

"Van White Feather?" vroeg Graham ontroerd.

Zijn vader knikte.

Tranen rolden over Floyd’s wangen.

"Over dertig jaar," zei hij, "luiden wij de 21ste eeuw in. We kunnen de toekomst met een gerust hart tegemoet treden. Ik heb dan de farm in jouw handen gelegd, Graham.

Ook wij zullen de WakinYan steeds beter gaan begrijpen.

White Eagle is met ons,"......

 

De legende had een vervolg gekregen....

 

Els ~ 22 februari 2011.

----------------------------------------------------------

Vertelling ~ 3 ~ leeuw. 

 

 

  King...........................

 

Zijn gehele fysieke voorkomen dwong respect af.

King bezorgde de dierentuin, waar hij een groot onderkomen had, veel bezoekers. Elke dag wist hij de belangstelling van vele mensen te trekken die hun ogen niet van hem konden afhouden.

Dat liet King ook gemakkelijk toe. Hij lag meestal in het midden van zijn buitenverblijf op een plateau die bestond uit grove bruin getinte tegels.

King zag de mensen maar hij nam ze niet echt in hem op. Hij had alleen oog voor zijn verzorger.

Hij voelde dat deze man van hem hield.

Zijn verzorger had hem de naam King gegeven.

Deze leeuw woonde nu twee jaar in een dierentuin gelegen in Nederland ver van zijn roots vandaan.

King bekeek de mensen niet die dagelijks naar hem toekwamen, omdat hij continue droomde over het prachtige land waar hij vandaan kwam. Dat was wat hij voortdurend op zijn netvlies zag staan. Zijn hart lag in Zuid Afrika waar het Nationaal Park Kruger lag. Het park lag ten noord-oosten van dit mooie land en werd in 1898 door Paul Kruger gesticht. Het droeg toendertijd de naam Sabie Game Reserve.

King verlangde elke dag naar de uitgestrekte savannes. Hij voelde nog altijd het gras dat tussen zijn poten kriebelde omdat het grasland hem die gelegenheid bood.

Hij was geslachtsrijp toen hij zich meester had weten te maken van een groep welke hij vanaf dat moment de zijne kon noemen. Een ander mannetje had hem binnen de groep vrijwel meteen geaccepteerd. Hij zag dat King een leider was, en dat er met hem niet te spotten viel.

Toen kwam de dag dat King oog kreeg voor een prachtige leeuwin binnen de groep. Alle andere leeuwinnen konden niet aan haar tippen. De leeuwin voelde zich gevleid.

Vanaf dat moment weken zij niet meer van elkaars zijde.

Maar daar was plotseling die fatale dag.

In het kader van een uitwisselingsprogramma van de mens werd King uit de groep gehaald!

Zijn pas verworven vrouwtje moest lijdzaam toezien hoe King in een grote transporter geladen werd.

Via een open getralied deel van de cabine keken zij elkaar nog één keer aan.

King gaf een oorverdovende brul.

De grote transportwagen verliet King’s territorium en verdween uit het zicht.

De leeuwin bleef verbouwereerd achter.

Het andere mannetje kreeg ogenblikkelijk oog voor haar. Maar zij niet voor hem.

Dit was nu twee jaar geleden.

King woonde nu in een dierentuin waar hij zijn dagelijks eten opgediend kreeg. Hij miste de groep, en het ontzag dat men voor hem bezat. En hij miste zijn vrouwtje enorm die hij toendertijd nog niet lang verworven had.

Wat verlangde hij toch naar het weids uitzicht dat zijn territorium hem bood. Daarin kon hij rennend grote afstanden afleggen. Daarin kon hij in de schaduw van een boom liggen en heerlijk slapen.

Het waren momenten waar hij voor koos. Nu viel er niets meer te kiezen.

Zijn vrijheid was hem afgepakt.

Een jaar geleden kwam er een leeuwin in zijn verblijf bij hem wonen.

Hij had haar niet gekozen. Dat hadden de mensen voor hem gedaan.

Daarom accepteerde hij deze keuze niet.

De leeuwin werd dan ook spoedig bij hem vandaan gehaald.

King was toen weer alleen. Dat te beseffen gaf hem enorm veel verdriet. Hij snakte naar zijn thuisland

Daar waar het leven goed was.

Hij snakte naar zijn eigen mooie vrouwtje.

 

Erik bracht dagelijks het voedsel naar King. Dat liet deze leeuw gewillig toe. Ze accepteerden elkaar.

Erik maakte King's verblijf schoon wanneer dit mooie dier naar zijn binnenverblijf gedirigeerd was.

Maar Erik deed veel meer.

Hij hield King ook in de gaten.

Totdat de dag kwam dat hij het besef kreeg dat King niet gelukkig was.

King straalde een leider uit.

Het was een dier met karakter. Maar dat wist hij direct al. Vandaar dat de naam King snel door hem bedacht werd.

Maar hij zag, naarmate de tijd verstreek sinds King hier kwam wonen, dat het sterke karakter van deze leeuw veel meer inhield.

Het was een dier die niet in gevangenschap kon leven.

De stilte die hem omringde vertelde je dat zijn lichaam schreeuwde en vol actie zat.

King's verdriet liet hem bijna bewegingloos op het plateau liggen.

Erik had gehoopt dat een leeuwin hem nieuwe levensvreugde zou geven. Maar zijn gezond verstand wist beter.

Erik kon dit alles niet langer meer aanzien.

 

Terwijl buiten een strakke blauwe lucht boven de dierentuin hing waar een felle zon scheen en de winterkou aangenamer maakte, stapte Erik vroeg in de morgen naar zijn werkgever.

De man was de directeur van de dierentuin.

Beiden konden buitengewoon goed met elkaar overweg.

"Goede morgen, Stijn. Ik moet met je praten!" begon hij.

"Goede morgen, kerel. Ga zitten!" nodigde Stijn hem uit, en wees naar een stoel.

"Dank je," en Erik nam achter het bureau van Stijn op diens kantoor plaats.

"Ik sla onze leeuw King dagelijks gade. Ik vrees dat we hem moeten laten gaan. Men heeft in Zuid Afrika een grote leider binnen de groep weggehaald. Het is een dier met een enorme sterke wil. Een dier met karakter. Daarom weigert hij hier een leeuwin. Hij weigert om zich echt in beweging te zetten, alleen wanneer het noodzakelijk is. Hij eet en drinkt omdat hij wil leven,omdat hij weet dat hij terug moet gaan naar daar waar hij vandaan komt. Dan pas zet hij zich weer beweging.

Als King hier blijft zal hij echter niet oud worden. Dat weet hij niet, maar ik als mens wel!"

Stijn keek Erik doordringend aan. Hij had aan Erik’s lippen gehangen.

"Je bedoelt dat dit dier absoluut niet geschikt is om in gevangenschap te leven? En het dier is nog zo jong," bracht Stijn naar voren.

"Maar niet geschikt. Ik bemerk ook dat hij mij accepteert. En dat vind ik bijzonder, omdat King een oerdier is met karakter en die mogen wij niet breken.

Ik houd enorm veel van hem. Ik kan dit niet meer langer aanzien!" bracht Erik te berde.

"En als we toch weer een andere leeuwin proberen? Zoals je weet heeft Duisburg eventueel weer een leeuwin voor ons," opperde Stijn.

Erik schudde met zijn hoofd.

"Het heeft allemaal geen zin. King wacht op zijn vrijheid. Hij wil terug naar zijn thuisland!"

Na een kleine stilte besloot Stijn: "Ik kom hier nog op terug.”

"Dat is prima, " ging Erik hiermee akkoord.

Diezelfde dag nog zag Erik Stijn langdurig bij het verblijf van King staan.

De volgende morgen werd Erik bij hem geroepen.

"Ik weet dat King financieel aantrekkelijk voor ons is. Het is vooral ook het karakter dat dit dier uitstraalt en de mensen zo imponeert. Maar ik geloof elk woord van je, Erik. In de ogen van King

lees je een onuitsprekelijk verdriet.

Ik laat hem gaan!"

 

Nog geen maand later werd King geplaatst in een grote transporter. Hij herkende het.

Gewillig liet hij dit toe.

Maar moest hij naar een ander verblijf? Kon hij zijn vrijheid nu dan helemaal vergeten?

Toen King op het vliegtuig werd gezet werd hij toegesproken door zijn verzorger Erik.

Dat vond King opvallend. Ging hij met hem mee?

Hij zag opnieuw hoeveel deze man van hem hield. Hij liet hem niet in de steek.

King kon niet weten dat Afrika voor Erik bekend terrein was.

Eenmaal uit het vliegtuig na een lange vermoeiende vlucht, werd King weer in een grote transporter overgeheveld.

Er volgde een lange rit.

King kon niets zien.

Slechts bij het dak zaten roosters die hem verse lucht bezorgde. Maar King wist dat zijn verzorger met hem was.

Na vele kilometers werd King onrustig.

Telkens ontsnapte een enorm brulgeluid uit zijn keel. Zijn neus vertelde hem dat hij geuren rook die hoorde bij zijn thuisland!

Dit kon niet waar zijn!

Maar de geuren werden nadrukkelijker.

Toen kwamen de geluiden die zijn oren bereikten.

Het moest wel waar zijn!

De transporter stopte plotseling.

King was niet meer te houden!

De toegangsdeuren van de laadruimte werd door zijn verzorger geopend. De kooi in de ruimte werd door Erik ontgrendeld en open gezet.

King stoof rakelings langs hem af om via de laadruimte en de loopbrug de transportwagen te verlaten.

King keek rennend begerig om zich heen. Hij voelde het kriebelende gras tussen zijn poten.

Het was exact de plek waar hij zo lang geleden weg gehaald was. Daar waar hij met zijn groep woonde.

Toen stond hij stil.

Hij was thuis!

Voor hem lag een helling. Zijn blik was daarop gevestigd. Hij herkende de helling. Daar lag een groep leeuwen in de schaduw omdat de zomerzon heet was.

Het was zijn groep.

Hij kon de leeuwen moeilijk onderscheiden door de diepe schaduw waarin zij lagen.

Maar zouden ze hem nog accepteren!

Er was toen één mannetje. Dat was géén leider.

Maar was er soms een bijgekomen!

En bovenal, waar was zijn vrouwtje? Maar was zij nog de zijne!?

Hij was zo lang weggeweest.

Plotseling rees er een leeuwin op. Zij trad uit de schaduw.

Ze liep naar een voor King bekende plek.

Daar ging zij zitten. Ze keek om zich heen. Haar blik raakte plotseling gevangen in de ogen van King.

Daar zat ze. Zijn vrouwtje. Zij zat op de plek waar hij haar achter gelaten had.

Zij had al die tijd op hem gewacht!

Erik stond ondertussen ook buiten de transportwagen. De chauffeur was in de cabine blijven zitten samen met de wildparkbeheerder.

Erik volgde elke beweging van King.

Ook hij zag het vrouwtje. Had men King toendertijd van haar vandaan gehaald?

Erik wierp een blik op de wildparkbeheerder John Outshoorn. John had zijn ogen op het vrouwtje gericht.

Opeens stoof King weg, regelrecht naar de leeuwin die hem continue in de gaten hield.

Zij kwam ook in actie.

Ze renden op elkaar af.

"Hoe is dit mogelijk?" riep Erik.

King en zijn vrouwtje stoven in elkaars poten om vervolgens uitbundig in speelse schijnbewegingen en aanrakingen elkaar blij te begroeten!

Op de helling rees een leeuw op in de schaduw. Hij verliet de groep en betrad het zonlicht.

King zag dat.

Ze herkenden elkaar. De tijd leek stil te staan.

Ook nu werd King weer door hem geaccepteerd.

Hij was de leider.

Opeens keerde King zich om.

Hij rende regelrecht op Erik af.

Hij sprong omhoog en legde zijn enorme voorpoten op Erik's schouders. Een grote schurende tong gleed over Erik's wang.

Ze keken elkaar aan.

King wist dat hij dankzij deze mens zijn vrijheid voorgoed terug gekregen had!

Toen rende King terug naar zijn vrouwtje met zijn triomfantelijke wapperende manen.

Met haar keek hij Erik nog één keer aan. Daarna voegde King zich met zijn vrouwtje bij zijn groep.

Hij kon zich weer vrij bewegen.

Erik sloot de laadruimte van de transportwagen af en nam weer plaats in de cabine.

De transporter reed aan en verliet het territorium van King in het prachtige Nationale Park Kruger in Zuid Afrika.

Deze bijzondere leeuw zou Erik nooit meer vergeten....

 

Honderd dagen later werden er twee welpjes geboren tussen het hoge gras van het grasland nabij de plek waar King's vrouwtje twee jaar op hem had gewacht....

 

Els – 27 maart 2011.

 

----------------------------------------------------------

Vertelling ~ 4 ~ olifant.

 

 

Een modderbad.

Over de uitgestrekte vlaktes van de savanne in het Nationaal park Addo Elephant in Zuid-Afrika liep een grote kudde olifanten. De kudde bestond uit vrouwtjes met hun nakomelingen.

Het waren koeien met hun kalveren.

Ze waren op weg naar een drinkplaats die zij telkens feilloos wisten te vinden in het nationale park gelegen nabij Port Elizabeth in de Oost-Kaap.

Een vrouwtje met haar jong liep wat afzijdig.

De moeder keek telkens vertederd naar haar kind, een jongetje, maar ze verloor daarbij de kudde niet uit het oog.

Het jongetje keek zijn moeder telkens verwachtingsvol aan. Uit haar slurf vertelde zij vaak de mooiste verhalen. Zij kon je laten meebeleven wat zij als kalf en als volwassen olifant allemaal had beleefd. Moeder vond dat je daar veel van kon leren.

"Ik moet je iets bekennen!" slurfde het plotseling uit haar slurf.

De grote oorschelpen klapperden van haar jongetje.

"Vertel!" slurfde de kleine slurf.

"Als kalf en als jong meisje was ik best wel een bange meid. Ik durfde nooit voor mij zelf op te komen. Ik was echt een angstig olifantje!

"Nu wel, hé moeder," slurfde slurfje.

"Nu wel, mijn klein kereltje. Nu durf ik wel voor mij op te komen. Omdat we weer naar onze drinkplaats gaan herinner ik mij weer het volgende," begon moeder.

Het jongetje spitste zijn oren ook al waren de bochtjes rond, op een hoekje na.

"Ik was nog een kalf. Een jongetje in onze groep had het altijd op mij gemunt. Altijd wist hij me te vinden om me te plagen. Omdat ik niets terug durfde te doen, was ik een gewillig slachtoffer voor hem.

Op een dag nam hij me weer te grazen. Ik stond me te badderen toen dat jongetje mij weer wist te vinden. Ten overstaan van iedereen binnen onze kudde spoot hij me helemaal onder de modder. Ik kreeg van hem een modderbad!"

"En wad deed jij toen?" slurfde het kleine slurfje.

"Ik droop letterlijk en figuurlijk af. Veel en veel later durfde ik pas voor mij zelf op te komen. Van dat jongetje had ik geen last meer," besloot moeder haar relaas.

"Het is maar goed dat zoiets mij nooit overkomen is!" vond het kleine slurfje.

Moeder en zoontje bereikten samen met de kudde de drinkplaats. Daar konden zij uitgebreid hun dorst lessen en zich badderen.

Het kleine slurfje stond op een gegeven moment bijna in het midden van de waterpartij die gelukkig niet te diep was.

Plotseling klonk er een schetterend geluid uit een andere kleine slurf. Niet veel later kreeg het olifanten jongetje een waar modderbad over zich heen! Een orkest van een schaterend slurven orkest viel hem ten deel.

Het jongetje schrok hevig en keek verbouwereerd om zich heen. Hij zag de blik van zijn moeder die ook geschrokken was.

Snel liep hij naar haar toe. Met zijn slurfje spoot hij ondertussen de meeste modder van zijn  ronde lijfje af.

"Wie deed dat?" slurfde hij aan zijn moeder.

Zijn moeder wees. Hij keek haar slurf achterna.

Een eindje verder aan de waterkant stond een klein olifanten meisje schaterend tetterend te lachen.

"Een meisje!" slurfde slurfje onthutst.

Van een verdedigingstactiek was plotseling geen sprake meer.

Zijn moeder knikte en moest een slurflachje onderdrukken.

"En wat voor een meisje!" voegde het kleine slurfje daar nog aan toe.

"Durf jij je niet te verdedigen omdat zij een meisje is? " vroeg zijn moeder.

"Eh....'k weet niet....eh...," hakkelde het kleine slurfje.

"Kom, we gaan een kleine wandeling maken," stelde zijn moeder hem voor. Het laatste restje

modder spoot zij van zijn lijfje af.

Ze zag hoe haar kleine jongen telkens achterom keek toen ze aanliepen.

Op een gegeven moment hadden ze de kudde achter zich gelaten.

 

De kleine wandeling deed het olifantje erg goed.

"Ik ken dit meisje niet. Ze is niet van onze kudde. Misschien kom ik haar niet meer tegen!' slurfde het kleine slurfje.

"Je bent haar nu ook tegen gekomen," gniffelde zijn moeder.

"Ja maar....," spetterde hij tegen.

"Dus je vindt het niet erg als je haar niet meer tegen komt?" vroeg zijn moeder.

"Eh.....'k weet niet....,"

"Zij heeft jou notabene een modderbad gegeven en jou voor slurf laten staan!" schetterde zijn moeder. Maar een slurfgiecheltje kwam daar achteraan.

"'k Weet niet," hakkelde het kleine slurfje weer.

"Ik zal jou eens iets vertellen, lief kereltje van me. Jij vindt haar leuk, ook al heeft ze jou voor slurf laten staan. Wie weet komt daar straks, als jij groot bent, wel iets moois uit voort."

"Uit modder?" begreep het kleine slurfje haar even niet.

"Iets moois tussen jou en haar!”

"Ach moeder toch. Na dat modderbad?" slurfde slurfje, maar zijn ogen vertelden zijn moeder iets anders.

"Uit dat modderbad. En ik zal het nog een beetje spannender voor je maken. Naast haar zal jij nog meer mooie meisjes krijgen!"

Toen viel er een slurfstilte.

"Moeder, jij maakt het wel helemaal slurvig!' riep het olifantjong plots uit.

"We zullen zien!" riep zijn moeder. En een trompetgeschal vanuit haar slurf viel hem ten deel.

 

Misschien is over tien jaar een bezoek aan het Nationaal park Addo Elephant geen overbodige luxe, om te achterhalen of moeder olifant gelijk gekregen heeft.....

 

Els – 25 april 2011.

----------------------------------------------------------

 

Vertelling ~ 5 ~ paard.

 

De wijde vlakte.

 

In de staat Nevada van de Verenigde Naties van Amerika strekte zich een wijde vlakte uit tussen het prachtige bergachtige gebied.

De staat grenst ten noorden van de staten Oregon en Idaho.

Op de wijde vlakte graasde een grote groep wilde paarden. Deze graasdieren deden niets liever dan happen in het rijkelijke gras.

Daarnaast draafden zij graag tussen de bergkammen in de wuivende halmen van de grasvlaktes.

De groep paarden werd beschermd door een zwarte hengst.

Het was een groot sterk dier, wiens vacht glom in het zonlicht en wiens spierbundels getuigden van een dier met lef, en een dier waar je voor diens kracht beter een stapje opzij kon doen.

Het zwarte paard was altijd alért. De groep viel onder zijn bescherming. Hij was de leider.

Nevada kende uitgestrekte vlaktes, maar de mens rukte overal op.

De zwarte hengst hield al enige tijd angstvallig in de gaten hoe de mens grenzend aan hun grasvlakte bezig was een breed grijs lint door het landschap heen te trekken.

De hengst voelde ook de onrust binnen de groep.

Naast en op het grijze lint verplaatsten zich zwaar ronkende voertuigen.

De mens was vaak rumoerig. Zij overstemden de stilte van de natuur.

Naast dat grijze lint verrezen gebouwen.

Het lint was in feite een snelweg.

De mens had vaak geen rust. Zij wilden zich het liefst snel verplaatsen. Zij leken nooit genoeg tijd te hebben.

De zwarte hengst hield de hardwerkende rumoerige mensen nauwlettend in de gaten.

Er vond zich een verstoring plaats binnen de groep paarden. Hun natuurlijke evenwicht raakte uit balans.

 

Toen kwam de dag dat de snelweg in gebruik werd gesteld.

Veel mensen waren op de been.

De gebouwen langs de weg bleven.

De zwarte hengst had zich van de groep paarden enigszins verwijderd. Hij stond hoog op de helling en hield het gehele tafereel van de mensen in de verte in de gaten.

Waar eerst de geluiden van zware motoren ronkten van de voertuigen die dat grijze lint meehielpen aanleggen, klonken nu de motoren van een lager kaliber, omdat de voertuigen dat ook waren.

Het waren de auto's die voortaan het wegdek bevolkten.

Er klonk ook muziek.

Het waren ontelbare klanken dat de mens kon maken als er iets te vieren viel.

Er kwam een auto aangereden. Deze leek niet zoveel haast te hebben. De auto stopte op het lint daar waar het mocht.

Er kwam een vrouw uit de auto. Zij had een verrekijker bij zich.

Opeens stond de zwarte hengst oog in oog met de vrouw die uit de auto gestapt was.

Zij bleef lang naar dit prachtige dier kijken. Zij had geen oog voor al dat menselijk rumoer.

Zij had alleen maar oog voor datgene wat zich rondom de snelweg bevond. Zij had oog voor de groep paarden en de zwarte hengst.

Dit dier viel op door zijn enorme kracht dat het uitstraalde.

Hinnikend sprong het zwarte paard omhoog en dartelde vervolgens speels over de grasvlakte.

Hij zag hoe zij hem daarin volgde.

Er klonk applaus onder de feestende mensen, omdat de opening van de snelweg een feit was.

De zwarte hengst stopte abrupt zijn speelse draf en keek naar al dat rumoer van de mensen bij de snelweg.

Hij zag vervolgens hoe de vrouw weer in haar auto stapte en de wagen keerde om weer weg te rijden in de richting van waar zij gekomen was.

 

De onrust in de groep bleef.

De zwarte hengst wist dat hij iets moest gaan ondernemen om de rust binnen de groep terug te krijgen.

De dag brak aan waarin de zon nadrukkelijk aan de hemel stond.

Het gras wuifde in de warmte van de zon.

De zwarte hengst begon rondom de groep te rennen. Hij bleef daar mee door gaan.

De groep paarden begreep de lichaamstaal van hun leider. De paarden begonnen zich te verplaatsen in de richting waar hun sterke leider hen naar toe wees.

Kort daarna joeg de grote groep door de wijde vlaktes. Bergkammen leken zich snel te verplaatsen omdat de paarden onder hun hoeven zich in een hoog tempo voort bewogen.

Nevada kende vele vlaktes tussen de bergketens.

Plotseling stopte de zwarte hengst zijn draf.

Hij keek om zich heen. Hij en de groep waren inmiddels ver verwijderd van het grijze lint van de mens. De mens was hier nergens als zodanig te bekennen.

Briesend van geluk snoof de hengst de verkwikkende lucht op. Hier was het leven voor de groep goed.

De groep paarden schaarden om hun leider heen.

Zij konden zich weer een voelen met de natuur.

De rust keerde terug en het happen in het malse gras voelde goed.

 

Een paar weken later ontwaarde de zwarte hengst een auto op een zandweg. De weg was in de jaren her uitgesleten door de mens die zich daarover een weg baande door de natuur.

De auto stopte.

Er kwam een vrouw uit met een verrekijker.

De zwarte hengst herkende haar.

Hun blikken vonden elkaar weer.

De hengst begon te hinniken en schudde vrolijk met zijn hoofd.

Deze mens, wist hij, kwam enkel en alleen voor de mooie natuur en de paarden die er woonden.

Deze vrouw was met hen begaan.

Zij hield van de rust. Zij hield van hen.

 

Maanden later legde ik deze prachtige zwarte hengst op tekenpapier vast......

 

                             

Els – 23 mei 2011.

---------------------------------------------------------

Vertelling ~ 6 ~  gorilla.

 

Nooit vergeten.

 

Tussen de hoge begroeiing op een van de hellingen van het Virunga-gebergte in Republiek Rwanda wandelde een robuuste berggorilla.

Het was een zilverrug.

Dit mannetje was de leider van een familiegroep die uit dertig dieren bestond.

De ondergeschikte mannetjes, met een zwarte rug, hadden respect voor hem.

Deze mooie zilverrug had door de mens de naam Virunga gekregen, omdat hij thuis hoorde in het prachtige gebergte wiens naam hij daarom mocht dragen.

Het gebergte is gelegen in de grensstreek van de Democratische Republiek Kongo.

Het deel waar Virunga leefde is gelegen tussen de Kongolese bergen Mount Mikeno en Mount Karisimbi.

Virunga wandelde er niet alleen. Hij had zijn zoon van anderhalf jaar bij zich.

Dit kereltje had van de mens de naam Banga gekregen.

Dit was de naam van zijn overleden grootvader ook een trotse zilverrug.

Banga keek tegen zijn vader op. Zijn vader was een fantastische leider die voor niets en niemand bang was. Hij beschermde de groep tegen elk gevaar. Ook het gevaar van de stropers die zich onder de mensen bevond.

Banga wandelde graag met zijn vader. Virunga kende de weg op zijn duimpje.

Heel vaak sprak hij tegen Banga met veel eerbied over diegene die hen ook beschermde.

Dat was een mens.

Banga hoorde dat graag. Het vertellen over deze mens en de opvoeding die Virunga tevens zijn zoon gaf, was een prettige mengeling voor Banga om veel te kunnen leren van zijn vader.

"Pas op, het pad is hier smal!" waarschuwde Virunga zijn zoon.

"Ik zal opletten, vader!" waarna Banga behoedzaam zijn voetstappen bepaalde.

"Zij die ons ook altijd beschermde volgde elke stap van ons. Niets mocht ons overkomen," voegde Virunga daaraan toe.

"Was deze mens bijzonder?" vroeg Banga.

"Ja, deze mens was bijzonder. Deze persoon is helaas niet meer onder ons," beantwoordde Virunga zijn zoon. Banga wist dat laatste al. Vaak herhaalde zijn vader deze woorden, omdat zijn verdriet nog altijd groot was dat deze beschermer onder de mensen niet meer met hen was.

Onderweg kwamen ze andere berggorilla’s tegen behorende bij hun groep.

Virunga en Banga wandelden samen verder tussen de weelderige begroeiing door. Daar waar de begroeiing even stopte kon je de dalen zien liggen die versluierd was met een lichtgrijze deken.

Het was de mist die zo beroemd geworden was dankzij de mens die hen beschermd had.

Banga wist van nature dat hij over een half jaar zijn ouders ging verlaten om een eigen leven op te bouwen. Hij keek daar naar uit. Maar graag wilde hij nog veel van zijn vader leren.

Opeens weerklonk er een gil.

Ogenblikkelijk keek Virunga achterom, naar daar waar zijn zoon zich bevond. Maar hij zag hem niet meer.

Paniek sloeg om zijn hart.

De angstige gil was afkomstig van Banga!

Virunga zocht de grond af waar hun voeten gelopen hadden.

Toen zag hij wat er gebeurd was.

Het dicht begroeide pad waar zij wandelden liep rakelings langs een ravijn. Virunga verweet zich zelf niet oplettend genoeg geweest te zijn. Hij kende immers elke centimeter van zijn leefgebied.

Met zijn grote sterke handen duwde hij de dichte begroeiing opzij, daar waar de grond slipsporen liet zien die naar het ravijn leidde. Het gaf Virunga een vrij blikveld.

Angstig keek hij naar beneden.

Het ravijn was diep en de mist had er grip op.

Hij zag zijn zoon in eerste instantie niet. Totdat een beweging zijn ogen ving. Op een uitstekende rots van de steile helling aan zijn kant stond Banga verstijfd van schrik.

Banga zag zijn vader.

"Help me!" riep hij.

"Ik kom zo terug. Ik help je. Blijf kalm!" riep Virunga. Daar vertrouwde Banga op.

Virunga zocht tussen de begroeiing naar een dikke lange tak. Dat vond hij. Hij brak met het grootste gemak de tak van de enorme boom af. Snel rukte hij de zijtakken met het gebladerte daar vanaf. Toen dat gedaan was liep hij snel terug naar de plek waar zijn zoon naar beneden

gevallen was.

Virunga zette zich schrap en liet de tak naar beneden zakken, daar waar Banga op de uitstekende rots neergekomen was.

Virunga hoopte dat de tak lang genoeg was. De tak bleef boven Banga hangen.

"Strek je armen!" riep Virunga, "en grijp je aan de tak vast!"

Moeizaam greep Banga de tak boven hem vast. Hij kon er amper bij. Maar Banga liet zien dat hij inmiddels een sterke man aan het worden was. Hij hees zich aan de tak omhoog en klemde zijn voeten er omheen.

Virunga trok uit alle macht behoedzaam de dikke tak omhoog. Hij toonde hiermee zijn enorme kracht. Daarmee redde hij zijn zoon.

Ze vielen in elkaars armen.

"Het spijt me vader, dat ik niet goed heb opgelet."

"Nee jongen van me, ik had moeten opletten. Ik had je moeten waarschuwen. Maar gelukkig, je was op een uitstekende rots terecht gekomen. Dat is je eerste redding geweest. Tja......

de mens die ons beschermde had ook jou gered als het op haar pad terecht gekomen was,"

zuchtte Virunga. Hij was blij dat dit zo goed afgelopen was! Het gevaar van de natuur had zich heel dicht bij hen getoond.

"Waar is deze mens nu, deze beschermer?" vroeg Banga, bijkomend van de schrik.

"Kom, dan gaan we er heen," stelde Virunga zijn zoon voor, “het wordt tijd dat je dit ook weet."

Ze vervolgden hun weg.

Het leidde hen naar het Karisoke Research Centre.

In het groene gebied stond Virunga plotseling stil.

Hij liep naar een aantal graven die daar aanwezig waren. Maar één in het bijzonder.

Hij zakte door zijn benen.

Banga ging naast hem zitten.

"Hier ligt deze mens, onze beschermer, begraven. Haar lichaam is hier. Haar geest woont ver boven ons. Wie weet ziet zij ons nog altijd met een beschermende blik,” zei Virunga.

Banga was diep onder de indruk.

Hij had ervan gehoord dat de mens een overleden mens ter aarde legde, maar nu werd hij er direct mee geconfronteerd.

"Zij vergeet ons niet. Wij vergeten haar nooit!" zei Banga wijs.

"Dat heb je heel goed gezegd, mijn zoon!" en Virunga was trots.

 

Vaak werden deze twee gorilla's bij het graf gezien.

Zelfs toen Banga zijn ouders verlaten had, om een eigen leven te gaan leiden.

Hun blikken waren immer op de grafsteen gericht.

Daarop was te lezen in mensentekens:

 

                     Dian Fossey.

 

                                      1932 - 1985

                             No one loved gorillas more.

 

  

Els – 24 juni 2011.

---------------------------------------------------------

Vertelling ~ 7  ~ reuzenpanda.

 

 

Eigenwijs.

In de ondoordringbare bamboewouden van het Tibetan Plateau van Tibet, nu ingelijfd door China, zat een reuzenpanda met een bamboetak tussen haar voorpoten. Dit grote moederdier was in gezelschap van haar jong die geduldig de verrichtingen gadesloeg van haar moeder.

Het jong was een meisje.

Het plateau waar zij beiden thuishoorden kende 22 reservaten.

Moederpanda en meisjepanda woonden in het Wanlang Nature Reserve.

Reuzenpandas leven hoog in de bergen op zo'n 1400 á 4000 meter. Ze eten voornamelijk bamboe.

Het was er rijkelijk aanwezig.

Soms wordt een visje verschalkt, bloembollen en wortelen. Maar voor bamboe vallen zij als een blok met hun enorme lijf.

Het Tibetan Plateau is gelegen tussen de Himalayas in het zuiden en de Tablamakan Desert in het noorden.

Terwijl de lucht boven hen grijs bewolkt was zag meisjepanda hoe haar moeder elk blaadje van de bamboe afhaalde met haar rechtervoorpoot. Vervolgens scheurde zij met haar tanden de dunne bast van de stam af.

De maaltijd kon beginnen.

Meisjepanda was nu 1 jaar oud. De melk van haar moeder had ze niet meer nodig. Over 8 maanden zou ze haar moeder verlaten, maar daar had ze nu nog geen weet van.

Moederpanda brak de stam doormidden. De ene helft hield ze zelf, de andere helft gaf ze aan haar meisje.

Smakelijk werd ervan gegeten.

"Mamma, waarom eten wij toch altijd bamboe?" vroeg meisjepanda aan haar moeder.

"We eten ook weleens vis en bloembollen....," haakte moederpanda daarop in.

"Heel soms," voegde meisjespanda daaraan toe.

"Dat is waar," moest moederpanda toegeven.

"Bamboe is voor ons het gezondste voedsel," antwoordde moederpanda, "en het lekkers te," voegde ze daar smullend aan toe.

"Waarom?" bleef meisjepanda doorvragen.

"Daarom. Het is nu eenmaal zo. Het behoort tot de panda-categorie moeilijke vraag, moeilijk antwoord," legde moederpanda haar meisje verder uit.

"Als bamboe zo gezond is, waarom kunnen in dierentuinen de pandas 30 jaar oud worden, en wij hier in het wild 14 á 20 jaar. Omdat wij zo'n wilde rakkers zijn?" De vraag kwam voor moederpanda uit de onverwachte pandahoek.

"Waar haal jij die wijsheid vandaan?" vroeg moederpanda verbaasd.

"Gehoord van pappa."

Er viel een stilte.

Je hoorde het smakelijke geknabbel door het eten van de bamboestam.

"Wij leven hier ook erg gezond. Dus maak je je maar geen zorgen, " wist moederpanda even niet echt wat te antwoorden.

Opnieuw viel er een stilte.

"Ik begin het bamboe-eten een beetje beu te worden. Ik zou graag een andere plant willen uitproberen. Wie weet smaakt dat beter en is dat veel gezonder. Dan kunnen wij wilde rakkers vast ook 30 jaar worden."

"Meisje toch, dat doe je dus niet. Bamboe is voor ons het gezondste dat bestaat," waarschuwde moederpanda haar meisje.

 

Er gingen een paar dagen voorbij.

Op die daaropvolgende dag stond een felle zon hoog aan de hemel. De stralen bestreken de bergkammen en gaf waar het gehinderd werd diepe schaduwen.

Moederpanda zat op een open plek in het bamboewoud.

Ze wachtte op haar jong, haar lieve meisje.

Meisjepanda stond graag even alleen op haar eigen poten. Dat even werd de laatste tijd een beetje langer dan even. Meisjepanda groeide en over 8 maanden werd even voorgoed.

Moederpanda wachtte nog steeds.

Maar dat wachten duurde lang. Er was geen sprake van even.

Ze werd ongerust.

Moederpanda stond op vanuit haar zithouding en liep naar de richting alwaar meisjepanda vertrokken was. Ze verliet de open plek en betrad het ondoordringbare gebied die bestond uit hoge bamboe en andere planten.

Plotseling hoorde moederpanda het brekende geluid van takken. Ze liep het geluid achterna.

Onverwachts stond zij oog in oog met haar meisje, ook al zag haar meisje haar niet.

Tot haar grote verbazing zag ze hoe haar meisje grote rond bladeren met een punt eraan van een gebroken tak haalde, vervolgens de bast ervan afscheurde en van de tak begon te eten.

Ze sloeg het stil gade.

Ze wist wat er komen ging.

"Gggggatsie.....Bah, bah.....Whaaaa!" riep plotseling meisjepanda en ze spuwde de stukjes stam uit haar bek.

Toen zag ze haar moeder. Ze schrok.

"Wat ben jij toch een eigenwijs meisje. Wat heb ik je nu gezegd!" merkte moederpanda op.

"Dat bamboe het gezondste en lekkerste is dat voor ons bestaat," antwoordde meisjepanda gedwee. Ze wierp de afgebroken tak een eind van haar vandaan, en kwam schoorpotend op haar moeder afgelopen.

Beiden liepen van de plek vandaan.

Moederpanda ging weer zitten in de schaduw op de open plek tussen de bamboe.

Meisjepanda ging naast haar zitten.

" Ik vind het zo saai dat we voornamelijk bamboe eten," verdedigde meisjepanda zich zelf.

"Een lekkere maaltijd in niet saai," bracht moederpanda daar tegenin.

"Dus ik zal bamboe moeten blijven eten, " stelde meisjepanda vast.

"inderdaad, " bevestigde moederpand, "jij zult bamboe moeten blijven eten."

 

Jaren later zat een moederpanda met haar jong tussen de bamboeplan-

ten in het Wanlang Nature Reserve.

Een jong zat naast haar. Het was een jongetje.

Samen zaten ze te eten van een bamboestam.

"Mamma, waarom eten wij altijd bamboe? ' vroeg jongetjepanda.

"We eten ook weleens vis, bloembollen, wortelen....," kwam moeder-

panda daartussen.

"Soms. Maar we eten vooral bamboe," weersprak jongetjepanda zijn moeder.

"Dat is waar. Maar waarom vraag je dat?" vroeg moederpanda.

"Het is zo saai om altijd bamboe te eten. Wie weet bestaan er ook andere lekkere planten, " weerlegde jongetjepanda zijn vraag.

Een panda-glimlach speelde plotseling om de bek van moederpanda.

Dit tafereel kwam haar bekend voor.

Wilde dit nu zeggen dat haar jongetje net zo eigenwijs was, als dat zij vroeger als klein meisje was.

Ze zou het spoedig weten.......

 

 

Els – 25 juli 2011.

----------------------------------------------------------

Vertelling ~ 8 ~ slechtvalk.

 

 

De karakteromschrijving van de hoofdrolspeelster is van S2.

 

De storm die het landschap teisterde.

Klik dit aan en laat de Vertelling tot jou komen....

 

 

 

                        The Sound of rain.

          Dank je wel voor degene die dit geplaatst heeft!

 

Donkergrijze wolken pakten zich samen boven het berglandschap van het Oostenrijkse Tirol.

De voorbije winterperiode werd gegijzeld door zware sneeuwval en bittere kou.

De winter had plaats gemaakt voor de lente.

Dit jaargetijde had moeite om zich staande te houden na de zware winter, zoals op deze dag.

Een koude harde wind gierde langs de bergkammen.

De naaldbomen gingen zwaar gebukt onder het geweld van de beukende wind.

Opeens doorkliefde een bliksemschicht de loodgrijze lucht.

Gedonder weerklonk.

Het roffelende geluid echode langs de bergen wiens toppen bedekt waren met eeuwige sneeuw.

Tegen een rotswand zat een slechtvalk. Een vrouwtje.

De wind rukte aan haar veren.

Ze zat verscholen in een nis ontstaan door grillig gevormde uitstulpingen en rotsblokken.

Dit jonge vrouwtje had deze plek gekozen om voor de eerste keer te zorgen voor een nageslacht.

Het jonge mannetje dat op haar weg gekomen was had haar gevolgd. Samen wachtten zij op het moment dat zij elkaar gingen bevliegen. De natuur had hen verteld dat zij vanaf dat ogenblik voorgoed een eenheid vormden.

Deze dag werd niet alleen de natuur om hen heen verstoord, maar ook het natuurlijk evenwicht van dit valkenkoppel.

Het mannetje zat een eind verderop tegen een rotsmassief aan. Hij was verzekerd van een karaktervol vrouwtje met een enorm groot en rondborstig lijf.

Opeens begon het te regenen.

Heftig sloegen de regenstralen fel alle kanten op door de wind die hen stuurden.

Vanuit het westen kwam een dreigende inktzwarte wolkenmassa naderbij.

De beide valken zagen het aankomen en voelde de dreiging ervan.

Ze zochten beschutting tegen het rotsmassief en doken in hun veren.

De harde wind zette aan tot een storm.

Niets ontziend beukte het op alles wat het tegenkwam.

De regenstralen gutsten ongenadig wild om zich heen en kletterden overal neer.

Krijsend vlogen beide valken weg vanuit hun schuilplaats.

De sterke vleugels probeerden het lijf vooruit te jagen.

Dat lukte nauwelijks.

Ze wisten een helling te bereiken waar een berghut stond. Daar verscholen zij zich.

De razende storm die gepaard ging met onweer en zware regenval vernielde nagenoeg alles wat het tegenkwam.

Bomen knapten alsof het niets was. Zij tuimelden een voor een de hellingen af.

Rotsblokken werden meegesleurd.

In het dal liep een rivier die kolkend zijn weg vond. Het ving geknapte bomen, rotsblokken en onderdelen van bebouwingen op.

Dat alles werd meegesleurd in de kolkende watermassa.

De stormende wind wist van geen ophouden en raasde maar door.

De valken bleven zitten waar ze zaten. De berghut trotseerde de regen en de stormwind.

Uren leken voorbij te gaan. Totdat het uur aangebroken was dat de wind ging liggen.

De zwarte lucht maakte plaats voor de loodgrijze lucht die aan hem opdrong.

Het hield op met regenen.

Het onweer kalmeerde en hield op te bestaan.

De natuur kwam tot rust.

Op het einde van de middag priemde tussen de grijze wolkenmassa een waterig zonnetje door.

De vrouwtjesvalk vloog weg van de berghut die door jagers onder de mensen gebruikt werd.

Ze vloog naar de nestplaats in de nis tussen de rotsblokken die zij op het einde van de winter tegen het rotsmassief gevonden had.

Schrik sloeg om haar hart.

Een ijzige valkenkreet doorkliefde het dal. De keelklank ketste tegen de berghellingen en ving ze vervolgens op en liet de klanken echoën. Het was een kreet van ontzetting.

De nestplaats was verdwenen!

Grote rotsblokken hadden kleinere in hun val meegenomen en de nis vernield!

De vrouwtjesvalk vloog terug naar de berghut waar haar mannetje nog steeds verscholen zat.

Met haar dwingende keelklank sommeerde zij hem om met haar mee te gaan.

Hij gehoorzaamde haar.

Samen bereikten ze de plaats waar voorheen hun nest was.

Hun eerste!

Het mannetje slaakte een verschrikte en ontredderde kreet. Hij wist zich geen raad met de situatie die de storm had aangericht.

Machteloos streek hij neer op de rotsblokken die er voorheen niet lagen.

Het vrouwtje bleef op en neer vliegen.

Haar keelklank vertelde het mannetje dat zij zich niet wilde neerleggen bij de situatie die ontstaan was!

Ze vloog van hem weg.

Ze verkende het langgerekte dal dat zwaar geteisterd was door de storm die er gewoed had.

Voorzichtig groen zat aan de takken van de bomen die het noodweer overleefd hadden.

De vrouwtjesvalk stuitte op een rotswand. Ze kende het weliswaar. Maar nu bekeek ze het met andere ogen.

Ook hier had de storm zijn sporen achtergelaten.

Het had het beeld veranderd.

Haar oog viel plotseling op een deel dat er zwaar gehavend uit zag.

Maar het betekende wel dat door scherpe gehavende delen een nis ontstaan was. Deels werd het omgeven door rotsblokken die er voor de storm nog niet lagen.

Een jubelende valkenkreet van het vrouwtje tuimelde door het dal.

Ze vloog blij op en neer.

De aanblik van deze nieuwe nestplaats deed deze mooie grote valk jubelen van vreugde.

Toen zette zij koers naar daar waar het mannetje op haar wachtte.

Schelle klanken uit de keel van het vrouwtje vertelde hem dat voor hen het tij gekeerd was.

Hij vloog met haar mee.

Bij de nieuw ontstane nis aangekomen streken zij daarin neer. De blik in elkanders ogen vertelden hen meer dan genoeg.

Ze bevlogen elkaar. Zij werden definitief een eenheid.

 

Toen het voorjaar nadrukkelijk aanwezig was, het groen rijkelijk de bomen en struiken sierde,

en de lentezon alles verwarmde, verlieten vier juvenielen de nis.

Zij lieten aan hun valkenouders zien gedragen te kunnen worden door hun vleugels.

Het koppel had de zware storm getrotseerd dankzij de volharding van het karaktervolle vrouwtje.

Zij hadden voor de eerste keer voor nakomelingen gezorgd.....

 

Ik hoop dat er nog vele eieren gelegd worden in de nis die ontstaan is vanuit een storm die het berglandschap geteisterd had, maar waar iets moois uit voortgekomen is.....

 

 

Els - 24 augustus 2011.


---------------------------------------------------------

Vertelling ~ 9 ~ dolfijn.

 

 

De stilte verbroken.

 

Een grote groep dolfijnen tuimelden speels over elkaar heen in de Golf van Mexico nabij de kust van Apalachee Bay bij Florida.

Een ouderpaar met een jong speelden en tuimelden mee.

Het jong, een meisje, leerde veel van haar ouders.

Zij wist dat haar ouders vaak de kust hadden bereikt en nieuwsgierig naar de mensen hadden gekeken die zich daar bevonden.

Tijdens de communicatie die de tuimelaars onderling naar elkaar toe bezaten kreeg tuimelaartje vaak een bijzonder verhaal van haar ouders te horen.

Daardoor leerde zij van hen dat de dolfijnen vrienden van de mensen zijn. Dat vond tuimelaartje heel bijzonder!

Zij wist ook dat haar ouders tot aan de kustlijn kwamen en zich lieten aanraken door de handen die de mensen bezaten.

Dat vond tuimelaartje wel héél bijzonder!

Totdat op een dag haar ouders oog kregen voor drie mensen.

Het ging om een ouderpaar met hun kind. Een klein jongetje.

De ouders van tuimelaartje bleven deze mensen vanaf die dag volgen als zij er waren.

Deze drie mensen bleven altijd op een afstand. Zij keken vanaf hun plekje aan de kust telkens geduldig naar de twee dolfijnen die zij zagen aan de kustlijn.

De oogjes van het jongetje straalden elke keer weer als hij de ouders van tuimelaartje zag die telkens de kust bereikten.

De ouders van het jongetje reageerden verrukt op de reacties van hun kind.

Op een dag merkte moeder dolfijn op dat het kind nooit sprak. Een lach ontsnapte zelfs niet uit het kleine keeltje.

De zeeblauwe oogjes van het jongetje vertelden de woorden die het kind in feite sprak. Zij las in die kijkertjes wat hij bedoelde als hij naar hen keek.

Het mensenkind hield ontzettend veel van hen!

Ondertussen werd tuimelaartje geboren en kende zij inmiddels dit bijzondere verhaal.

Zij was met haar ouders nog niet eerder aan de kust geweest van Apalachee Bay.

Ze had wel andere mooie dingen van haar ouders en de groep gezien die zich vaak in het deel van de Golf van Mexico nabij de kust bevonden.

Het was een adembenemend gezicht hoe de dolfijnen in één grote kring gezamenlijk de vissen

bijeen konden drijven om ze vervolgens te vangen.

Of, als zij in ondiep water in een kring met hun staart op de zeebodem sloegen om met het zand de plaats te markeren waarin de vissen gevangen werden, en daaruit wegvluchtten.

In de vlucht vanuit de zandmarkering werden zij behendig door de dolfijnen gevangen.

Tuimelaartje wist dat zij, als zij groot was, dit alles ook kon.

Zij vond dat prachtig!

 

De dag brak aan waarop haar ouders met haar naar de kust wilden.

Zij hoopten dat bijzondere jongetje weer te zien wiens stemgeluid nooit te horen was.

Graag wilden zij hun kind aan dat jongetje laten zien.

Tuimelaartje was verrukt.

Ze had op deze dag gewacht.

Samen met haar ouders zwommen ze naar de kust.

Ze lieten hun lijf op het zand rusten.

Vader en moeder tuimelaar speurden met hun ogen het vaste land af. Ze zagen het kleine jongetje met zijn ouders niet.

Het tuimelaartje las de teleurstelling in de ogen van haar ouders.

Ze wachtten alle drie af.

Ze wisten de aandacht van andere mensen te trekken.

Totdat tussen deze mensen een drietal naar voren stapten.

Het waren de ouders en dat kleine bijzondere jongetje.

Ze bleven voor de drie tuimelaars staan.

Zo dichtbij waren ze hen nog niet eerder genaderd.

Drie paar mensen ogen keken er verrukt naar.

Voor de eerste keer lieten de ouders van tuimelaartje hun jong aan hen zien. Deze drie mensen begrepen dat zij speciaal voor hen gekomen waren!

De ouders van het kleine jongetje liepen met het kind aan de hand tot aan de kustlijn. Het was daar waar het water het land raakte.

Tuimelaartje lag tussen zijn ouders in. Zij lagen gedrieën deels in het water.

De ouders van het jongetje hurkten voor de dolfijnen neer. Het blonde kleine jongetje volgde hun voorbeeld.

Tuimelaartje liet een vrolijk buitelend geluid horen. Het klonk verrukt naar het jongetje toe wier blauwe kijkertjes straalden bij het zien en horen van dit jonge dolfijntje.

Een klein voorzichtig handje stak plotseling naar tuimelaartje uit.

De eerste aanraking werd daarmee een feit!

Alle drie de dolfijnen schudden speels met hun hoofd en lieten van blijdschap buitelende geluiden horen.

Het kleine jongetje stak toen beide handjes uit en raakten hen alle drie bovenop hun hoofd aan.

Zijn ouders straalden bij deze aanblik.

Het trok de aandacht van andere mensen. Iedereen keek er verrukt naar.

Twee kleine handjes bleven vervolgens tuimelaartje strelen.

Opeens weerklonk er een schaterlach langs de kust van Apalachee Bay.

Het was de lach van dit kleine jongetje wiens stem twee jaar lang niet weerklonken had vanwege een traumatische ervaring in zijn prille leventje.

Tranen sprongen in de ogen van zijn ouders.

"Wat zijn zij lief, pappa en mamma!"

Het waren weer zijn eerste woorden!

De stilte van dit lieve blonde kleine jongetje werd daarmee voorgoed verbroken!

Zijn ouders sloegen ontroerd hun armen om hun kleine ventje heen.

Ze konden hun geluk niet op.

Het kleine tuimelaartje leerde hiermee dat dolfijnen heel veel voor mensen kunnen betekenen!

 

Een dolfijn heeft het vermogen om een isolement bij de mens te kunnen doorbreken waarin hij/zij gevangen kan zitten.

Het stelt de mens in staat om zich te herwinnen en daardoor te overwinnen.....

 

 

Els – 25 september 2011.

---------------------------------------------------------

Vertelling 10 ~ edelhert.

 

Het gewei.

 

In Nederland is de beboste landstreek de Veluwe gelegen.

Het is een voormalig kwartier van hertogdom Gelre, gelegen in de provincie Gelderland.

Daarin bevond zich een roedel edelherten van mannelijke dieren. In de roedel bevond zich een mannetje die in de bronstijd van het voorgaande jaar zijn kans misliep om in het gevlij te komen van het dominante vrouwtje van een hinderoedel. Deze is samengesteld uit vrouwelijke herten, de hinde, en onvolwassen herten van beide geslachten.

Het mannelijke edele dier wist waarom hij bij de voorgaande bronstijd het nakijken had.

Zijn zesde gewei in zijn herten leven was beslist niet mooi.

Hij kon bij geen enkele hinde ermee pronken, en zeker niet bij de dominante hinde waar hij zijn zinnen op had gezet.

Bij een gevecht vorig jaar september met een concurrerend mannetje, had dit hem een beschadigd gewei opgeleverd. Na dat gevecht, waarmee hij het dominante vrouwtje wilde veroveren, zag zijn gewei er nog lelijker uit. Alsof het al niet lelijk genoeg was.

Hij verloor de strijd.

Het andere mannetje wist het dominante vrouwtje voor zich te winnen.

Dat edel dier was weliswaar kleiner dan hij, maar behendiger.

En dat dier bezat een prachtig gewei.

Het verdriet was groot bij het edelhert met het lelijke gewei dat hij niet voor nakomelingen had kunnen zorgen.

Hij had geen oog meer gehad voor andere vrouwtjes. Het druiste in tegen zijn natuur.

Hij wist dat hij een sterk en gezond mannetje was. Daarvan werd verwacht dat hij een zo groot mogelijke roedel van vrouwelijke herten claimde.

Dit edel dier leidde in de winter, in de lente, in de zomer die toen voor hem lagen een eenzaam bestaan temidden van de roedel waartoe hij behoorde.

Hij wist dat hij zijn eigenwaarde kon terug krijgen als zijn volgend gewei weer heel mooi zou zijn, zoals voorheen ook altijd het geval was geweest.

Het was voor hem een raadsel waarom zijn zesde gewei een mislukking was geworden.

In zijn eenzame periode had dit edel, maar bovenal mannelijk sterk dier zijn lelijk gewei afgeworpen.

Hij was daarna ogenblikkelijk uitermate gespannen.

Terwijl de loofbomen en struiken groener kleurden, begon het nieuwe gewei bij hem te groeien.

De andere mannetjes van de roedel die zijn voorgaande probleem kenden, wachtten gespannen met hem af.

Toen de loofbomen en struiken zwaar gebukt gingen onder hun gebladerte en de zomerzon de aarde warm maakte, werd bij dit edel dier diens gewei voltooid.

Hij wandelde naar het ven waar hij en andere herten vaak hun dorst lesten.

Hij spiegelde zich in het water.

Bij het zien van zijn beeltenis in de rimpelloze waterplas jubelde zijn hart en slaakte zijn keel een triomfantelijk burlend geluid.

Zijn nieuwe gewei was prachtig!

Zijn mannelijkheid was weer compleet!

 

De tijd brak aan waarin de bladeren van de loofbomen en struiken hun groene kleur verloren.

De eerste warme herfstkleuren verschenen.

Het mannetje voelde zijn geslachtsdrift.

De bronstijd was weer aangebroken.

Fier en trots begaf hij zich burlend op weg naar de hinderoedel van het dominante vrouwtje.

Daarin bevonden zich ook de meeste vrouwtjes.

Dit edel dier liet daarvoor zijn roedel in de steek.

Opnieuw kwam hij oog in oog te staan met het mannetje bij wie hij in de voorgaande bronstijd de strijd verloren had om het dominante vrouwtje voor zich te winnen.

Nu bruiste het edelhert echter van zelfvertrouwen.

Hij ging dapper en fier de strijd met diezelfde concurrent aan.

Zijn grote lichaamsbouw, zijn grote gevoel van eigenwaarde en daarmee zijn oerkracht liet hem nu deze strijd winnen!

Zijn mooie gewei bleef ongedeerd.

Trots kwam hij tegenover het dominante vrouwtje te staan.

Ze begrepen elkaar.

 

Begin juni in het daaropvolgend jaar werd na een draagtijd van 245 dagen een tweeling geboren.

Zij waren een zeldzaamheid.

Het edelhert en zijn hinde waren de trotse ouders.

In de daaropvolgende jaren werd het edel mannelijke dier nooit meer geplaagd door een lelijk gewei.....

 

Els – 23 oktober 2011.

----------------------------------------------------------

Vertelling 11 ~ zwaan ~ gebaseerd op waar gebeurde feiten.

 

De dame met het hondje.

7-11-2010.

Ze zagen haar regelmatig.

Het was de dame met het hondje.

Het beestje was een parmantig diertje die aangelijnd langs haar liep rond snuffelend in het gras.

De dame liep rustig mee. Ze lette geduldig op haar hondje. Ze bezag ook geduldig de verrichtingen van de watervogels zwemmend in het water van het stadspark waar zij aan woonde en waar zij vaak wandelde met haar hondje.

De knobbelzwanen, een koppel, zagen haar elk jaar.

Het sierlijke witte koppel bivakkeerde al enkele jaren in de herfst -en winterperiode in het ruime park van deze grote stad.

Dagelijks zwommen zij hun rondjes door het rustige kabbelende water. Van tijd tot tijd betraden ze het eilandje dat de waterpartij rijk was.

Het lag daar waar de kleine waterpartij over ging in de grote.

Vooral als de zwanen heerlijk zwemmend hun tijd doorbrachten kwamen zij vaak de dame met het kleine hondje tegen. Het witte wollige beestje genoot zichtbaar net zo van de wandeling als dat de dame zelf deed.

Het viel hen op dat de dame hen altijd nauwkeurig in de gaten hield. Haar blik in haar ogen vertelde hen dat zij van hen hield. Elke beweging sloeg zij gade van dit prachtige koppel.

Als de zomer ten einde liep keek ze telkens reikhalzend uit naar hun komst.

Ze werd nooit teleurgesteld.

Een glimlach speelde om haar lippen als zij hen weer zag.

De zwanen lieten vaak hun mooiste houding zien. Meermalen was het al voorgekomen dat zij een kijkapparaat voor of bij haar ogen hield. Daarmee wist zij hen fotografisch vast te leggen.

De bewondering bij deze dame voor hen was groot.

De zwanen zagen ook hoeveel zij van haar witte wollige hondje hield.

Ze praatte er tegen, knuffelde hem en dat maakte het hondje blij.

De dame met het hondje hoorde bij datgene wat deze twee zwanen op het park beleefden.

De zwanen zagen haar graag.

Ze vingen graag haar warme blik in haar ogen op.

Haar ogen soupeerden hen helemaal op.

De voeling van haar naar hen was groot.

 

De tijd brak ook nu weer voor het koppel aan dat zij de herfst -en winterperiode op het stadspark zouden doorbrengen.

De zwanen wisten onder een vrolijke zon het park weer te vinden. Toen zij sierlijk op het water neerstreken weken de snaterende eenden ietwat paniekerig uiteen. Ze wisten dat zij elk jaar plaats moesten maken voor deze grote watervogels. Zij kregen dan ook altijd van de overige vogels ruim baan. Je kon maar beter een beetje uit hun buurt blijven.

De knobbelzwanen zwommen weer hun baantjes. Ze keken telkens naar de waterkant, waaroverde paden en ook wel over het gazon de mensen liepen.

Ze wachtten op de dame met het hondje.

En ja, daar kwam ze weer.

Ze liep weer op haar gemak met aan de riem haar hondje.

Maar, het was niet haar witte wollige hondje waar zij zoveel van hield. Het was een kortharig zwart/wit gevlekt dartel jong hondje, die in alles een spelletje zag.

Lachend keek de dame naar dat kleine beestje. Liefde sprak uit haar ogen voor dit nieuwe hondje.

Het kon maar één ding betekenen: het witte wollige hondje was niet meer.

Nu zou dit nieuwe hondje diezelfde liefde van haar ontvangen.

De pup gaf haar zijn liefde terug.

Opeens vingen hun blikken elkaar.

De dame met het hondje zag de knobbelzwanen. De zwanen zagen haar.

Ze lazen ontroering in haar ogen. Daarin lag een dankbare warme glans. Het uitte zich in een blijdschap die er eerst niet was.

Zij vond het bijzonder hen weer te kunnen zien.

Ze vouwden hun vleugels als een waar kunstwerk. Ze bogen hun hals en lieten daarmee hun mooiste houding extra aan haar zien.

 

Op een dag was de dame er alleen. Ze keek wat zorgelijk. Een van de zwanen had bij een voorgaand bezoek van haar een poot in een ietwat moeilijke houding geplaatst. Dat had haar aandacht gekregen.

Ze had toen haar kijkapparaat ook weer bij zich gehad en hen gefo-

tografeerd.

Een blijde glimlach sierde nu haar gezicht toen zij kon constateren dat er niets mis was met die ene poot.

De daaropvolgende keren was zij er telkens weer met haar speelse nieuwe hondje.

Het waren weer de momenten dat ze blij waren met elkaar.

 

De dame met het hondje dat ben ik. Het park waar ik veel in vertoef en waar ik aan woon is het grote park in Eindhoven-Noord.

Ik wist niet dat ik een dame ben. Maar de prachtige knobbelzwanen denken daar anders over.

Dit jaar bezorgen deze twee sierlijke witte watervogels voor mij een mooi einde van dit bijna voor bije jaar waarin voor mij heel veel is gebeurd....

 

 

Els – 23 november 2011.

30-11-2010.

---------------------------------------------------------

Vertelling 12 ~ ijsbeer.

 

Moeder Aarde.

 

Moeder ijsbeer lag op een ijsplateau. Haar drie jongen omringden haar.

Meestal worden er twee welpen geboren, soms een tot vier.

Moeder ijsbeer had dat jaar in januari in haar hol van sneeuw drie jongen het levenslicht gegeven in het noordpoolgebied de Arctis.

Het gebied omvat delen van Rusland, Alaska, Canada, Lapland, Groenland, Spitsbergen en de Noordelijke IJszee.

Moeder ijsbeer kende al deze namen niet. Het waren namen die de mens gegeven had.

Zij wist dat zij hier thuishoorde. Hier waren de ijsberen geheel in hun element. Zij trotseerden de sneeuw en het ijs. Hun dikke onderhuidse vetlaag zorgde ervoor dat hun lichaam de extreme kou aan kon.

Vanaf het plateau keek zij met haar jongen naar de ijsberg waar het sneeuwhol zich tegen de wand bevond waar de drie welpen waren geboren. Het was een plek dat door hen gekoesterd werd.

Maar zij waren ook verdrietig bij het zien van die voor hen belangrijke plaats.

Zij moesten toezien hoe de ijsberg langzaam smolt.

Ze voelden hoe de temperatuur in de Noordpool klom.

Alle vier voelden zij dat dit niet klopte.

Moeder ijsbeer was best wel een slim dier.

Zij had al meerdere keren in haar leven de mens ontmoet.

Het waren mensen die haar geobserveerd hadden. Ze hadden notities gemaakt. Ze hadden haar gefotografeerd.

Ze wist dat zij terug zouden komen om haar jongen te bewonderen en te observeren.

De laatste keer dat zij de mensen ontmoet had, was zij drachtig.

Op haar beurt had moeder ijsbeer de mens geobserveerd.

Zij had veel van de gedragingen van dit soort geleerd.

Instinctief vertelde de mens haar dat zij de oorzaak waren van het feit dat de voor hen belangrijke ijsberg waartegen zich de geboorteplek van de drie welpen bevond smolt!

De mens veroorzaakte door verkeerd natuurgebruik voor de opwarming van de aarde.

Moeder ijsbeer zag hoe haar drie meisjes telkens naar de ijsberg keken.

"Ook ik ben verdrietig," zei ze tegen hen.

"Onze berg smelt, mamma," kwam als een snik uit het keeltje van de kleinste.

"Nog even en er blijft niets van ons plekje over," klonk het verdrietig uit het keeltje van de grootste.

"Zou dat echt?" vroeg het een na kleinste welpje onthutst.

"Ik hoop echt dat dit niet gebeurd," klonk de stem van moeder ijsbeer toch hoopvol.

"Hoe kan dit gebeuren, mamma?" vroeg de kleinste.

Moeder ijsbeer legde hen alle drie uit wie de mens is. Ze vertelde hen dat zij de mensen ook nog zouden ontmoeten.

Zij legde uit dat de mens de ijsberg liet smelten.

"Ik wil ze niet zien. Zij maken onze ijsberg kapot! Hoe doen ze dat eigenlijk, want zij zijn hier toch niet?" werd de een na grootste kwaad.

"De mens gebruikt de aarde waarop wij wonen teveel voor eigen doeleinden. Ze verliezen daarmee teveel de balans van de natuur uit het oog, waardoor het zijn evenwicht verliest. Als je niet secuur met de natuur omspringt kan de aarde te warm worden!" legde moeder ijsbeer hen verder uit.

"Waar moeten wij dan nog wonen, mamma? Wij ijsberen gedijen het beste in de kou!" zei de een na grootste wijs.

"Dat klopt helemaal. De mensen die mij hebben geobserveerd houden wél van de natuur. Wie weet kunnen zij iets voor ons betekenen," besloot moeder ijsbeer dit gesprek.

 

Drie weken later ontmoetten de drie welpen samen met hun moeder de mens.

Het waren die mensen die moeder ijsbeer al eerder geobserveerd hadden.

Opnieuw maakten zij notities en maakten zij foto's.

Moeder ijsbeer had met haar jongen afgesproken om zich van hun beste zijde te laten zien.

Zelf zou zij dat ook doen.

De mensen zagen uitgebreid hoe de drie welpen gezoogd werden. De mensen zagen uitgebreid het speelgedrag van de welpen naar elkaar en ten opzichte van moeder ijsbeer. De mensen zagen hoe moeder ijsbeer op het speelse gedrag van haar jongen reageerde. De klauterpartijen van de welpen over moeder ijsbeer heen was ook kostelijk om te zien!

Familie ijsbeer zag hoe de mensen zichtbaar van hen genoten.

En dat was precies de bedoeling.

 

De ijsberg smolt niet helemaal.

In de winterperiode groeide het zelfs weer aan.

"Heeft het geholpen, mamma? We hebben ons zo uitgesloofd voor de mensen!" vroeg de kleinste aan moeder ijsbeer, doelend op hun geboorteplek.

"Wie weet!" was ook moeder ijsbeer tevreden.

"Ik denk dat de mens best wel slim is, " was de grootste wijs.

"Dat is de mens ook. Zij moeten inmiddels weten wat ze de natuur aanrichten. Ze hebben misschien nu ook onze ijsberg gered. Dan kunnen zij ook Moeder Aarde redden, want hun inzicht is groot!" sprak moeder ijsbeer hoopvol.

"Moeder Aarde is de mooiste planeet die er bestaat. Daar moeten we zuinig op zijn!" beklemtoonde het een na grootste welpje.

"Zeker weten!" benadrukte moeder ijsbeer.

Ze hoopte bij deze wijsheden van haar drie meisjes dat hun stem door de mensen werd gehoord......

 

 

Els – 24 december 2011.

----------------------------------------------------------

 

 

               --- EINDE ---

 

Dit is het slot van Els' Wondere Wereld Vertellingen - 2011

-------------------------------------

-------------------------------------